artikel

The right to food or fuel?

Algemeen

De biobrandstoffenrevolutie is in gang gezet. Maar zeker niet iedereen is daarbij gebaat. Op 16 oktober, de dag die de VN uitriep tot Wereldvoedseldag, stond de vraag ter discussie of de verbetering van het klimaat via het gebruik van biobrandstof een verslechtering betekent voor de hongersnood in ontwikkelingslanden.

De biobrandstoffenrevolutie is in gang gezet. Maar zeker niet iedereen is daarbij gebaat. Op 16 oktober, de dag die de VN uitriep tot Wereldvoedseldag, stond de vraag ter discussie of de verbetering van het klimaat via het gebruik van biobrandstof een verslechtering betekent voor de hongersnood in ontwikkelingslanden.

Het Nutshuis in Den Haag zit tijdens de derde bijeenkomst van Stichting Wereldvoedselvraagstuk vol met 150 vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, bedrijven uit de foodsector, energiewereld, agrosector, overheid en wetenschap. Ieder heeft zijn eigen belang in de nieuwe, opkomende bio-based economy, die kansen schept voor het milieu, maar kansen weg kan nemen van arbeiders in het ontwikkelingslanden.

Biobrandstoffen
Deelnemers van onder meer Wageningen UR, vijf ministeries, Friesland Foods, Unilever en ICCO spitsen hun oren als Minister Verburg de aftrap doet met een pleidooi voor tweedegeneratiebrandstoffen. Eerstegeneratiebiobrandstoffen worden gemaakt uit landbouwproducten die ook als voedsel kunnen dienen, zoals granen, aardappelen, rietsuiker en maïs, en veroorzaken 50% minder CO2-uitstoot dan fossiele brandstoffen.

Voor tweedegeneratiebiobrandstoffen is dit percentage 90%. Deze biobrandstoffen worden gewonnen uit niet-eetbare zaken, zoals houtachtige gewassen of resten als stengels. Ze zijn echter nog niet op grote schaal commercieel beschikbaar. De regering heeft bepaald dat in 2010 5,75% van autobrandstoffen verplicht moet worden bijgemengd met biobrandstoffen.

Voeding versus energieleverancier
Willem-Jan Laan, sinds 1995 European director External Affairs bij Unilever, vraagt zich af wat het biobrandstoffenbeleid van de overheid betekent voor de internationale markten van grondstoffen en voeding. “De Verenigde Naties spreekt van een ‘total disaster for those who are starving’. Energievoorziening mag er niet toe leiden dat er honger wordt geleden elders in de wereld.” Een kritische noot uit het publiek (“Unilever stelt zich nu wel héél maatschappelijk op”) plaatst vraagtekens bij de posities van voedingsmiddelenbedrijven en energieleveranciers in dit debat.

Een nieuw soort strijd gloort aan de horizon, die nog niet eerder in deze proporties vertoond is. Even lijkt het er in de zaal niet over te gaan of de ‘arme Afrikanen’ te eten krijgen of de ‘rijke Westerlingen in hun SUV’s kunnen rijden’, maar over de vraag wie het vruchtbare land krijgt: de voedingsmiddelenindustrie of de energie-industrie.

Albert-Jan Maat, voorzitter Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO)-Nederland ziet de voedselproductie nog niet in de knel komen. “Laat ik voorop stellen dat er geen dienst zo relevant is als voedsel. Het is goed dat we er toe doen. Of het nu voor voedsel of brandstof is, over twintig jaar is er genoeg productie voor beide.”

Onderzoek
De sprekers voorzien verschillende gevolgen van de biobased-economy, maar zijn het eens over één aspect: de overheid moet meer onderzoek uitvoeren voordat zij blindelings over mag gaan op een intensief biobrandstof-stimulerend beleid. Zowel Willem-Jan Laan als Hans Bruning, directeur van Stichting Interkerkelijke organisatie voor ontwikkelingssamenwerking (ICCO), hameren op het belang van duidelijke duurzaamheidscriteria. De beschikbaarheid van biobrandstoffen moet in kaart worden gebracht en er moet een intensieve R&D-afdeling komen op het ministerie. ICCO is inmiddels zelf in samenwerking met Max Havelaar een traject gestart voor een eventueel keurmerk op duurzame brandstof.

De retoriek in de vraag ‘the right to food or fuel’ wordt klinkklaar met de slotopmerking van Bruning: “Uiteindelijk is de vraag: wie past zich aan wie aan? De noorderling die de tank van zijn SUV volgooit, of de zuiderling die van de grondstoffen van die tank benzine een jaar lang maïs kan eten?”

Op dinsdag 30 oktober biedt Stichting Wereldvoedselvraagstuk naar aanleiding van de drie bijeenkomsten de beleidsaanbevelingen over de relatie tussen biobrandstoffen en voedselzekerheid aan de Tweede Kamer aan.

Reageer op dit artikel