artikel

Fabrikanten stellen actieplan zoutreductie op

Algemeen

Eind april vroeg de Consumentenbond met een symposium nadrukkelijk aandacht voor te veel zout in voedingsmiddelen. Daarin is men geslaagd. Het ministerie van VWS heeft zoutreductie als prestatie-indicator in haar begroting opgenomen. De industrie en zijn toeleveranciers willen nog dit jaar een actieplan voor zoutreductie presenteren.

Eind april vroeg de Consumentenbond met een symposium nadrukkelijk aandacht voor te veel zout in voedingsmiddelen. Daarin is men geslaagd. Het ministerie van VWS heeft zoutreductie als prestatie-indicator in haar begroting opgenomen. De industrie en zijn toeleveranciers willen nog dit jaar een actieplan voor zoutreductie presenteren.

De hoge gehalten zout in voedingsmiddelen stonden in het buitenland, met het Verenigd Koninkrijk voorop, al geruime tijd ter discussie. De Nederlandse industrie nam een afwachtende houding aan. De consumptie in Nederland lag niet zo veel hoger dan de 9 gram per dag die de Gezondheidsraad in haar uit 1986 daterende Richtlijn Goede Voeding noemde. De eind vorig jaar verschenen aangepaste versie repte nog slechts van 6 gram. Opmerkelijkerwijs vroeg de Consumentenbond en niet VWS daarvoor nadrukkelijk aandacht. Op het symposium ‘Opzouten’ april dit jaar stond zout opeens volop in de belangstelling en de industrie in het beklaagdenbankje. De aanklacht was niet misselijk: 5.000 doden per jaar. De meeste stakeholders waren het er over eens: Guilty! Weliswaar moest barbertje niet hangen, maar wel snel actie ondernemen om het zoutgehalte fors te verlagen. De eis van de Consumentenbond luidde: een reductie van 40% in drie jaar (2010). Wat is er sindsdien gebeurd?

Ministerie van VWS
Het ministerie van VWS nam niet het voortouw, maar gaf de industrie gelegenheid om zelf met voorstellen te komen. De industrie had met het verlagen van de gehalten verzadigde en transvetzuren aangetoond op basis van vrijwilligheid tot veel in staat te zijn.
Op Prinsjesdag bleek echter dat minister Klink zout als prestatie-indicator op zijn begroting heeft opgenomen. Van 10 gram in het peiljaar 2006 naar 6 gram in 2011. “Dat extra jaar vinden we niet zo erg”, aldus woordvoerder Marcel van Beusekom van de Consumentenbond. “De bond vindt het belangrijker dat de reductie wordt gehaald.”
Of die 40% wel echt nodig is, is nog onzeker. De destijds door de Consumentenbond gepresenteerde innamen waren afkomstig uit Engeland. Het RIVM heeft inmiddels berekend dat de Nederlander gemiddeld 8,8 gram zout per dag eet. Als dit cijfer juist is, zou een reductie van ‘nog slechts’ 32% nodig zijn, waardoor er jaarlijks 2.690 Nederlanders minder overlijden aan hart- en vaatziekten. Maar bij de juistheid van het onderzoek zetten wetenschappers vraagtekens. De groep Nederlanders die deelnam (de zogeheten Doetinchem Studie) zou vaker aan gezondheidsonderzoeken deelnemen en daardoor mogelijk gezonder leven dan de gemiddelde Nederlander. Het RIVM bevestigt dit, maar kan niet zeggen hoe groot het effect daarvan is. Naar verluidt zou het om meer dan enkele tienden van procenten gaan, waardoor de zoutinname van de gemiddelde Nederlander mogelijk rond de 9,5 gram zou uitkomen. In dat geval zou de industrie, uitgaande van 6 gram per persoon per dag, een reductie van 37% moeten bereiken.

Voedingsmiddelenindustrie
De FNLI richtte dit voorjaar de Task force ‘Zout in levensmiddelen’ op. Alle sectoren hebben de opdracht gekregen om de zoutproblematiek te inventariseren: per productcategorie het zoutgehalte, welke besparingen er mogelijk zijn, hoe en op welke termijn deze kunnen worden gerealiseerd en welk effect deze aanpassingen hebben op het product, kostprijs enzovoorts. Het FNLI-secretariaat zal al deze gegevens verwerken tot een nationaal actieplan met daarin concrete doelstellingen.
Medio oktober worden de inventarisaties van de sectoren besproken en zal blijken of de industrie als geheel de gewenste reductie van 32% kan halen. “Een volgende stap is om de inventarisatie uit te breiden door de horeca, retailers en cateraars erbij te betrekken”, aldus Christine Grit van de FNLI. “Eerst willen we zelf goed de problematiek in kaart hebben.”
De uitkomsten van de oktobervergadering worden besproken in de besturen van de FNLI en betreffende brancheorganisaties. Dat vergt tijd, zeker in sectoren met veel kleine ondernemingen zoals de bakkerij, ook al omdat iedereen op basis van vrijwilligheid deelneemt. “We streven er naar om voor het eind van dit jaar het actieplan gereed te hebben.”

Reageer op dit artikel