artikel

Driek Vergouwen, directeur Topinstituut Food & Nutrition

Algemeen

Er is veel gebeurd bij Wageningen Centre for Food Sciences sinds het vorige interview twee jaar geleden. In de nieuwe naam Top Institute Food and Nutrition liggen tal van grote veranderingen besloten: meer onderzoeksgelden, completere en meer multidisciplinaire programma’s en een betere inbedding van resultaten bij bedrijven. Samen met de overheid wordt gekeken hoe de onderzoekshorizon kan worden verruimd tot ver na 2011. Voor toekomstige Europese partners maakt dat toetreden aantrekkelijker.

Er is veel gebeurd bij Wageningen Centre for Food Sciences sinds het vorige interview twee jaar geleden. In de nieuwe naam Top Institute Food and Nutrition liggen tal van grote veranderingen besloten: meer onderzoeksgelden, completere en meer multidisciplinaire programma’s en een betere inbedding van resultaten bij bedrijven. Samen met de overheid wordt gekeken hoe de onderzoekshorizon kan worden verruimd tot ver na 2011. Voor toekomstige Europese partners maakt dat toetreden aantrekkelijker.

“De afgelopen twee jaar hebben we met onze partners uitgebreid gesproken over de opzet van het nieuwe Top Institute Food and Nutrition [www.tifn.nl, red.]. In deze nieuwe naam voor het Wageningen Centre for Food Sciences (WCFS) komt onze ambitie beter tot uiting, namelijk een toonaangevend onderzoeksinstituut te zijn op het gebied van voedsel en voeding in Europa. We hebben veel gedaan om het topinstituut op de kaart te krijgen. Organisatorisch, maar ook inhoudelijk. We hebben een nieuwe researchstrategie uitgewerkt, veel voorstellen gemaakt voor nieuwe projecten, daarover uitgebreid gediscussieerd in onze programmaraad, nieuwe toponderzoekers aangetrokken en gesprekken gevoerd met toekomstige partners. Ik denk dat dit alles een uitstekende basis vormt voor de toekomst.”

Leidend
“Binnen Europa zijn we een van de leidende onderzoeksinstituten, al moet ik zeggen dat er ook niet zo veel vergelijkbare organisaties zijn. Wat betreft het publiekprivate onderzoek zijn de Nederlandse topinstituten het voorbeeld voor iedereen. Wij hebben de afgelopen tien jaar bewezen dat een dergelijke manier van samenwerken tussen bedrijfsleven, universiteiten en onderzoekorganisaties goed werkt. Je ziet dat in andere landen ook dergelijke initiatieven worden opgezet. Denk aan Scandinavië, Ierland en Frankrijk. Dat houdt ons scherp. We worden door deze landen gevraagd om over ons instituut te komen praten. Daarmee leggen we belangrijke contacten. Waar nodig zullen we zo goed mogelijk samenwerken om daarmee onze rol die we binnen Europa willen spelen verder te versterken, met als uiteindelijk doel te zorgen dat de industrie nog betere opties krijgt om te innoveren.”

Groningen
“De buitenlandse initiatieven bewijzen dat we in Nederland goed bezig zijn en op de ingeslagen weg met extra energie voort moeten gaan. Proberen de competenties die er bij onze universiteiten en onderzoekorganisaties zijn verder uit te bouwen en te versterken. Meest recente voorbeeld is de toetreding van de Rijksuniversiteit Groningen en het Universitair Medisch Centrum Groningen per 1 juli [in januari 2003 kreeg Wageningen Universiteit al gezelschap van de Universiteit Maastricht waar veel voedingsonderzoek wordt verricht, red.]. Hiermee verkrijgen we toegang tot additionele, hoogwaardige onderzoekscompetenties op het gebied van fundamenteel en klinisch onderzoek naar diabetes, hart- en vaatziekten en vetzucht. Daarmee leggen we een uitstekende basis om verder uit te groeien tot het Europese topinstituut dat we willen zijn.”

Performance
“We zijn bezig met een discussie over hoe wij als topinstituut onze performance het beste kunnen (aan)tonen. Hoeveel producten het onderzoek dat wij uitvoeren nu daadwerkelijk heeft opgeleverd, is moeilijk te zeggen. Vaak gaat het bij nieuwe producten om een combinatie van onderzoek, door de industrie en door ons. Wat ik veel belangrijker vind, is dat bedrijven op basis van door ons gegenereerde kennis intern projecten opzetten die belangrijk zijn voor hun innovatie. Dat laatste is een belangrijk criterium voor het succes van ons topinstituut. De inhoudelijke opzet van deze projecten hoef ik niet per se te kennen, ik kan me voorstellen dat zij dit uit oogpunt van concurrentie niet willen vertellen, maar ik zou wel graag inzicht willen hebben in wat onze industriële partners met onze projectresultaten doen. Behalve het industriële belang willen we ook de maatschappelijke relevantie van ons onderzoek meenemen. En we willen kunnen aantonen dat deelname aan TI Food and Nutrition onze onderzoekspartners helpt hun competenties verder te versterken.”

Estafettestokje
“Bij het doorgeven van het estafettestokje, het vertalen van researchresultaten in developmentprojecten, werken we nauw samen met de Stichting Food & Nutrition Delta van Kees de Gooijer [www.foodnutritiondelta.nl, red.]. Partners hebben via deze weg de kans om op basis van onze onderzoeksresultaten nieuwe producten of processen te ontwikkelen. We faciliteren dat waar we kunnen. In deze projecten kunnen behalve onze partners ook MKB-bedrijven participeren. Dat kunnen voedingsmiddelenproducenten zijn, maar bijvoorbeeld ook grondstoffenleveranciers of verpakkingsfabrikanten. De eerste projecten vanuit het topinstituut zijn ingediend. Samen met de kennismakelaars van de Stichting Food & Nutrition Delta is de fit met de juiste bedrijven en onderzoeksorganisaties snel gemaakt.”

Begroting
“We hebben in 2005 een plan ingediend bij het ministerie van LNV en EZ voor de periode 2006-2011 met een begroting oplopend naar € 40 miljoen per jaar. Het ministerie heeft uiteindelijk een subsidie van € 61 miljoen toegekend tot en met 2010. Onze partners vullen dit met eenzelfde bedrag aan, zodat we jaarlijks werken met een begroting oplopend tot € 30 miljoen. In het WCFS werkten we met een jaarbudget van rond € 20 miljoen.”

Europese partners
“We zijn nadrukkelijk op zoek naar sterke Europese industriële partners, maar dat is nog niet zo gemakkelijk. Allereerst moeten ze besluiten om voor de nodige jaren een commitment met een substantiële financiële bijdrage aan te gaan. Daarbij moeten zij ons onderzoek in hun eigen R&D-activiteiten inpassen en tegelijkertijd een goede kennisinfrastructuur hebben of opzetten om hun eigen kennis in te kunnen brengen bij het vaststellen en opzetten van nieuwe onderzoeksprojecten. Ik kan me goed voorstellen dat een aantal bedrijven zeggen dat ze tijd nodig hebben om dat alles intern op te zetten.
Bij de doorstart van WCFS naar TI Food and Nutrition hebben we met onze industriële partners besproken hoe onze onderzoekprojecten het best kunnen aansluiten bij de eigen onderzoeksactiviteiten. Het externe onderzoek kunnen ze het beste op dezelfde manier aansturen als hun eigen interne onderzoek. Met andere woorden: volg dit onderzoek op de voet, review het ieder jaar en kijk goed hoe je de resultaten kunt inbedden in je eigen organisatie. Het estafettestokje moet door de eigen R&D-mensen zo goed mogelijk worden opgepikt. Op dat punt zijn we echt een heel stuk verder gekomen. Dat stemt me tevreden.”

Lange termijn
“Belangrijk punt bij het benaderen van potentiële partners is dat wij hen maar tot 2010 zekerheid kunnen bieden over financiële bijdragen van de overheid. Een aantal bedrijven vindt ons onderzoek erg interessant en heeft interesse om partner te worden, maar ze willen eerst meer zekerheid over de continuïteit ervan op de langere termijn. Je gaat niet je hele researchorganisatie veranderen voor een periode van drie tot vier jaar.
Het is mij daarom veel waard dat we onze visie en beleid over een veel langere periode kunnen garanderen. Daarover zijn we met de overheid in gesprek. Een researchorganisatie kun je nu eenmaal niet met een kortetermijnbeleid aansturen. Onze projecten duren in de regel vier jaar. Voor de langere termijn denk je dan al snel aan tien jaar.
Economische Zaken begrijpt dit gelukkig goed. Zij beseffen dat wanneer je als kabinet besluit dat food and nutrition een sleutelgebied is, je dat niet voor een periode van vier jaar doet. EZ heeft zich inmiddels uitgesproken om visie en beleid voor de langere termijn te gaan ontwikkelen. Samen met de stichting Food & Nutrition Delta en ons topinstituut zullen we van gedachten wisselen over hoe we dit kunnen invullen. Een erg goede ontwikkeling!”

Kandidatenlijst
“Nieuwkomers in het instituut moeten het consortium komen versterken, vooral aan de inputkant, dus het inbrengen van kennis die bijdraagt aan het opzetten van nog betere en completere researchprogramma’s. We hebben samen met onze partners een lijst opgesteld van tussen de vijf en tien Europese bedrijven die in dit opzicht aan onze wensen voldoen. Namen kan ik niet noemen.”
[In een eerder interview sprak Vergouwen over onder andere Franse en Zwitserse bedrijven zodat Nestlé en Danone. Met Danone zou ook de kennis van Numico beschikbaar kunnen komen, mits de overname doorgaat, red.].

China
“Overigens is onze blik niet alleen gericht op Europa. Ook de ontwikkelingen in een land als China volgen wij op de voet. Enkele maanden geleden zijn Wageningen UR en het topinstituut mee geweest met een handelsmissie naar China. We hebben daar met diverse bedrijven en onderzoeksorganisaties gesproken. Het is voor ons nog te vroeg voor een eventueel samenwerkingsverband, al is er ontzettend veel talent in China. Via Wageningen UR komen toptalenten naar Nederland en doordat zij weer terugkeren naar China, kunnen op een later moment samenwerkingsverbanden gemakkelijker tot stand worden gebracht.”

Onderzoekprogramma
“Voor consumentenonderzoek hebben we geen apart programma opgezet. De meeste partners doen dat zelf, vandaar dat dit binnen het topinstituut geen hoge prioriteit heeft gekregen. Wel is het totale onderzoekprogramma uitgebreid en meer geïntegreerd. Niet alleen zijn er nieuwe aandachtsgebieden als chronische ziekten en leeftijdgerelateerde aandoeningen bijgekomen, ook de bestaande terreinen zijn nog eens geëvalueerd. We hebben deze vanuit een geheel nieuwe, multidisciplinaire, invalshoek bekeken. Onze industriële partners hebben geïnventariseerd waar de komende tien, vijftien jaar de behoeften liggen van de consument. Vervolgens hebben we deze vertaald naar researchthema’s. Daardoor, en door het grotere budget, hebben we onze onderzoekprogramma’s omvangrijker en completere kunnen invullen. Het onderzoek naar aspecten van de ouder wordende mens is daar een van de meest aansprekende voorbeelden van.”

Tevreden
“Niet onvermeld mag blijven dat met de doorstart van WCFS naar TI Food and Nutrition onze partners hebben aangegeven tevreden te zijn met de gerealiseerde resultaten. Niet voor niets waren zij bereid jaarlijks meer geld ter beschikking te stellen. Avebe is om financiële redenen gestopt, Vion is erbij gekomen.
Onze research heeft tot vele, aansprekende resultaten geleid. Ik noem er slechts twee. Neem het crispy-project: hoe je brood, maar ook snacks, langer knapperig houdt. Een zeer origineel onderzoek dat niet alleen voor de bedrijfstak, maar ook voor consumenten een grote betekenis heeft. Een tweede onderzoek betreft foliumzuur. Daarvan hebben we aangetoond dat twee belangrijke aspecten van het lichamelijk functioneren, cognitie en gehoor, bij de ouder wordende mens aanzienlijk kunnen worden verbeterd. Het zijn twee totaal verschillende onderwerpen, maar beide wel met een hoog innovatief karakter en dankzij het multidisciplinaire onderzoek van een uitstekend wetenschappelijk niveau. Bovendien illustreren deze onderzoeksthema’s nog eens duidelijk welke impact de research van onze 225 onderzoekers heeft op de maatschappij.”

Reageer op dit artikel