artikel

Slechts een op tien bedrijven behield bij testsaudits hoger niveau

Algemeen

IFS presenteerde op 11 juni in Berlijn de vijfde versie van de International Food Standard. Het aantal KO-criteria is van vier naar tien gegaan. Bedrijven moeten keuzes beter motiveren en valideren. Ook het scoringssysteem en de scoringsnorm zijn strenger geworden waardoor minder bedrijven het hogere niveau zullen halen. Per 2008 mag alleen worden gecertificeerd op basis van versie 5.

De vijfde versie van de International Food Standard (IFS) werd 1 augustus in het Engels gepubliceerd. De komende maanden zullen Duitse en Franse vertalingen verschijnen. Uiterlijk in november 2007 zal de Nederlandse versie gereed komen. Dat is niets te vroeg omdat de vijfde versie al vanaf 1 januari 2008 van kracht is. Vanaf dat moment mag alleen nog worden gecertificeerd op basis van versie 5. Het lijkt er op dat de doelstellingen die IFS bij de ontwikkeling van de vijfde versie stelde prima zijn gerealiseerd. Deze luidden: compacter, duidelijker en een beter scoringssysteem. Daarnaast moest de standaard flexibeler zijn en up-to-date ten aanzien van de jongste wetgeving.

Enquête
Een omvangrijke enquête leverde belangrijke input op voor de herziening van versie 4. Maar liefst 443 bedrijven en 34 certificatie-instellingen die ervaring hebben met de IFS (vooral uit Europa) vulden het enquêteformulier in. Ook de punten uit het tussentijds gepubliceerde ‘doctrinedocument’, dat aanvullingen en toelichtingen op versie 4 bevatte, zijn verwerkt. Het resulteerde erin dat de IFS zich bij de herziening van de criteria focuste op betrokkenheid van het management, goede hygiënische praktijken, beheersing van glasrisico’s, traceerbaarheid, registraties en de verpakking.
De standaard is ook compacter geworden. Het aantal criteria is met 25% teruggebracht van 336 naar 251. Dat is voornamelijk gerealiseerd door dubbele eisen te elimineren en door specifieke criteria te integreren in meer algemeen geformuleerde criteria. Inhoudelijk zijn er maar weinig criteria echt verdwenen. Vandaar dat de richtlijnen voor de minimale audittijd gelijk zijn gebleven.

Duidelijker/flexibeler
Door criteria meer doelgericht te formuleren en door termen te gebruiken als ‘where appropriate’ en ‘based on a risk analysis’ krijgt het bedrijf meer flexibiliteit om te voldoen aan de criteria. Tegelijkertijd zijn bedrijven door deze grotere vrijheid verplicht de gemaakte keuzes goed te onderbouwen en te valideren.IFS heeft serieus werk gemaakt van het herstructureren van de criteria. Het hoofdstuk met criteria voor het HACCP-systeem (1.2) is nu duidelijk gebaseerd op de Codex Alimentarius met verwijzing naar de zeven principes en twaalf stappen. Verder zijn de criteria voor het management samengevoegd in één hoofdstuk. Daarmee zijn de eisen voor het kwaliteitssysteem en het managementsysteem een stuk overzichtelijker gemaakt.

Veel aandacht is besteed aan de (her)formulering van de criteria. Bijvoorbeeld ‘het opstellen van een afvalbalans’ is nu geformuleerd als ‘het bijhouden van registraties van afgevoerd afval’ en bij ‘de uitwisseling tussen verschillende bedrijfsdivisies’ wordt nu verwezen naar de ‘communicatie van relevante info naar relevant personeel’. Hoofdstuk 1.1 over de ‘processen van het kwaliteitssysteem’ en 1.3 over het ‘kwaliteithandboek’ zijn min of meer komen te vervallen. Het punt van de ‘evaluatie aan de hand van statistische analyses en indexen’ is ook geschrapt. Met het elimineren/herformuleren van dit soort vage eisen heeft de standaard zeker aan duidelijkheid gewonnen.

Strenger scoringssysteem
De IFS vond dat er volgens het in versie 4 gehanteerde scoringssysteem te veel bedrijven op het hogere niveau werden gecertificeerd. Alleen bedrijven die zich echt positief onderscheiden van gemiddelde bedrijven dienen volgens de IFS een dergelijk certificaat te ontvangen. Daarom is binnen de criteria het onderscheid in niveaus (basis/hoger/aanbevelingsniveau) verdwenen. Alle criteria tellen op dezelfde wijze mee bij het berekenen van de eindscore. Bovendien is de scoringsnorm om een certificaat op hoger niveau te behalen verhoogd van 90% naar 95%. Uit test-audits bleek dat van de tien bedrijven die op hoger niveau waren gecertificeerd, er nog maar één bedrijf het hoger niveau wist te behouden.

KO’s
De IFS versie 5 is ook op een andere manier strenger geworden. Het aantal KO-criteria is verhoogd van vier naar tien. Een KO-criterium is een eis op basisniveau die door de retailers is gekenmerkt als ‘extra belangrijk’. Bij een significante afwijking op een KO-criteria mag geen certificaat worden verstrekt. De BRC-code kent tien zogeheten ‘fundamental’ criteria met hetzelfde effect. Je zou denken dat hiermee de codes meer naar elkaar toe bewegen, maar de IFS heeft deels andere zwaartepunten benoemd.

Beide standaarden zijn het er over eens dat het KO-principe moet worden toegepast bij de volgende criteria: beheersing van CCP’s, traceerbaarheid, interne audits, corrigerende maatregelen en beheersing van besmettingsrisico’s door productvreemde materialen. Daarnaast heeft de IFS nog als KO-criteria: bewustzijn van verantwoordelijkheden bij het personeel, persoonlijke hygiëne, specificaties van grondstoffen, eindproducten en bijbehorende recepturen en crisismanagement. De BRC kent behalve de eerder genoemde vijf nog de volgende ‘fundamental’ criteria: Procesverificatie, training, allergenen, orde & netheid/reiniging en kwaliteitsmanagementsysteem. Met deze keuze van de tien KO’s legt de IFS de vinger op kritische (mogelijk zere) plekken binnen het kwaliteitszorgsysteem.

Bonus
Bij de IFS versie 4 kon het bedrijf bij goed presteren een bonus verdienen. Na twee keer achtereenvolgend een certificaat op hoger niveau te hebben behaald, werd de volgende audit pas na achttien maanden gepland. Deze bonus is verdwenen. Zowel bij een certificaat op basisniveau als op hoger niveau blijft de auditfrequentie een keer per jaar. Deze aanpassing was nodig om aan de normen van het GFSI te voldoen (die een minimale auditfrequentie voorschrijft van een keer per jaar) en zodoende de goedkeuring van de IFS-standaard veilig te stellen.

Scope
De standaard geeft nu expliciet aan wanneer deze wel of niet kan worden toegepast. Deze IFS-standaard is van toepassing op bedrijven die producten produceren en/of bewerken, met andere woorden, bedrijven die met een ‘open’ product werken en die risico lopen om te worden besmet. Bedrijven die alleen verpakte producten behandelen (omverpakken, opslag en logistiek), dienen te worden gecertificeerd op basis van de IFS Logistic. Voor bedrijven die producten alleen verhandelen/importeren en de opslag/distributie uitbesteden (kantoorhandel) is geen IFS-standaard beschikbaar. De verwachting is dat hiervoor nog een uitbreiding van de IFS Logistic-standaard komt.

IFS-logo
In de IFS-standaard is ook een hoofdstuk opgenomen met regels voor het gebruik van het IFS-logo. Het IFS-logo mag niet worden gebruikt als het zichtbaar is voor de consument. Het logo mag dus niet op het product of op vrachtwagens worden geplaatst. De IFS benadrukt dat het logo alleen is bedoeld voor communicatie tussen de leverancier en de retailer. IFS wil dat elke retailer zijn eigen strategie kan hanteren ten aan zien van de communicatie met consumenten.

Conclusies
Aan de hand van de IFS-standaard wordt getoetst of (het management van) een bedrijf steeds in staat is veilige producten te produceren die voldoen aan wettelijke eisen en aan de klantspecificaties. Met versie 5 wordt de aandacht voor deze punten versterkt. De eisen voor de betrokkenheid van het management (doelstellingen, communicatie, management review), specificaties/recepturen, verpakkingen (aantoonbare geschiktheid) en het voorkomen van besmetting door productvreemde materialen zijn aangescherpt en verdienen nadere aandacht bij de voorbereiding van de certificatie-audit.

Had een bedrijf in 2007 een certificaat op hoger niveau en wordt in 2008 een certificaat op basisniveau behaald, dan betekent dit niet per definitie dat het bedrijf slechter is gaan presteren. Integendeel. De spelregels zijn zodanig gewijzigd dat het bedrijf goed moet presteren om een certificaat te behalen. Met het certificaat op hoger niveau kan een bedrijf zich nu echt onderscheiden.

Reageer op dit artikel