artikel

Grenzen aan voedselveiligheid

Algemeen

De VWA moet ten minste € 30 miljoen bezuinigen. In bepaalde sectoren kan de inspectiefrequentie niet verder naar beneden omdat de risico’s voor de Nederlandse en Europese voedselveiligheid dan te groot worden. Een ingrijpende reorganisatie van de VWA en meer toezicht op controlesystemen van bedrijven moeten soelaas bieden. Transparantie blijft daarbij belangrijk.

Medio juni publiceerde de VWA haar Meerjarenvisie 2007 – 2011. Daarin zet de toezichthouder vooral de werkwijze voor de komende jaren uiteen. Daarnaast heeft kabinet Balkenende IV de opdrachtgevers van de VWA, namelijk de ministeries van LNV en VWS, een financiële taakstelling opgelegd. En dus moet ook de VWA fors bezuinigen. Genoeg reden om met inspecteur-generaal André Kleinmeulman opnieuw om tafel te gaan zitten en de consequenties van dit alles voor de voedingsmiddelenindustrie op een rij te zetten.

Hoeveel geld moet u de komende tijd bezuinigen?
“We kwamen eind vorig jaar € 30 miljoen tekort. Een deel daarvan, € 12 miljoen, is een gevolg van minder toezicht dan verwacht in de veterinaire sector en een lagere vraag naar keuringen en controles. Dat blijkt een duurzame ontwikkeling te zijn. Verder blijken onze externe tarieven onvoldoende te zijn meegestegen met de echte kostprijs. Tot slot heeft de VWA voor de komende vier jaar bezuinigingen opgelegd gekregen van € 11,7 miljoen via VWS en € 4 miljoen via LNV.”

Hoe denkt u die bezuinigingen te realiseren?
“Naast vernieuwing van de toezichtaanpak is ook een fors reorganisatietraject noodzakelijk. Door onder andere het bundelen van laboratoria centraal in het land, het concentreren van de bedrijfsvoering op één in plaats van op vijf locaties, en het verhuizen van het hoofdkantoor uit Den Haag naar een goedkopere locatie elders in het land.”

Komt dit lab bij het RIKILT of het RIVM?
“Ergens in de Food Valley. We zijn bezig met een verkenning en zullen deze de komende tijd verder uitwerken. Dat levert een besparing op van een kwart van de huidige kosten, zeg zes, zeven miljoen euro.”

Wordt de bedrijfsvoering en centrale directie in Amersfoort gevestigd?
“Daarover is nog geen besluit genomen. De hoofdvestiging komt centraal in het land, dicht bij het spoor en ander vervoer. Dit najaar valt daarover een kaderbesluit.
We gaan werken met zogeheten productdivisies. De centrale directie Toezichtbeleid en Communicatie in Den Haag en de regionale signaleringsafdelingen worden in elkaar geschoven. Voortaan zal het toezicht voor bijvoorbeeld de horeca of een sector aangestuurd worden door één verantwoordelijke manager. Hoeveel productdivisies we zullen krijgen, weet ik nog niet.
Hoewel we volgens een onderzoek van Berenschot een lichte overhead hebben, besparen we daarmee honderd fte. Dat zijn sociaal zware, maar niet te vermijden ingrepen.
We krijgen straks een platte organisatie met nog maar vier lagen: de inspecteur-generaal, directeuren, afdelingshoofden en medewerkers. Bij LNV willen we een kleine dependance inrichten, waar ik en indien relevant de directeuren een, twee dagen in de week zullen verblijven.”

Hoeveel controleurs heeft u straks nog in het veld?
“850, waarvan globaal 550 de voedingsmiddelenbedrijven controleren. Vergeleken met de situatie van voor het samengaan van de diensten is dat fors minder. Het totale personeelsbestand van de dienst loopt terug van 2.700 in 2002 van voor de fusie, naar 1.800 nu en straks in 2011 hebben we nog 1.300 mensen in dienst.”

Hoeveel inspectiepunten moeten die controleurs bewaken?
“Het totale potentiële cliëntenbestand op alle terreinen van de VWA bedraagt bijna een miljoen. In de voedingsmiddelensector gaat het om 200.000 tot 220.000 mogelijke bedrijven en enkele duizenden in de veevoedersector.”

Heeft u wel eens gedacht: die taakstelling kan nooit!
“Bij enkele onderdelen kunnen we het controleregiem niet verder verlagen: veevoeders, diergezondheid en welzijn, verplichte Europese controles bij voedingsmiddelen en bij importcontroles. Bij voedselveiligheid lopen we alleen bij de MKB-bedrijven, denk aan bijvoorbeeld de bakkerijsector, risico’s. We kunnen daar niet eens meer een keer per jaar komen. Bij de grotere bedrijven lopen we minder risico’s omdat deze goede voedselveiligheidssystemen hebben.
Het is aan het beleid om die risico’s wel of niet te accepteren. Dat is bijvoorbeeld vorig jaar gebeurd bij de importcontroles op ggo’s in de haven. Dat aantal is teruggelopen van 500 naar 250.
Jammer vind ik dat er bij de financiële taakstelling voor de komende vier jaar geen rekening is gehouden met de bij de fusie tussen RVV en KvW gerealiseerde bezuinigingen. Wat de VWA nu doet met de € 18 miljoen aan bezuinigingen kan, maar andere bezuinigingen ter waarde van € 12 miljoen vergen keuzes van kabinet en politiek, ook in EU-verband.”

Nergens bent u al door de grens gegaan?
“Dit voorjaar heeft de Europese Food and Veterinary Office in Dublin ons via een general review gecontroleerd en op onderdelen kritiek geuit. Verder lag er al een kritisch rapport uit 2006 over onze vleeskeuring. Dat was negatief, maar via een pakket aan maatregelen, waaronder het verhogen van de inspectiefrequenties, is men alsnog tevreden over de Nederlandse situatie.”

Zijn zij akkoord met het VWA-toezicht op de eigen bedrijfscontroles?
“Over de ketenkeuring heeft Brussel eigenlijk nog geen finaal oordeel gegeven. De Amerikanen hebben het tot op heden ook nog niet goedgekeurd, vandaar dat bij de vleeskeuring nog het oude toezichtregiem geldt.
Ons enthousiasme over onze moderne aanpak wordt niet overal in Europa gedeeld. De kans dat dit op korte termijn lukt, achten wij niet groot. Vandaar dat we onze opdrachtgevers hebben voorgesteld om een taskforce op te richten die in Brussel gaat kijken hoe we bij de modernisering van het toezicht een flinke stap voorwaarts kunnen zetten.”

De sector heeft u bij de bezuinigingsvoorstellen niet gesteund. Is dat u tegengevallen?
“Niemand zit te wachten op hogere kosten, maar ik kan me wel voorstellen dat het bedrijfsleven iets over heeft voor een hoge kwaliteit. Ik noem dat vrijwaring. Als dat niet kan, loopt niet alleen de overheid, maar ook het bedrijfsleven zelf, risico’s. Dergelijk inzicht hoor ik nu langzamerhand wel bij de spelers die er toe doen. De minister heeft het bedrijfsleven ons toekomstperspectief voorgelegd en gevraagd of men het daar mee eens is. Zo ja, dan kost dit tot 2015 zo en zoveel en dan moest men een keer ophouden om voortdurend te zeuren over dubbeltjes en kwartjes.”

Door risicogestuurd te controleren kunt u veel effectiever werken?
“Inderdaad. Wij delen sectoren en daarbinnen de bedrijven in een zogeheten toezichtpiramide in. We kennen drie categorieën: rood, oranje en groen. We zijn druk bezig daarvoor objectieve criteria op te stellen. Je kunt daarbij denken aan zaken als: is het voedselveiligheidsysteem inzichtelijk, is de kwaliteit voldoende, is het goed te controleren, zijn de verificatieprocedures correct, is het systeem beoordeeld door onafhankelijk partijen zoals bijvoorbeeld een certificerende instelling, voldoet men aan de HACCP-eisen… Afgesproken is deze nieuwe aanpak op twee momenten door te voeren, of per 1 januari 2008 of per 1 juli 2008. Bedrijven, maar ook onze eigen mensen, weten dan waar zij aan toe zijn.”

Hoe worden de criteria opgesteld?
“Van iedere sector wordt een risicoprofiel gemaakt op basis van risico’s, inspectieresultaten van de laatste jaren, ervaringen, internationale… Je hebt een soort foto. Wij hopen dat straks tachtig procent van de bedrijven in de groene zone valt – dan doen we het redelijk. Twintig procent is dan zorg, waarvan tien procent rood is: ondernemers die echt niet willen.
Voorlopig blijven onze controles gratis. Als de bedrijfsvoering deugt, dan komen wij voorlopig niet meer. Deugt die niet, dan vragen wij hen om na zes weken aan te geven welke maatregelen zij hebben genomen. Als dat in orde lijkt, dan komen we niet meer. Blijkt echter bij een steekproef dat de bedrijfsvoering nog steeds niet deugt, dan moet men deze inspectie betalen en krijgt men een stevige douw. De prestatie van de bedrijven is dus de maat voor ons werk.”

Wat verstaat u onder een stevige douw?
“Een echt stevige douw is sluiten van een bedrijf. Bij de wetten van LNV kan dit al wel, voor de wetten van VWS hebben we bij de minister van Justitie nog een aanvraag liggen om ook daar tot bestuursdwang over te kunnen gaan. Van veterinaire bedrijven kunnen we de erkenning intrekken, zoals dat onlangs nog gebeurd is bij een bedrijf dat slachtafval verwerkte. Wij onderzoeken of dit bedrijf definitief gesloten kan worden Dat doen we niet graag, maar ik heb gezegd: hard als het moet en zacht waar het kan. Liever zacht met overreding, hulp, advies, duwtje in de rug en nog eens een keer een waarschuwing of een boete, maar als het echt niet gaat, dan moet de ondernemer de deur sluiten. Dan raken we ook een beetje af van de mentaliteit van regels zijn regels en die handhaaf je ook op papier. Het nieuwe paradigma van toezicht is: regels hebben een doel, namelijk naleving van wetgeving. Dit nieuwe beleid – wij noemen dat ‘met verstand en gevoel’ – wordt ieder half jaar per onderdeel verder uitgewerkt.”

Worden de inspectieresultaten transparant voor de burger?
“In de meerjarenvisie hebben wij geschreven dat transparantie van de dienst een heel groot goed is. In principe streven wij naar maximale transparantie.”

Dus ook resultaten van individuele bedrijven?
“Ja, maar transparantie is geen doel op zich, maar moet de naleving van regelgeving bevorderen. Dat werkt heel goed. Als bedrijven weten dat we resultaten gaan publiceren, gaan ze al dingen aanpassen. Dat laatste is precies wat we willen. Tweede doel is verantwoording afleggen van wat de VWA doet en derde is, maar dat is een afgeleide waarover de meeste discussie is, burgers en bedrijven keuzemogelijkheden bieden. Daarvan zegt een deel van het bedrijfsleven dat dat niet hoeft.”

Hoe wordt binnen Europa over transparantie gedacht?
“De Engelse FSA en Amerikaanse FDA zetten alles op het net, terwijl zeker in Amerika er toch een cultuur van ‘lawyers’ is. Binnen Europa zijn er verschillen tussen het noorden en zuiden. In Brussel heb ik – tot nu toe tevergeefs – gepleit voor het creëren van een Europees ‘level playing field’ door met een Brussels ‘guideline’ te komen.”

Velen, ook binnen de VWA, vinden dat de burger te weinig aan de info heeft.
Een beetje aarzelend en met zachte stem: “Het protocol dat wij daarvoor hanteren wordt per pilot voorgelegd aan de departementen. We zoeken nog wat de beste formule is. Daarom is het ook nog een pilotfase en proberen we daarbij te leren van andere inspectiediensten in Europa en daarbuiten.”

Hoe vaak worden de gepubliceerde resultaten geraadpleegd?
“Zeer weinig, maar het gaat er om dat ze beschikbaar zijn.
Eerlijkheid in de handel krijgt volgens de meerjarenvisie minder prioriteit. Consumentenorganisaties, maar ook bedrijven, hechten daar erg aan.
“Dit is een puur politiek besluit geweest in het kader van de bezuinigingen. Wij onderkennen het probleem. Denk ook aan de toekomstige controle op gezondheidsclaims waarover nog discussie is. Ook daarin zitten aspecten van ‘verkoopt men wat men beweert’. Mogelijk komt dit punt dan weer terug op de agenda, te meer omdat het voor de consumenten wel van belang is. Het Europees Parlement heeft echter de Brusselse voorstellen dusdanig gewijzigd dat velen zeggen dat deze zeer moeilijk uitvoerbaar zijn. Dat bevordert de naleving niet. Mogelijk moeten wij de claims gaan handhaven, maar hoe dat moet is nog een lastig probleem. Binnenkort bespreken we dit met VWS.”

Reageer op dit artikel