artikel

Weinig zorgen om voedselveiligheid in Nederland

Algemeen

Twee studies brachten de risicoperceptie van consumenten ten aanzien van voedsel in kaart: de Special Eurobarometer Risk Issues van de Europese Commissie en de jaarlijkse Consumentenmonitor van de Voedsel en Waren Autoriteit. De resultaten geven een goed inzicht in de risicoperceptie van de Nederlandse consument en die van consumenten in andere EU-lidstaten.

De Nederlandse consument maakt zich weinig zorgen over voeding en voedselveiligheid. Uit de Special Eurobarometer Risk Issues blijkt dat 74% van de Nederlanders het onwaarschijnlijk acht dat zijn gezondheid gevaar loopt door het eten van voedsel [1]. Deze gegevens zijn in overeenstemming met die van de Consumentenmonitor 2005 van de VWA: 71% maakt zich geen zorgen over voedsel of de productie van voedingsmiddelen [2]. Nederlanders zijn ook positief over de ontwikkelingen op het gebied van voedselveiligheid: een kleine meerderheid (52%) denkt dat de voedselveiligheid de afgelopen tien jaar is verbeterd of gelijk is gebleven (33%) [1].
Figuur 1 laat zien dat wanneer Nederlanders risico’s en problemen ten aanzien van voedsel moeten aanwijzen, zij zich het meeste zorgen maken om nieuwe virussen (vogelgriep), residuen in vlees (hormonen, antibiotica) en contaminanten uit het milieu (dioxine, kwik) [1, 2]. Wat betreft producten maakten Nederlanders zich in 2005 het minste zorgen om brood, kaas, verse groente en fruit en melkproducten. Dit beeld is ongeveer gelijk aan dat van de consumentenmonitoren van de twee voorgaande jaren. Het is wel opmerkelijk dat men verse groente en vers fruit als een van de veiligste productgroepen beschouwt en dat tegelijkertijd meer dan 40% zich zorgen zegt te maken om residuen van pesticiden in groente, fruit en granen. Nederlanders maken zich de meeste zorgen om kip en kant-en-klaarmaaltijden.
Dat men nieuwe virussen, zoals de vogelgriep, als grootste risico voor de voedselveiligheid beschouwt, kan een reden zijn voor de bezorgdheid om kip. Maar deze bezorgdheid lijkt toch weinig invloed te hebben op het eetgedrag: 89% zegt namelijk nog net zo veel gevogelte te eten als voor de uitbraak van de vogelgriep in 2005 [3].

Nederland en de Europese Unie
Over het algemeen maken Nederlandse consumenten zich minder zorgen om voedsel en voedselveiligheid dan consumenten uit de andere EU-lidstaten. Zelfs over nieuwe virussen, maken consumenten uit 21 van de 24 EU-landen zich nog meer zorgen dan de Nederlanders, terwijl dit het risico is waar Nederlanders het meest bezorgd om zijn. Ook de Zweden en de Finnen zijn relatief onbezorgd. Bij acht van de veertien vermelde kwesties in figuur 1 maken consumenten in Nederland, Zweden en Finland zich van alle EU-consumenten de minste zorgen. Opvallend is dat Nederlanders residuen van pesticiden in groente, fruit en graanproducten pas op de zevende plaats zetten. Het merendeel van de consumenten uit de andere EU-lidstaten beschouwt dit namelijk als een van de grootste risico’s (figuur 1).
De risicoperceptie van consumenten ten aanzien van voedingsmiddelen werd in de hele Europese Unie voor het laatst onderzocht in 1998 [4]. Toen bleek dat, vergeleken met consumenten in andere EU-lidstaten, de Nederlandse consumenten veel vertrouwen hadden in voedingsmiddelen. Ten aanzien van de vraag welke producten veilig en welke minder veilig zijn, waren de verschillen niet erg groot. Nieuw onderzoek naar de risicoperceptie ten aanzien van producten in de EU-lidstaten zal moeten uitwijzen of er sindsdien veranderingen zijn opgetreden in deze risicoperceptie.

Zorgen in de Europese Unie
Residuen van pesticiden vormen de grootste bron van zorgen binnen de Europese Unie, gevolgd door onhygiënische behandeling van voedsel buitenshuis en residuen in vlees (figuur 1). Daarnaast geldt voor nagenoeg alle EU-landen dat men zich de minste zorgen maakt om onhygiënische behandeling van voedsel binnenshuis [1].
In 1998 had het merendeel van de EU-consumenten veel vertrouwen in brood(producten), verse groente en vers fruit. Gemiddeld had men binnen de EU het minste vertrouwen in voorgekookte maaltijden en andere voorverpakte voedingsmiddelen [4].
De Grieken, Italianen, Cyprioten en Maltezers zijn de meest bezorgde consumenten in de Europese Unie. Het lijkt er op dat consumenten in de zuidelijke EU-landen zich over het algemeen meer zorgen maken dan consumenten in de noordelijke EU-landen. Duitsland vormt hier een uitzondering op. Mogelijke verklaringen zijn dat consumenten uit de zuidelijke EU-lidstaten minder vertrouwen hebben in hun overheden en dat er onvoldoende informatie en voorlichting door deze overheden wordt gegeven [5, 6, 7]. Uit een recent onderzoek is gebleken dat het beleid van autoriteiten ten aanzien van voedselrisico’s uiteindelijk invloed heeft op het vertrouwen van het publiek in voedselveiligheid [7].
Een andere verklaring ligt waarschijnlijk in cultuurverschillen tussen Noord- en Zuid-Europa. Uit onderzoek is gebleken dat waarden als stabiliteit, zekerheid en sociale orde belangrijker zijn in de Zuid-Europese landen [8]. Het zou dus kunnen dat Zuid-Europeanen sommige risico’s en problemen ten aanzien van voedsel, bijvoorbeeld genetische modificatie, als een groter gevaar beschouwen omdat ze meer waarde hechten aan stabiliteit, zekerheid en sociale orde dan Noord-Europeanen. Uit ander onderzoek is gebleken dat Nederlanders, en misschien in het algemeen Noord-Europeanen, altijd al betrekkelijk weinig waarde hebben gehecht aan voedsel en dat door hun religieuze achtergrond (Calvinisme) en tradities soberheid centraal stond bij voedselconsumptie [9]. Dit zou ook een reden kunnen zijn waarom men zich in Nederland minder zorgen maakt om voedsel dan in Zuid-Europese landen. De exacte invloed van culturele factoren op de risicoperceptie moet echter nog verder worden onderzocht.

Reageer op dit artikel