artikel

Cholesterol is (ook) onmisbaar

Algemeen

Cholesterol wordt aangewezen als een van de zwarte pieten in ons voedingsmiddelenpakket. Cholesterol is echter ook een onmisbare stof voor ons lichaam. Eerste epidemiologische onderzoeken wijzen er op dat zeer lage cholesterolgehalten niet voor iedereen gunstig zijn, zeker niet voor ouderen.

Wie een supermarkt binnenloopt of reclame leest, ziet regelmatig dat een product als cholesterolverlagend wordt aangeprezen. Bekend is dat een te hoog cholesterolgehalte in het bloedvet een bedreiging kan vormen voor hart en bloedvaten, vooral bij niet te oude mensen. Minder bekend is dat cholesterol ook een stof is die ons lichaam nodig heeft.

Functies cholesterol
Cholesterol is nodig bij de opbouw van celmembranen, het dient als elektrisch isolatiemateriaal van zenuwbanen en in hersenweefsel worden uit cholesterol de galzuren gevormd. Die galzuren emulgeren in het darmkanaal de opgenomen vetten, waardoor verteringsprocessen goed verlopen en ook overtollig cholesterol wordt afgevoerd. Verder zijn kleine hoeveelheden cholesterol noodzakelijk bij andere functies van het lichaam.
Cholesterol wordt door de lever aangemaakt in hoeveelheden van maar liefst anderhalve gram per dag. Via het voedsel wordt dagelijks ongeveer een halve gram opgenomen. Een ei – bekend als bron van cholesterol – bevat ongeveer 200 mg cholesterol. Geen reden voor een gezond mens dus om het dagelijkse eitje af te schaffen.

Laag niet altijd gunstig
Het lijkt er op dat ideeën over het cholesterolgehalte in het bloedserum met betrekking tot hart- en vaatziekten wat gaan verschuiven. Recente onderzoeksresultaten wijzen er op dat een zeer laag cholesterolgehalte, waarde lager dan 4 mgmol/l, vooral voor de wat oudere mens niet onverdeeld gunstig is. Eind vorig jaar werd in Beijing (China) een conferentie gehouden over het zogenoemde Columbus-concept. Dit concept geeft richtingen aan voor herstel van de natuurlijke verhouding van meervoudig onverzadigde vetzuren (bekend als omega 3 en omega 6) in ons voedsel. Ook voor de bloedvetten, en daarmee voor het cholesterolgehalte, is de verhouding tussen omega-3- en omega-6-vetzuren van belang. Als die verhouding in orde is, kan het cholesterolgehalte gerust wat hoger zijn dan thans veelal wordt aangenomen. Helaas is dat vaak niet het geval. Daarom moet de verhouding tussen omega-3- en omega-6-vetzuren worden hersteld, vooral via alfalinoleenzuur en minder omega-3-vetzuren uit vis.
Onderzoekers stelden zelfs dat het onverstandig is het gehalte aan cholesterol in het bloedserum van ouderen kunstmatig (via medicatie) te verlagen tot waarden lager dan 6,5 mgmol/l. Er wordt gedacht dat de kans op kanker erdoor kan worden verhoogd.

Voorzichtigheid betrachten
Bij het beantwoorden van de vraag wat deze informatie nu betekent, is het in de eerste plaats van belang te realiseren dat het hier om de uitkomsten van epidemiologisch onderzoek gaat. Daarbij wordt op grond van een aantal waarnemingen, die statistisch worden verwerkt, een verband tussen oorzaak en gevolg aangegeven. Let wel: dit kan slechts een aanwijzing opleveren. Door meer onderzoek in deze richting wordt de waarschijnlijkheid van de relatie wellicht groter, maar een goed begrip kan alleen door fundamenteel onderzoek worden verkregen. In het verleden is nogal eens de fout gemaakt, zeker op dit terrein, aan epidemiologisch onderzoek een bewijskracht toe te kennen die er niet is. Vooralsnog lijkt het wellicht op zijn plaats de term ‘cholesterolverlagend’ met enige nuance te hanteren bij het aanprijzen van producten en niet een synoniem te laten zijn voor ‘gezond’.

Reageer op dit artikel