artikel

Kennis vergaren door te doen

Algemeen

Studenten leren uit boeken en lopen op gezette tijden stage. In het (V)MBO bevalt deze methode steeds minder. Als tegentrend worden nieuwe leermethoden ontwikkeld en beproefd. Een voorbeeld is de Leerfabriek BV in Ede. In dit artikel worden de leermethoden van MBO (Leerfabriek) en HBO (HAS) vergeleken.

Leren met je hoofd blijkt vooral voor (v)mbo-leerlingen lastig. Ook Henk Maas, die vorig jaar de Stichting Werkenleren oprichtte. “Jaarlijks haken zo’n 60.000 leerlingen af, nog voor ze MBO-niveau 2 op het ROC hebben behaald”, aldus Maas. “Dat zijn leerlingen, waarvoor het reguliere onderwijs veel te theoretisch is. De Stichting Werkenleren van Maas richt zich vooral op deze leerlingen, om ook hen binnen boord te houden.”

Leerfabriek
De Leerfabriek in Ede is opgericht door de Stichting Werkenleren en ROC A12. Naast ROC A12 zijn vanuit het onderwijs de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en VMBO Het Streek in Ede betrokken. Ook het bedrijfsleven speelt een rol in het project: Campina, Heinz en Friesland Foods leveren hun expertise en staan de leerlingen met raad en daad bij.

In de Leerfabriek leren de leerlingen zo al werkende een vak en halen ze een diploma. De fabriek wordt geheel, van opbouw tot operationaliseren, door leerlingen gedraaid. In deze fabriek produceren de leerlingen een gezond sap dat tegen een marktconforme prijs wordt verkocht aan scholen.

Het verschil met een normaal productieproces is dat in deze fabriek vertraging is ingebouwd om onderwijs mogelijk te maken en om de techniek van het productieproces inzichtelijk en transparant te houden. Het is ook mogelijk een uitstapje te maken naar een van de ‘leergangen’. In een leergang worden machines uit elkaar gehaald (uiteengelegd). Op die manier krijgt de leerling de benodigde kennis om zijn werk aan de productielijn te kunnen uitvoeren. De leerling bezoekt ook geregeld een ‘verdieping’, waar ook weer kennis en vaardigheden voor het werk aan de productielijn worden geleerd.

Wat in het reguliere onderwijs ‘docent’ worden genoemd, heet in de Leerfabriek ‘leermeester’. Het bedrijfsleven levert daarnaast de ‘werkmeester’. De werkmeester heeft verstand van specifieke onderdelen in het bedrijf, zoals het bewaken van kwaliteit, het repareren en onderhouden van machines en het verzorgen van de bedrijfsadministratie.

Doedidactiek
Met de Leerfabrieken wil de Stichting Werkenleren laten zien dat alles wat leerlingen nodig hebben om in het bedrijfsleven op MBO-niveau te kunnen functioneren, te halen is uit de werkprocessen binnen een bedrijf. Dit gebeurt via de principes van de ‘doedidactiek’. Kenmerken:
– Een niet-lineaire opbouw van de leerstof: het werk leidt de leerling naar nieuwe kennis en niet het curriculum. Zichtbaar gedrag staat centraal. Daarmee wordt een direct verband gelegd met competenties.
– Een directe koppeling van bestaande kennis aan nieuwe kennis: de leerling begint elke keer bij wat hij al weet. Nieuwe kennis beklijft daardoor beter.
– Permanente aandacht voor reflectie op de ervaring: de leerling leert door te vertellen wat hij doet of heeft gedaan.
– Van concreet naar abstract (van handen naar hoofd): de leerling leert wiskunde via het produceren van bijvoorbeeld een drankje of een koekje.
– Het werk heeft betekenis: alles wat je leert doet er direct toe in het werkproces en is dus sterk afhankelijk van wat een leerling wel/niet uitvoert.

Nieuwe entiteit
De Leerfabriek is nog in aanbouw. Ongeveer honderd leerlingen uit allerlei onderwijsrichtingen van het (V)MBO en HBO werken daar aan mee. Vanuit de opleidingen worden projectgroepen samengesteld om in de diverse disciplines (productie, marketing) projecten uit te voeren. Maas: “Opleidingsinstituten en bedrijfsleven werken samen in een nieuwe entiteit. De opleidingsinstituten hebben niet het vermogen dit in hun eentje te doen, maar ook het bedrijfsleven mist bepaalde capaciteiten. In september 2007 moeten de eerste flesjes van de band rollen. En dan komt de volgende uitdaging: het runnen van een goedlopend bedrijf.”

HAS
Ook in het hoger beroepsonderwijs wordt lesgeven volgens de geijkte methoden steeds vaker overboord gezet. Een voorbeeld is de HAS Den Bosch. Hoewel de HAS nog steeds een normale vierjarige opleiding aanbiedt, zijn ook andere leermethoden geïntroduceerd.

In het lesprogramma voor de studierichting Voedingsmiddelentechnologie bestaat elk jaar uit vier blokken van tien weken waarin per blok een thema wordt behandeld. Een kwart van de totale studietijd wordt ingevuld met een stage in een voedingsmiddelenbedrijf of onderzoeksinstituut. De kennismakingsstage van het eerste jaar duurt tien weken, in het derde jaar worden twee stages van vier maanden gevolgd. Voedingsmiddelentechnologie heeft tegenwoordig geen afstudeerrichtingen meer. Wel moet in het vierde jaar van de studie worden gekozen voor een van de volgende profielen: Productie en productiemanagement, Kwaliteitsmanagement of Product- en procesontwikkeling. Studenten kiezen voor verdieping in een van de volgende zes sectoren: Bakkerij, Dranken, Groente en fruit, Vlees, Zuivel of Bioprocessen.

Praktijkervaring doen de studenten ook op in de laboratoria en de proeffabriek van de HAS. De opleiding Voedingsmiddelentechnologie beschikt daartoe over diverse laboratoria voor voedingsmiddelenchemie en microbiologie, waar onder meer fysische, chemische en microbiologische onderzoeken en controles op voedselveiligheid in voedingsmiddelen kunnen worden uitgevoerd. In de proeffabriek staan productieprocessen op pilot-schaal opgesteld, waar de studenten zelf voedingsmiddelen kunnen produceren. De proeffabriek heeft een eigen bakkerij- en vleesafdeling en een brouwerij.

Competenties en functies
Een andere richting die HAS Den Bosch is ingeslagen is het aanbieden van competentie- en functiegericht onderwijs. De functiegerichte competentieprofielen, van bijvoorbeeld een proceskundige, een kwaliteitsmanager, een productontwikkelaar of een commercieel voedingsmiddelentechnoloog, worden geformuleerd in samenwerking met het bedrijfsleven.

In het onderwijsconcept van ondernemend leren heeft HAS Den Bosch veel plaats ingeruimd voor ‘action learning’ en ‘problem solving’. De studenten werken binnen thema’s aan cases en praktijkproblemen, veelal in projectvorm. Verder vinden er ondersteunende lessen en practica plaats om de benodigde kennis en vaardigheden aan te leren. Binnen dat geheel aan studieactiviteiten vormt het programma Personal Skills & Compentences (PSC) de rode draad. Het PSC bestaat onder andere uit een ruime keuze aan persoonlijke vaardigheidstrainingen, een digitaal studentportfolio en een coach die de studenten gedurende de hele opleiding volgt en functioneringsgesprekken met hen voert.

Appelmoesproject
Onlangs werd het Appelmoesproject afgerond. Eerstejaarsstudenten maakten appelmoes in de proeffabriek Het project werd afgesloten met een sales-presentatie van het nieuwe appelmoesmerk. De kwaliteit van de appelmoes werd bepaald door smaaktesten en ook beoordeeld door HAK. In het eindoordeel kwamen alle aspecten aan bod, waaronder kennis, vaardigheden en gedrag.

Liever dan samenwerken met gerenommeerde bedrijven in een Leerfabriek wil HAS Den Bosch met bedrijven afzonderlijk samenwerken. Met het nieuwe programma Food Design is daarmee een eerste aanzet gegeven. “Voor het VMBO is de Leerfabriek een prachtige manier om de meer praktisch ingestelde leerlingen te activeren”, aldus Evert-Jan Ulrich, directeur Food & Business bij HAS Den Bosch. “Binnen de HAS liggen op dat gebied veel minder problemen. Daar ligt het accent meer op het zoeken naar een grote variatie en input aan real-live cases op HBO-niveau.”

Reageer op dit artikel