artikel

Conserveermiddelen (2)

Algemeen

De in juli 2006 verschenen Richtlijn (2006/52/EG) wijzigt het gebruik van bepaalde voedingsmiddelenadditieven behoorlijk. Na nitraten en nitrieten (VMT 22) worden nu de wijzigingen rond het gebruik van conserveermiddelen behandeld. Tot 15 februari 2008 hebben bedrijven de tijd hun receptuur aan te passen.

Het verschijnen van de additievenrichtlijn (2006/52/EG) betekent dat de ‘Warenwetregeling Gebruik van additieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen in voedingsmiddelen’ moet worden gewijzigd. Op dit moment is de wijzigingsdatum nog niet bekend. Verwacht mag worden dat dit spoedig zal gebeuren zodat voedingsmiddelenbedrijven kunnen inspelen op het hierin vastgelegd gewijzigd gebruik van additieven.

Termijn
Voedingsmiddelenbedrijven hebben tot 15 februari 2008 de tijd om hun receptuur aan te passen. Daarna is het verboden om voedingsmiddelen die niet voldoen aan de gewijzigde regelgeving te verhandelen. Wel mogen de vóór 15 augustus 2008 in de handel gebrachte of geëtiketteerde voedingsmiddelen die niet aan de regelgeving voldoen, worden verkocht zolang de voorraad strekt.

E 214 tot E 219
De Europese Commissie en de EFSA (Europese Voedselveiligheidsautoriteit) hebben de voorwaarden voor het gebruik van de p-hydroxybenzoaten en de natriumzouten (E 214 tot en met E 219) herzien. De EFSA heeft de gegevens over de veiligheid van p-hydroxybenzoaten beoordeeld en advies uitgebracht. Zij heeft een ADI voor de hele groep vastgesteld van 0 tot 10 mg/kg lichaamsgewicht voor de som van de methyl- en ethylester van p-hydroxybenzoëzuur en de natriumzouten daarvan. Ook vind de EFSA dat propylparaben niet in deze groep-ADI moet worden opgenomen. Propylparaben beïnvloedt, in tegenstelling tot methyl- en ethylparaben, bij jonge ratten de geslachtshormonen en de mannelijke voortplantingsorganen.

Omdat er geen duidelijk ‘no-observed-adverse-effect-level’ (NOAEL) is aan te wijzen, kon EFSA geen aanbeveling doen voor een ADI voor deze stof. Vandaar dat het gebruik van de additieven E 216 propyl-p-hydroxybenzoaat en E 217 propyl-p-hydroxybenzoaat, natriumzout niet langer is toegestaan in gekookte garnalen, Europese rivierkreeften, gekookte, voorverpakte gemarineerde gekookte weekdieren, en vloeibare voedingssupplementen. Het toegestane gebruik van benzoaten en sorbaten in schaal- en weekdieren en in vloeibare voedingssupplementen ziet er als volgt uit: Benzoaten mogen tot een maximum van 1.000 mg/kg of mg/l worden toegevoegd aan gekookte schaal- en weekdieren. Ook mogen hieraan sorbaten en benzoaten gezamenlijk tot 2.000 mg/kg of mg/l worden toegevoegd. Aan voedingssupplementen mogen alleen sorbaten en benzoaten worden toegevoegd met een maximum van 2.000 mg/kg of mg/l.

Zwaveldioxide en sulfieten, zetmelen
Ook het gebruik van de additieven uit de groep van zwaveldioxide en sulfieten wordt gewijzigd. Drie nieuwe categorieën voedingsmiddelen worden toegevoegd, de categorie schaaldieren en koppotigen wordt uitgebreid en de omschrijving van zetmelen wordt gewijzigd. In de tabel zijn de wijzigingen samengevat.

Reageer op dit artikel