artikel

Het spel van taal, totem en taboe

Algemeen

In onze alledaagse taal construeren we voortdurend onze identiteit en omzeilen we de moeilijke kwesties. In haar proefschrift laat Petra Sneijder zien hoe veganisten spreken over hun eetwijze als ‘gewoon’, lekkerbekken praten alsof ze ‘objectief’ weten wat lekker is, en mensen met obesitas over eetaanvallen doen als ‘normaal’.

Een internetforum over veganisme. Melanie: “Ik ben al zes jaar veganist… en heb op dit moment klachten die mogelijk op botontkalking wijzen. Ik vraag mij nu dus af of mijn eetwijze daar iets mee te maken kan hebben?” Sandra: “Als je in je voeding zorgt voor goede bronnen van calcium (sesampasta bijvoorbeeld) kan er volgens mij geen probleem zijn.”

Een alledaags gesprek op een open forum over veganisme online. Melanie zet een vraagteken bij de gezondheid van veganisme. De alsdan-formulering van Sandra’s antwoord zegt dat er geen probleem hoeft te zijn mits men op goede bronnen van calcium let en legt daarmee impliciet de verantwoordelijkheid bij degene die de vraag stelde. Door deze attributie blijft veganisme als ideologie beschermd.

Conversatieanalyse
Petra Sneijder studeerde letteren in Utrecht en kwam daar in contact met conversatieanalyse. “Toen ik begon met studeren had ik er nog nooit van gehoord”, aldus Sneijder. “Dat men de alledaagse conversatie van mensen gebruikte om op het spoor te komen van onderliggende opvattingen en taboes vond ik erg interessant.”

Conversatieanalyse laat zien hoe mensen in hun gesprekken van alledag telkens weer hun identiteit construeren. De wetenschap die dit bestudeert heet discursieve psychologie (van ‘discours’ ofwel ‘gesprek’). Ze kijkt hoe mensen identiteit gebruiken in gesprekken om bijvoorbeeld bepaalde voedingkeuzes te verantwoorden. Sneijder: “De discursieve psychologie ziet de taal als handelingsgericht. In plaats van uit te gaan van letterlijke betekenissen kijk je naar daden.”
In het voorbeeld over veganisme is de daad het impliciet verleggen van de schuld voor calciumtekort van de ideologie naar het individu.

Identiteit
Dit is een heel andere kijk op identiteit dan gangbaar is in de sociale wetenschappen. Daar ziet men identiteit als een diep in de persoonlijkheid verankerde cognitie. Maar de discursieve identiteit is veranderlijk en hangt af van wat we naar buiten laten zien. Eigenlijk impliceren we met onze eigen retoriek een identiteit. En die identiteit kan per situatie verschillen. In de kantine onder collega’s praten en eten we anders dan bij het eetgroepje op maandagavond. En op vakantie in Frankrijk, onder het genot van een goede streekwijn, kennen we onszelf nauwelijks terug. Of beter gezegd, we vinden onszelf terug met voor de gelegenheid een andere identiteit.

Onderzoek
Als taalkundige kwam Sneijder naar Wageningen voor onderzoek naar het gebruik van discursieve identiteiten bij de alledaagse gesprekken over voeding. Sneijder: “In Wageningen zag ik dat je niet alleen naar taalgebruik kunt kijken maar het ook toepassen op maatschappelijke issues.”
Ze keek naar de gesprekken van drie groepen: veganisten, genieters van eten en mensen met obesitas. Sneijder: “Daarmee pak je de dominante trends in voedingskeuze, namelijk ethische overwegingen, hedonisme en problemen met overgewicht.”
Haar materiaal vond ze op het internet. “Het is verbazingwekkend hoeveel forums over eten er online zijn”, aldus Sneijder.

In haar analyses laat ze zien hoe de genieters van eten een identiteit als fijnproevers opbouwen. De fijnproever zegt in een gesprek over een gerecht bijvoorbeeld niet eenvoudig: “Ja, dat vind ik ook lekker”, maar bevestigt zijn onafhankelijke identiteit als fijnproever door in nog grotere superlatieven dan zijn voorganger te spreken over een gerecht. Daarmee laat de fijnproever weten dat hij, onafhankelijk van anderen, alles van smaak afweet. Het idee dat smaak subjectief is wordt stelselmatig ondermijnd. Opvallend was dat gesprekken in deze groep nooit gingen over gezondheid.

Obesitas
Bij obesitas spelen net als bij veganisme psychologische factoren mee als schuld en verantwoordelijkheid. Mensen beschrijven een terugval in een dieet in termen van wat het voor hen betekende en wat ze aten, maar verzuimen de feiten te duiden in termen van schuld en verantwoordelijkheid. Het verhaal begint vol goede moed en maakt een gigantische draai: “ik zweerde dat ik dit keer niet op zou geven toen ik tegen een struikelblok opliep” en nu “vecht ik tegen een gigantische honger”. De persoon vertelt het verhaal als een waarnemer van haar eigen doen en laten en doet het voorkomen alsof de terugval logisch en onvermijdelijk was. Ze slaagt er daarmee in een identiteit als slachtoffer te construeren. Het gebeurde is heel gewoon en begrijpelijk. Alsof het iedereen in die situatie zou overkomen.

Opvallend is dat ook de respondenten bij obesitas in het midden laten of de terugval door interne of externe factoren werd veroorzaakt. “Traditioneel gaat men er vanuit dat dit onderscheid voor mensen wel duidelijk is maar dat blijkt in gesprekken juist niet het geval te zijn”, concludeert Sneijder. “De deelnemers doen vaag over het heikele punt van de eigen verantwoordelijkheid. En interessant genoeg maakt de gevoeligheid op dat punt die verklaring juist extra plausibel. Je ziet dus dat mensen met de identiteit die ze opbouwen ook zaken ondermijnen.”

Functie
“De functie die identiteit heeft is heel belangrijk”, aldus Sneijder. “We kunnen een probleem omzeilen door bijvoorbeeld een zelfbeeld te creëren als ‘ik ben heel gewoon’.”
Zo wordt bij obesitas het idee van abnormaliteit in de interactie van het gesprek ondermijnd. En in gesprekken over veganisme zeggen mensen eigenlijk dat veganisme niet ingewikkeld of moeilijk is. Dat gaat op vele subtiele manieren. Men gebruikt verkleinwoorden als pilletjes en tabletjes tegen een tekort aan nutriënten en doet dat terloops zodat het lijkt alsof dat de normaalste zaak van de wereld is.

Wat betekent dat concreet? “Reclamemakers zouden dichter kunnen aansluiten bij de belevingswereld als ze de codes en de interacties kennen van de groepen die ze op het oog hebben”, meent Sneijder. En graag wil ze haar onderzoek in praktijk brengen door bijvoorbeeld mensen met obesitas bewust te maken van hoe ze in gesprek omgaan met verantwoordelijkheid en schuld. Dat kan door live te werken met gespreksgroepen maar ook online. Sneijder: “Dat laatste is vrij nieuw en daarmee kun je een publiek bereiken dat nu thuis blijft.”

Reageer op dit artikel