artikel

Slimmer opleiden

Algemeen

Scholing op maat en op de werkplek: bij bedrijven is de wens en noodzaak hiertoe groot. Medewerkers moeten beschikken over de competenties die nodig zijn voor hun functie. De combinatie leren en werken is een speerpunt van de overheid. Binnen de voedingsmiddelenindustrie zijn de krachten gebundeld om met ondersteuning van de overheid leren en werken effectief en efficiënt aan te pakken.

De inkt van de projectaanvraag is nog niet droog als ik bel met Liesbeth Rutjes van de Stichting Opleidingsfonds Levensmiddelenindustrie (SOL). De SOL verzorgt voor de voedingsmiddelensector de aanvraag van € 1,3 miljoen voor leer- en werktrajecten. Het is de volgende stap na de ondertekening op 16 februari van de intentieverklaring om 2.500 nieuwe leer- en werktrajecten te creëren en daarmee als sector aan te sluiten bij het kabinetsinitiatief Leren & Werken (zie kader).
In het projectplan ‘Levensmiddelenindustrie aan de slag met Leren & Werken’ wordt concreet aangegeven dat 1.487 duale trajecten en 1.250 EVC-trajecten worden gestart in de periode april 2006 tot oktober 2007.

‘Duale trajecten’ is de term voor een combinatie van werk en scholing. EVC (erkenning verworven competenties) beoogt iemands competenties die tijdens het werk, en dus buiten het onderwijs, zijn verkregen te erkennen, zo mogelijk via een diploma. De doelgroep bestaat uit medewerkers van 23 jaar en ouder en het gaat om de kwalificaties van het MBO, niveaus 1 tot en met 4.

Vraag vanuit bedrijven
Rutjes signaleert bij bedrijven de behoefte aan maatwerkopleidingen op en bij de werkplek. “Toenemende hygiëne-eisen, verdergaande automatisering en technologieën maken dat mensen flexibeler inzetbaar moeten zijn en er dus veel scholing nodig is. Maatwerk betekent dat de specifieke behoefte van een bedrijf uitgangspunt is voor de opleiding. Daarbij zijn bedrijven gebaat bij een direct beschikbare en onmiddellijk toepasbare scholing.”

Bolletje in Almelo en Masterfoods in Veghel participeren in het project. Goed gekwalificeerd personeel krijgen, wordt voor Bolletje steeds moeilijker. Vooral automatisering, maar ook toenemende kwaliteits- en hygiëne-eisen, maken het gat tussen de vraag naar kennis, vaardigheden en competenties vanuit het bedrijf en het aanbod vanuit de arbeidsmarkt steeds groter. “Daarom is voor Bolletje het uitgangspunt: Kunnen we het niet krijgen? Dan maken we het zelf”, motiveert André Dijkman, hoofd Personeelszaken, de deelname van zijn bedrijf aan Leren & Werken.

Masterfoods heeft ruime ervaring met medewerkers opleiden en beschikt zelfs over een driekoppige trainingsafdeling. Daarbij gaat het om trajecten variërend van lijn- tot gedragstraining. De trainingen worden door Masterfoods zelf verzorgd, maar ook door opleiders van buiten als diploma’s gewenst zijn.

Toch ziet Harry Faassen, lean deployment manager bij Masterfoods, de voordelen van het traject Leren & Werken. “De uitwisseling van ervaringen en trainingspakketten met andere bedrijven zal leiden tot een beperking van de kosten en een verbetering van het resultaat van de trainingsinspanning. Aan de andere kant van het kanaal leidt Campina ook procesoperators op. Waarom de kennis niet delen en de aanpak op elkaar afstemmen?”

Vertrekpunt: EVC
Leren en werken start met EVC. De competenties die op de werkvloer eigen zijn gemaakt, leveren soms een diploma op. Vaak ook zijn meer competenties vereist om het diploma te behalen en laat EVC zien welke opleiding er nog nodig is.
Binnen de voedingsmiddelenindustrie is de belangstelling voor EVC groot. Rutjes verklaart dit allereerst vanuit de relatief oudere werknemers in de sector. “Deze mensen zijn in functie doorgegroeid, maar niet in diploma’s. EVC is voor hen de mogelijkheid hun kennis en competenties te verzilveren.”

Bij Bolletje gaat het om 300 EVC-trajecten, in combinatie met duaal leren. Hier start het EVC- traject met een communicatieplan. “EVC en duaal leren vormen voor veel mensen nog een mistig gebeuren. Wij kiezen voor een ‘top down’-benadering, waarbij we laag voor laag aangeven hoe we het gaan doen”, vertelt Dijkman. Bij Bolletje is een hoofd Opleidingen aangesteld. Samen met de plantmanager en een P&O’er trekt hij de kar. “Leermeesters opleiden, groepsleiders en assessoren trainen: we kijken wat we zelf kunnen en wat we moeten uitbesteden.”

EVC is nieuw voor Masterfoods. “Eigenlijk is het er nooit van gekomen. Maar voor de medewerkers is het zeker interessant. Het vergroot hun kansen op de arbeidsmarkt”, aldus Faassen. Vanuit werkgeversoogpunt ziet hij de noodzaak om mensen continu bij te scholen. “De technologie verandert voortdurend. Voor onze medewerkers, die meestal een Vapro-scholing [vakopleiding procesindustrie, red.] hebben, is kwaliteitscontrole en HACCP erbij gekomen.”

Opleidingscentra als aanbieder
AOC Oost en ROC de Leijgraaf gaan binnen Leren & Werken een rol spelen in het bedrijfsopleidingentraject. Het sluit ook aan bij de al bestaande regionale samenwerkingsverbanden van bedrijven Innofood in Oost-Nederland en Foodregio in oostelijk Noord-Brabant. Dick van der Meijden, opleidingscoördinator Voedingsmiddelentechnologie bij AOC Oost, en Han Viguurs, projectleider Leren & Werken bij ROC de Leijgraaf, schetsen een vergelijkbare aanpak van de leer/werktrajecten. Per functie wordt in bedrijven aangegeven welke competenties op welk niveau nodig zijn. Vervolgens wordt getoetst (en geverifieerd voor het certificaat) welke competenties aanwezig zijn en welke nog via scholing moeten worden verkregen. “Dat is vraaggestuurd duaal opleiden, zo nodig per individueel bedrijf”, aldus Van der Meijden. “Bedrijven zijn wild enthousiast. Regelmatig hoor ik: ‘Dit is nu precies waar we al jaren op wachten’.”

“Mensen scholen op die terreinen en in die kennis en competenties waar voor de functie behoefte aan is”, daar gaat het volgens Viguurs om. Het ROC wil voor de regio zuidoost Brabant een virtueel loket openen voor alle vragen over leren en werken en ontwikkelt een EVC-center en -database.

Van der Meijden noemt het positief dat de overheid nu extra impulsen geeft aan de ontwikkeling van dit soort maatwerktrajecten. “Hoewel het geld niet rechtstreeks naar de bedrijven gaat, doen zij er indirect zeker hun voordeel mee”, aldus Van der Meijden. De subsidiegelden binnen Leren & Werken zijn bestemd voor de organisatiekosten van het opzetten van samenwerking op de lange termijn tussen partijen op landelijk en regionaal niveau. Via andere regelingen, zoals vermindering van de loonbelastingafdracht, komt de overheid bedrijven in het opleiden tegemoet.

Doublures voorkomen
In het enthousiasme waarmee de opleidingscentra aan slag gaan met de leer/werktrajecten, bestaat de kans dat zaken dubbel worden gedaan. Ton Verhaeg, sectormanager Voedingsindustrie bij het kenniscentrum voedsel en leefomgeving Aequor, erkent dit: “De projectdirectie Leren & Werken probeert zaken die op meerdere plaatsen gebeuren aan elkaar te linken. Een voorbeeld is de ontwikkeling van de assessorentraining voor EVC. Dit gebeurt binnen Aequor en is vervolgens op meerdere plekken in te zetten, zelfs buiten de voedingsmiddelensector.”

Volgens Rutjes leidt de samenwerking binnen het project Leren & Werken tot een continue afstemming tussen wensen van bedrijven en aanbod van scholing. “Belangrijk is dat daar een structuur voor komt. Opleidingen die met een branche of zelfs een individueel bedrijf worden ontwikkeld, kunnen dan beschikbaar komen voor andere bedrijven.”

Concurrentie?
De reguliere opleidingscentra gaan met deze scholingstrajecten onderling de concurrentie aan en met de commerciële opleiders. De commerciëlen verzorgen, volgens inschatting van Rutjes, zo’n 70% van het scholingsaanbod voor bedrijven. Het project Leren & Werken is in het voordeel van de reguliere opleidingscentra. De regeling heeft immers tot doel dat mensen erkende certificaten behalen zodat ze met een ‘goed gevulde rugzak’ de arbeidsmarkt op kunnen. Dat sluit een aantal commerciële opleiders uit. “Tenzij men de opleiding zodanig wil aanpassen dat deze opleidt tot een door de sector erkend certificaat”, zegt Rutjes. Ze weet dat een aantal particuliere opleiders dit al doet en werkt aan uitbreiding.

LSBL Services heeft diploma-erkenning en verstrekt erkende certificaten. Directeur Gerrit de Jonge vertelt dat ook voor bedrijven certificaten als bewijs van scholing en het beschikken over de benodigde competenties steeds belangrijker worden. “Bij kwaliteitscertificering volgens BRC, HACCP of andere normen wordt bijvoorbeeld gekeken naar de inhoud van de scholingsprogramma’s.”

MKB erbij betrekken
De belangstelling voor het project Leren & Werken komt vooral van de grotere bedrijven. “Voedingsmiddelenbedrijven met minder dan 50 tot 100 medewerkers maken ook relatief weinig gebruik van EVC”, betreurt Rutjes. Verhaeg schat dat het gaat om zo’n 500 bedrijven. Beiden hopen dat de nu beschikbare extra middelen het mogelijk maken hen bij deze trajecten te betrekken. “Aan ons om de werkgever duidelijk te maken dat gekwalificeerde mensen nodig zijn om het hoofd boven water te houden.”

Aequor wil het MKB graag een plaats geven binnen de commissiestructuur, zodat er input van die zijde komt. Verhaeg: “Bij EVC en HACCP- en hygiënescholing focussen wij op het MKB. Dat is daar een hot item. Zelf kunnen de bedrijven het niet organiseren. Daarvoor ontbreekt de tijd en het geld.”

De weinige ervaringen die er in het MKB zijn, zijn positief. Een voorbeeld is Grootendorst Banket in Ochten, een bedrijf met ruim 70 medewerkers. Kwaliteitsmanager Henri Taboas vertelt enthousiast hoe het niveau van de mensen naar een steeds hoger level wordt getild: “Via kennisgesprekken met de medewerkers toetsen wij het niveau. Signaleren we dat er verbetering mogelijk is, dan verzorgen we interne scholing of er komt een cursus. Het maakt de mensen bewust en betrokken.”

Het is ook de ervaring van Verhaeg dat als de eerste stap is gezet, bedrijven gemotiveerd zijn om zelf aan de slag te gaan. Het project Leren & Werken richt zich op de bedrijven die de intentieverklaring hebben ondertekend, maar staat ook open voor andere geïnteresseerde bedrijven. Meedoen kan dus altijd.

Reageer op dit artikel