artikel

Besluit Beheer Verpakkingen roept veel vragen op

Algemeen

Met het Besluit Beheer Verpakkingen is de tijd van vrijblijvende convenanten voorbij. Bedrijven moeten gaan betalen voor hergebruik van 65% en nuttige toepassing van 70% van hun verpakkingsmateriaal. Maar de wetgeving, die sinds 1 januari van kracht is, roept nog veel vragen op.

Tijdens het congres in het Kurhaus over het nieuwe Verpakkingenbeleid schetste Kees Clement, coördinator Verpakkingen bij VROM, voor een gehoor uit het bedrijfsleven kort de achtergrond van het Besluit Beheer Verpakkingen. “De doelstellingen van de opeenvolgende convenanten, waarin het bedrijfsleven individuele verplichtingen aan ging op het gebied van vermindering van zwerfafval en hergebruik, zijn niet zijn gehaald”, aldus Clement. Nederland loopt achter ten opzichte van de direct omringende landen.

Het Besluit Beheer Verpakkingen, de opvolger van convenant III, legt de verantwoordelijkheid voor het inzamelen en hergebruiken van gemiddeld 70% van het verpakkingsmateriaal bij de producent of importeur daarvan. Dat ligt in het verlengde van de Europese kaderrichtlijn die de milieukosten in de prijs van het product wil doorberekenen. “Eigenlijk is het beleid niet veel anders dan voorheen”, meent Clement bijna verontschuldigend. “De verplichtingen ten aanzien van inzameling en recycling zijn grotendeels hetzelfde als onder convenant III, alleen nu moeten bedrijven er voor betalen.” En dat staartje verandert de zaak.

Mededeling
In de week van 17 maart ontvingen 440.000 bedrijven een brief van VROM waarin zij werden gevraagd voor 1 april een mededeling te doen over hoe zij de inzameling en recycling van hun verpakkingsmateriaal hebben geregeld. Individuele bedrijven kunnen dat zelf doen. Maar voor de meeste bedrijven ligt aansluiting bij een collectieve organisatie die de uitvoering voor hen regelt voor de hand. Voor de voedingsmiddelensector is Nedvang (Nederland van afval naar grondstof) de belangrijkste collectieve uitvoerder naast de BVNL (Stichting Bedrijfsverpakkingen Nederland). Maar nog steeds vragen veel bedrijven zich af of ze überhaupt onder dit besluit vallen. Waarschijnlijk wel. Zie het vragenlijstje van Nedvang (kader 1).

De brief van VROM resulteerde bij Nedvang in een stortvloed van vragen van bedrijven. En in de kranten verschenen verontrustende stukjes: Moest iedere marktkoopman nu zijn zakjes gaan tellen? (Boud gesteld: Ja.) Om de consternatie te verminderen stuurde staatssecretaris Van Geel eind maart een tweede brief waarin hij spijt betuigde aan bedrijven die jaarlijks minder dan 15.000 kg verpakkingsmateriaal op de markt zetten. Voor deze bedrijven geldt dat ze nog even mogen wachten. Ze hoeven zich niet individueel aan te sluiten bij Nedvang maar zullen te zijner tijd bericht krijgen van hun brancheorganisatie. Er wordt nog bekeken hoe producenten onder de 15.000 kg zich via hun brancheorganisatie of productschap collectief bij Nedvang kunnen aansluiten.

Producent in keten
De grote vraag is volgens Clement: “Wie is in de keten als producent verantwoordelijk?” In principe is de producent of importeur van een verpakking voor de wet verantwoordelijk. Maar als op de verpakking de naam staat van een ander bedrijf dan is dat andere bedrijf verantwoordelijk. Clement: “Stel Albert Heijn laat potjes jam maken door Hero. Als er Hero op het etiket staat dan is de verpakkingsbijdrage voor rekening van Hero maar als de potjes het Albert Heijn-huismerk dragen dan is de supermarktketen de producent.” Dus bij private labels is degene die opdracht geeft de verpakking onder zijn naam op de markt te brengen verantwoordelijk. Iemand van Solvay in de zaal vraagt hoe het zit als zij produceren in opdracht van een inkooporganisatie. Clement: “Als de productie onder uw merknaam geschiedt, bent u verantwoordelijk.”

Bij hergebruik van verpakkingen door verschillende bedrijven ontstaat een dubbele verantwoordelijkheid. “De eerste gebruiker zou theoretisch na moeten gaan wat er met de verpakking gebeurt”, aldus Clement, die zelf wel het probleem ziet. In ieder geval hoeft een meermalige verpakking maar één keer afgevoerd te worden. Er hoeft dus maar één keer een verwijderingsbijdrage voor te worden betaald. Het meest logische lijkt dat die verantwoordelijkheid bij de eerste gebruiker ligt.

Geen onderscheid
Over de positie van bedrijfsverpakkingen en alle B2B-verpakkingen is de wet duidelijk: Ze maakt geen onderscheid tussen bedrijfsafval en huishoudelijk afval wanneer het verpakkingsmateriaal betreft. Dus ook bedrijfsverpakkingen vallen onder het besluit en de eerste producent of de merkeigenaar is verantwoordelijk. Vaak zijn afvalstromen uit bedrijven veel zuiverder dan huishoudelijk afval en wordt het apart ingezameld. Dat is alleen maar gemakkelijk maar daarmee wordt de doelstelling van 70% niet gehaald.

Ten slotte is er de positie van de ‘last minute’-verpakkingen. Dat zijn anonieme verpakkingen zonder naam of logo zoals zakjes, snackschaaltjes en het papier waar de marktkoopman de vis in wikkelt. Clement: “Als u producten inpakt, geldt u ook als producent. En dan dient u een verpakkingsadministratie te hebben. Daarbij heeft iedereen die producten verpakt een preventieverplichting.” De wet stelt geen ondergrens aan de hoeveelheid verpakkingsmateriaal. Het besluit geldt net zo goed voor een multinational als voor de snackbar op de hoek.

Tarieven
Bedrijven die lid worden van Nedvang betalen naast een contributie voor de onkosten een vast bedrag per materiaalsoort. Nedvang wil collectief namens het bedrijfsleven afspraken maken met uitvoerende overheden om aan de inzamel- en hergebruikverplichting te voldoen. Maar op dit moment kan Nedvang haar leden nog geen zekerheid bieden over de tarieven want er is nog geen raamovereenkomst met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Tot nog toe hebben zich bij Nedvang nu zo’n 20.000 bedrijven aangemeld die volgens een schatting van woordvoerder René de Bondt zo’n 40% van het verpakkingsvolume in Nederland vertegenwoordigen. Bij zijn presentatie benadrukte De Bondt dat Nedvang niet verantwoordelijk is voor het halen van de doelstelling (kader 2): “Wij gaan een aantal van uw verantwoordelijkheden overnemen op administratief en uitvoerend terrein. Maar u bent en blijft verantwoordelijk en u hebt bijvoorbeeld een preventieverplichting. Als het collectief niet in staat is de doelstelling te halen springt de verplichting over naar het individuele bedrijf.”

Nedvang wil efficiëntie behalen door schaalvoordeel. “Een vleeswarenproducent hoeft niet zijn bebloede schaaltjes in te nemen”, redeneert De Bondt, “We kunnen ons bijvoorbeeld beter richten op flessen en shampooflacons. En zeventig procent is heel efficiënt. Dan zijn we weer koploper in Europa.”

Reageer op dit artikel