artikel

Stoffen voor bijzondere voeding

Algemeen

Bij het vervaardigen van voor bijzondere voeding bestemde voedingsmiddelen mogen uitsluitend stoffen worden gebruikt die in de bijlage van Richtlijn 2001/15/EG zijn vermeld. Deze lijst is recent uitgebreid met een aantal verbindingen van vitaminen en mineralen die door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid positief zijn beoordeeld.

Kaderrichtlijn 89/398/EEG heeft betrekking op voor bijzondere voeding bestemde voedingsmiddelen. Dit zijn voedingsmiddelen die zich door hun bijzondere samenstelling of bereidingswijze duidelijk van gangbare voedingsmiddelen onderscheiden. Verder moeten zij voor het aangegeven voedingsdoel geschikt zijn en moet bij het in de handel brengen die geschiktheid voor dat specifieke doel worden aangeduid.

Een bijzondere voeding behoort te voldoen aan de bijzondere voedingsbehoefte van groepen personen. Deze groepen worden onderverdeeld in:
– mensen met een spijsverterings- of stofwisselingsstoornis,
– mensen die zich in bijzondere fysiologische omstandigheden bevinden en die daarom bijzonder gebaat kunnen zijn bij een gecontroleerde opname van bepaalde stoffen in voedingsmiddelen, of zuigelingen, peuters of kleuters met een goede gezondheid.
De voeding bedoeld voor de eerste twee categorieën mag worden aangeduid als dieetvoeding. Het is echter verboden om medische claims te vermelden op de etiketten van deze typen bijzondere voeding.

Specifieke voedingsdoeleinden
Richtlijn 2001/15/EG regelt het gebruik van stoffen die voor specifieke voedingsdoeleinden mogen worden toegevoegd aan bijzondere voeding. In de bijlage van deze richtlijn staan drie categorieën stoffen:
– categorie 1: vitaminen,
– categorie 2: mineralen,
– categorie 3: aminozuren.
Deze stoffen mogen alleen worden gebruikt in voor bijzondere voeding bestemde voedingsmiddelen. Het gebruik van die stoffen moet ook voldoen aan kaderrichtlijn 89/398/EEG.

Het gebruik van voedingsstoffen in deze voedingsmiddelen moet resulteren in de vervaardiging van veilige producten, zoals aan de hand van algemeen erkende wetenschappelijke gegevens is vastgesteld. Ook moeten de in de bijlage opgenomen stoffen voldoen aan bepaalde zuiverheidcriteria. Zijn deze criteria er niet, dan gelden zuiverheidcriteria die door internationale organen zijn aanbevolen en die algemeen zijn aanvaard.

Wijzigingen
Richtlijn 2006/34/EG regelt de wijziging van de te gebruiken stoffen die in de bijlage van Richtlijn 2001/15/EG zijn vastgelegd. De wijzigingen, het opnemen van een aantal verbindingen van vitaminen en mineralen, zijn door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) positief beoordeeld en opgenomen in die bijlage. Die wijzigingen zijn:

Bij de categorie vitaminen wordt het woord ‘foliumzuur’ vervangen door ‘folaat’. Verder wordt onder folaat als stof toegevoegd ‘calcium-L-methylfolaat’. Deze stof kan worden toegepast in alle LBV. Concreet houdt dit in: alle voedingsmiddelen voor bijzondere voeding met inbegrip van LSMD, maar met uitsluiting van volledige zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte voeding op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters.

In de categorie mineralen wordt onder magnesium de stof ‘magnesium-L-aspartaat’ toegevoegd. Deze stof kan worden verwerkt in LSMD ofwel voedingsmiddelen voor bijzondere voeding die voor speciale medische doeleinden bestemd is.

Onder ijzer wordt de stof ‘ijzerbisglycinaat’ toegevoegd met als gebruiksvoorwaarde alle LBV.

De wijzigingen ten aanzien van het gebruik van deze stoffen zijn op 31 december 2006 van toepassing. Op die datum moeten de Lidstaten deze richtlijn dus hebben geïmplementeerd in hun nationale regelgeving.

Reageer op dit artikel