artikel

Risico’s vroegtijdig opsporen

Algemeen

De crisis rond acrylamide in april 2002 had voorkomen kunnen worden. De eerste indicaties waren er al vijf jaar eerder, alleen werden deze niet onderkend. In het Food Informatics project wordt door TNO Kwaliteit van Leven een systeem ontwikkeld dat wereldwijd databases scant op informatie over mogelijke gevaren voor de voedselveiligheid. Uiteindelijk moet de mens deze mogelijke gevaren op hun merites beoordelen.

De acrylamidecrisis in 2002 hadden we mogelijk al op twee eerdere momenten aan kunnen zien komen. Tenminste, als we toen over de juiste informatie hadden kunnen beschikken.

De allereerste mogelijkheid was in1997. Toen werd in een wetenschappelijke publicatie beschreven dat in het bloed van controlepersonen bij twee arbeidhygiënische studies in Zweden het potentieel kankerverwekkende acrylamide was aangetroffen. Natuurlijk togen de onderzoekers naar aanleiding van deze totaal onverwachte bevindingen aan het werk om de bron van het acrylamide op te sporen.

De tweede mogelijkheid deed zich voor in juni 2000. Toen publiceerden (alweer) Zweedse onderzoekers in een wetenschappelijk tijdschrift over de aanwezigheid van hoge concentraties acrylamide in het bloed van ratten die gefrituurd rattenvoer hadden gegeten. De onderzoekers van deze experimentele dierstudie opperden toen dat het acrylamide in het bloed van de controlepersonen in de studies uit 1997 afkomstig zou kunnen zijn uit verhitte voeding. Via vervolgonderzoek wilden zij aantonen dat ook mensen acrylamide binnenkrijgen door het consumeren van verhitte voeding.

Het duurde echter nog tot april 2002, toen er plotseling veel media-aandacht ontstond naar aanleiding van het persbericht van de Zweedse overheid over de aanwezigheid van het mogelijk kankerverwekkende acrylamide in gebakken en gefrituurde producten zoals chips, patat, cornflakes, maar ook brood en koffie. Het zou ‘miljoenen mensen’ betreffen, waarvan er jaarlijks honderden zouden sterven. Er werd gesproken over een crisis.

Dioxine
De acrylamidecrisis stond niet op zich. Denk aan andere incidenten, zoals het dioxine in kaolineklei dat in 2004 werd gebruikt bij het sorteren van aardappelen. Al in 1997 had de Food and Drug Administration gewaarschuwd voor de aanwezigheid van dioxine in enkele kleimijnen.

Dergelijke crises maken duidelijk dat als de informatie op een eerder moment bekend was geweest, gevaren voor de gezondheid van de consument en bedrijfseconomische schade aanzienlijk kunnen worden beperkt.

TNO Kwaliteit van Leven ontwikkelt daarom een informatiesysteem waarmee in een zo vroeg mogelijk stadium risico’s voor de voedselveiligheid kunnen worden geïdentificeerd. Dat vinden van de juiste informatie is geen eenvoudige taak in een wereld waar sprake is van een enorme toename van de hoeveelheid informatie. Het gaat in feite om het zoeken naar de spreekwoordelijke speld in de hooiberg. Het beoogde systeem zal dagelijks automatisch websites en databases doorzoeken op stukjes informatie die wijzen op opkomende gevaren voor de voedselketen.

Food Informatics
Om een dergelijk informatiesysteem te kunnen realiseren, neemt TNO Kwaliteit van Leven deel aan het project Food Informatics. Dit project is onderdeel van het landelijke Bsik-programma ‘Virtual laboratory for e-science’ (www.vl-e.nl). Daarin werken meer dan 20 academische en commerciële organisaties gezamenlijk aan het oplossen van complexe informatie vraagstukken.

Het Food Informatics-project is een gezamenlijk initiatief van Unilever, Friesland Foods, WCFS/A&F en TNO Kwaliteit van Leven. Deze partijen werken samen aan een aantal gemeenschappelijke tools om hiermee hun eigen specifieke doelstellingen te kunnen realiseren. De technologie die binnen het Bsik-programma wordt ontwikkeld ligt op het gebied van het slim zoeken naar begrippen en naar de relaties tussen die begrippen. Deze begrippen en relaties worden bewaard in een kennisbank. In het geval van acrylamide is nu in deze kennisbank opgeslagen dat acrylamide wordt gevormd bij het verhitten van voeding. Vervolgens kunnen we gaan zoeken naar gelijksoortige en tevens nieuwe relaties in Nederlandstalige en Engelstalige teksten. Wanneer iemand op het internet iets schrijft over de nieuwe relatie: ‘stofje X wordt gevormd bij het verhitten van voeding’, dan wil TNO dit bericht vinden.

Reduceren
Indien we voor het verwerken van de enorme hoeveelheden tekst die we kunnen vinden op het internet extra computercapaciteit nodig hebben, kunnen we gebruiken maken van een zeer krachtig computernetwerk, ‘het Grid’, binnen het Bsik-programma.

De gevonden resultaten worden gepresenteerd in de vorm van een lijst van hits, zoals we dat kennen van de internetzoekmachines, met dit verschil dat de achterliggende techniek tot een veel hogere nauwkeurigheid leidt. Het zal de kunst zijn om het aantal hits zodanig te reduceren tot een hanteerbaar aantal, zonder dat daarbij informatie wordt gemist. Vervolgens zullen TNO-experts worden ingezet om de mogelijke gevaren te evalueren. Eind 2006, begin 2007 wil TNO zo ver zijn dat de eerste resultaten op het gebied van vroege signalering van opkomende risico’s voor de voedselveiligheid kunnen worden gepresenteerd.

Reageer op dit artikel