artikel

Materialen in contact met levensmiddelen moeten traceerbaar zijn

Algemeen

Materialen van machines of procesapparatuur en hulpstoffen die zijn gebruikt bij het productieproces en in contact komen met het voedingsmiddel, zijn de oorzaak van meer dan de helft van de recalls. Vaak heeft dit te maken met slijtage, foutief gebruik van bijvoorbeeld smeermiddelen of gebrek aan discipline bij onderhoud of reiniging. Vanaf oktober dit jaar moeten voedingsmiddelenproducenten deze materialen kunnen traceren. Zaak dus om een manier te vinden om de gegevens van gebruikte apparatuur en hulpmiddelen te koppelen aan de eindproducten.

Veel voedingsmiddelen producenten hebben (nog) geen systeem om onderdelen van procesapparatuur en machines, smeermiddelen en andere hulpstoffen te traceren. In oktober 2006 wordt echter de traceerbaarheidsparagraaf van de al in 2004 aangenomen verordening (nr. 1935/2004) van kracht die dit wel vereist. Het Europese Parlement onderkende namelijk dat veel recalls zijn terug te voeren op deze materialen. Evenals voor grondstoffen en verpakkingsmaterialen geldt ook hierbij conform het principe van de General Food Law dat elke speler in de keten een stap voorwaarts en een stap achterwaarts in de keten moet kunnen traceren. De onderdelen, machines of hulpstoffen zullen moeten worden geïdentificeerd om ze te kunnen koppelen aan de batchgegevens van de productie.

Risico bij recall
De minimumeisen die zowel de General Food Law als de nieuwe verordening voor traceerbaarheid stelt, staan vermeld in het kader. Hieraan voldoen is relatief eenvoudig. De voedingsmiddelenproducent moet zich echter afvragen welk bedrijfsrisico er wordt gelopen in het geval van een recall. Dan geldt immers de verplichting om binnen vier uur aan te geven voor welk voedingsmiddel bepaalde apparatuur of onderdelen zijn gebruikt. Indien deze informatie niet kan worden geleverd, kan een grote hoeveelheid gereed product als ‘verdacht’ worden aangemerkt.

Niveau traceerbaarheid
Om die risicoafweging te kunnen maken, start de voedingsmiddelenproducent met een inventarisatie en risicoanalyse van de gebruikte apparatuur, onderdelen en materialen. Dit geeft zicht op het te beheersen risico en daarmee het (detail)niveau van traceerbaarheid. Praktische voorbeelden zijn afdichtingsringen die verslijten tijdens het productieproces in vulmachines, vormplaten in vormmachines en transportbanden. Het risico dat in dit soort onderdelen iets fout gaat, moet ingeschat worden en er dient bepaald te worden wat het bedrijfsrisico is bij een probleem. Op basis daarvan is een keuze te maken voor de benodigde administratieve hulpmiddelen en de operationele procedures om de gegevens vast te leggen.
In de praktijk kan het betekenen dat voor uitwisselbare onderdelen in het proces of in een verpakkingsmachine een administratie moet worden gevoerd. Dit houdt in dat vastgelegd dient te worden voor welke batch aan eindproducten deze onderdelen zijn ingezet. De onderdelen moeten dan wel identificeerbaar zijn. De leveranciers van de onderdelen zal de voedingsmiddelenproducent moeten helpen de identificatie eenvoudig te maken (zie ook kader Voorwaarden).

Leveranciers en toeleveranciers
De nieuwe traceerbaarheidseisen voor materialen die in contact komen met voedingsmiddelen gelden ook voor de leveranciers van machines en apparatuur en van materialen en onderdelen. Ook zij moeten bij een recall kunnen aangegeven welke onderdelen of batches van materialen gebruikt zijn bij de productie van bepaalde apparatuur of onderdelen die in contact zijn geweest met het teruggeroepen product. En ook hier geldt: Is deze informatie niet voorhanden, dan kan een grote hoeveelheid geleverde producten ‘verdacht’ zijn.

Om tot een adequaat systeem te komen, moeten leveranciers van apparatuur eerst vaststellen welke materialen of onderdelen bedoeld zijn om in contact te komen met het voedingsmiddel. Het gaat daarbij om transportbanden, warmtewisselaars, afdichtingen, plaatmateriaal, buizen, pompen, afsluiters et cetera én de reserveonderdelen. Verder zijn relevant de aan slijtage onderhevige delen als kunststof materialen van vormmachines, onderdelen van vulmachines, afdichtingen in roterende apparatuur enzovoorts. Bovendien mogen materialen die worden verbruikt niet worden vergeten, zoals afdichtingsvloeistoffen in lagers en filters. Voor al deze materialen en onderdelen geldt dat ze een stap voorwaarts en een stap achterwaarts in de keten traceerbaarheid moeten zijn.

De toeleveranciers van apparatuur- en machinebouwers dienen voor alle onderdelen de traceerbaarheid te verzorgen.

Bedrijfsrisico
Evenals de voedingsmiddelenproducent moet de (toe)leverancier van apparatuur, machines of onderdelen de afweging maken voor welke materialen traceerbaarheid wordt ingevoerd en tot op welk niveau. De ontwerpers van apparatuur zullen dus moeten inschatten welk risico het gebruik van apparatuur, onderdelen of materialen in specifieke toepassingen met zich mee brengt en wat de gevolgen van een recall zouden zijn. Relevante criteria daarbij zijn het aantal geleverde producten, aantal klanten, geografische spreiding van de geleverde producten, impact van ontwerpwijzigingen op de kostprijs, et cetera.

Keuze leverancier
De voedingsmiddelenproducent moet bij de keuze van zijn leverancier van machines, apparatuur of materialen laten meewegen tot welk niveau de leverancier traceerbaarheid heeft doorgevoerd. Hoe snel en betrouwbaar kan een leverancier gegevens leveren in geval van een recall?

Het antwoord op die vraag is relatief eenvoudig te krijgen door te letten op de werkwijze van een leverancier. De machine- en apparatenbouwer zal traceerbaarheid met zijn toeleverancier van onderdelen en materialen vrijwel altijd vast leggen in een onderdelenlijst (‘bill of materials’) van een apparaat. Of dit gebeurt, is eenvoudig te controleren.

Als het noodzakelijk wordt gevonden een stap verder te gaan, kan voor het verbruiken van materialen en onderdelen door de machinebouwer het ‘first in first out’-principe worden toegepast. Doordat hierbij batches van onderdelen en materialen na elkaar worden gebruikt, beperkt men het aantal apparaten dat mogelijk voorzien is van een bepaald foutief onderdeel of materiaal.

In het uiterste geval kan een machineleverancier voor bepaalde materialen en onderdelen ‘lot tracking’ toepassen. Via lot tracking is altijd een relatie te leggen tussen geleverde apparatuur en de (toe)leverancier van de materialen en onderdelen.
Bedrijfseconomische criteria bepalen de keuze. First in first out en zeker lot tracking brengt nu eenmaal kosten met zich mee. Deze moeten opwegen tegen het risico op een recall en de daaraan verbonden kosten. De machine- en apparatenbouwer kan in overleg met de voedingsmiddelenproducent een werkwijze kiezen waarmee bij een recall aan de gewenste snelheid en accuratesse van de informatiestroom is te voldoen.

Reageer op dit artikel