artikel

Eten om de verkeerde reden

Algemeen

Er zijn mensen die, als ze eenmaal begonnen zijn, niet lijken te kunnen stoppen met eten. Hoe komt dat? Heeft iedereen dat? Waardoor wordt schransgedrag precies getriggerd? De Nijmeegse promovendus Machteld Ouwens deed er onderzoek naar. Kan de voedingsmiddelenindustrie helpen?

Is lijnen slecht voor de lijn? Het jojo-effect, elkaar opvolgende rondes van afvallen en weer aankomen – elke keer een beetje meer, suggereert van wel. Welke krachten schuilen hier achter? Geestelijkegezondheidkundige Machteld Ouwens onderzocht het ‘disinhibitie-effect’, het verschijnsel dat mensen die veel met hun gewicht bezig zijn en regelmatig op dieet gaan (‘ingehouden eters’) het op een schransen zetten (‘overeten’) nadat zij in een laboratoriumsetting een hapje of drankje hebben gehad, of in een negatieve stemming zijn gebracht.

Klassiek
Ouwens’ onderzoek borduurt voort op een, inmiddels klassiek, experiment uit 1975 van C.P. Herman en D. Mack. Zij gaven proefpersonen milkshakes te drinken, waarna ze – zogenaamd – een smaaktest kregen voorgeschoteld. De hypothese was dat de ingehouden eters tijdens de smaaktest, waarbij ze drie soorten ijs moesten proeven, meer zouden eten dan de niet-ingehouden eters. Dat gebeurde inderdaad. Deelnemers die hadden aangegeven op hun gewicht te letten en matig te eten, aten na de milkshakes meer ijs dan de onbezorgde eters.

De theorie die dit verschijnsel moest verklaren, veronderstelt dat er twee krachten aan het werk zijn in de etende mens. Aan de ene kant is er een fysiologische behoefte om te eten, aan de andere kant een psychologisch, zelfopgelegd ‘zich inhouden’. Niet iedereen kan zich even goed inhouden. Het in het laboratorium opgedrongen voorafje werkt voor sommigen ontremmend. Ingehouden eters laten hun ingehouden eetpatroon onder sommige omstandigheden los. Lijnen zou bij deze groep overeten en zelfs eetstoornissen kunnen veroorzaken, zo was de veronderstelling.

Vragenlijsten
Behalve een voorafje nuttigen, moesten de proefpersonen ook een vragenlijst invullen. De vragen gingen over gewichtsschommelingen, ingehouden eten en overeten. Deelnemers die hoog scoorden op de vragen over overeten, scoorden ook hoog op het overeten zelf tijdens het experiment.

Machteld Ouwens gebruikte voor haar onderzoek dezelfde vragenlijst als Herman en Mack, maar legde haar proefpersonen daarnaast nog twee vragenlijsten voor waarin op de onderdelen ‘ingehouden eten’ en ‘overeten’ iets meer werd doorgevraagd. Daardoor kon zij zich een gedifferentieerder beeld vormen van het eetgedrag van de deelnemers.

Studenten
Is het disinhibitie-effect, overeten na een voorafje, te verklaren uit ingehouden eetgedrag of uit een neiging tot overeten? Dat was de hoofdvraag van Ouwens’ promotieonderzoek. Net als Herman en Mack zette zij haar proefpersonen in het laboratorium een milkshake voor. In een tweede experiment offreerde zij hen een alcoholische drank en in een derde experiment maakte zij ze wijs dat ze na een smaaktest een toespraak moesten houden.

Na de milkshake moesten de deelnemers chocoladekoekjes ‘proeven’ en na de alcoholische drank kregen ze Tucjes te eten. Uit deze twee experimenten kwamen bruikbare resultaten. Het derde experiment, waarbij ook Tucjes op tafel kwamen, leverde niets op. “Dat kan hebben gelegen aan de opzet”, zegt Ouwens. “Het ‘publiek’ dat voor de ‘toespraak’ kwam, was al tijdens de ‘smaaktest’ aanwezig. De proefpersonen wisten dus dat ze werden geobserveerd. Dat kan er voor hebben gezorgd dat ze zich inhielden.”

De proefpersonen waren studenten – 400 in totaal. Ouderejaars klinische psychologie konden geen proefpersoon zijn, maar ook van de jongerejaars hadden sommigen de opzet van het experiment door. Machteld Ouwens: “Na afloop vroeg ik wat ze dachten dat we hadden getest. Studenten die vermoedden dat we keken hoe veel iemand at, kwamen op een aparte lijst. Je kon ook aan hun eetgedrag aflezen dat ze de zaak door hadden. Die telden we dus niet mee.”

Aangeleerd
Bij alle drie experimenten werd geen disinhibitie-effect gevonden. De ingehouden eters zetten het na het voorafje niet op een schransen. Wel aten sommige deelnemers beduidend meer dan anderen. Tijdens het onderzoek bleek dat aan de hand van de antwoorden op de vragen kon worden voorspeld welke proefpersonen meer zouden eten. Een aantal vragen wezen in de richting van een ‘neiging tot overeten’. Wie daar hoog op scoorde, at meer dan de andere deelnemers. Tegen de verwachting in was ‘ingehouden eten’ geen voorspeller van overeten.
Is de conclusie nu: neiging tot overeten voorspelt overeten – of, iets afgezwakt, wie een neiging tot overeten heeft, eet meer dan anderen? Ouwens: “Het lijkt misschien circulair, maar dat is het niet. ‘Neiging tot overeten’ heeft namelijk drie gezichten. Je hebt emotionele eters, externe eters en mensen die lijden aan boulimie. De laatste categorie valt een beetje buiten dit onderzoek, vanwege de complexiteit van de stoornis. Externe eters reageren sterker op externe prikkels (zien of ruiken van voedsel) dan op interne prikkels (honger of verzadiging).

Emotionele eters eten om negatieve gevoelens te verlichten. Emotioneel eten is trouwens iets heel tegennatuurlijks. Bij stress gaat alle energie normaal gesproken naar de spieren. Die moeten in actie komen: de bekende ‘fight or flight’-reactie. Er is dan geen energie beschikbaar voor het verteren van voedsel. Emotioneel eten is dus zeer waarschijnlijk aangeleerd gedrag.”

Dieet
Emotionele en externe eters zijn meer dan anderen met hun gewicht bezig. Uit het onderzoek van Ouwens volgt dat, anders dan de afgelopen 30 jaar werd gedacht, het volgen van een dieet geen risico voor overeten of het ontwikkelen van een eetstoornis vormt. Maar emotioneel of extern eten is op zich al problematisch genoeg: je wordt er dik van.

Om de emotionele eter te helpen, zou een meer op de emoties toegespitste therapie over omgaan met eten moeten worden ontwikkeld, denkt Ouwens. De externe eter zou kunnen worden geholpen met gedragstherapie waarin wordt geleerd om te gaan met verleiding. Een dieet, hoewel het dus niet schaadt, baat geen van beide: “Dat houden ze niet vol.”

Verleiding
Steeds meer mensen hebben overgewicht. Zijn er nu meer emotionele en externe eters dan vroeger? Volgens Machteld Ouwens wordt overgewicht in de eerste plaats veroorzaakt door gebrek aan beweging: “Kinderen zitten te vaak voor de tv. Veel volwassenen zitten zeven uur per dag voor een beeldscherm.”
Bij sommige mensen spelen daarnaast andere factoren een rol.

Ouwens: “Emotionele en externe eters zijn gevoeliger, kwetsbaarder voor omstandigheden. En de omstandigheden werken niet mee. Overal om je heen, op straat, op het station, bij de benzinepomp, wordt voedsel aangeboden.”
Kan de voedingsmiddelenindustrie iets doen om het deze groep niet nog moeilijker te maken? Wat denkt Ouwens van de tweedelige Bounty’s, Twixen en Marsen waarvan fabrikanten zeggen dat ze bedoeld zijn om ons te helpen in de strijd tegen overgewicht. Je hoeft de reep immers niet in een keer op te eten, je kunt de helft bewaren voor later of met iemand delen. Ouwens: “Dat zal de externe eter niet helpen. Een reep chocola die is aangebroken, gaat op.” En kleinere porties? McDonald’s heeft zijn Big Mac op verzoek een beetje ‘smaller’ gemaakt. “Kleinere porties kunnen wel helpen. De externe eter houdt op met eten als het eten op is.”

Reageer op dit artikel