artikel

Dierplagen weren in de praktijk

Algemeen

Bij ongediertebestrijding wordt vaak gedacht aan chemische middelen. Maar in de praktijk worden die pas in laatste instantie ingezet. Het voorkomen, dus het weren van plaagdieren is veel belangrijker – en op de lange termijn effectiever. Drie aspecten vragen daarbij om aandacht: bouwkundige, hygiënische en bedrijfsmatige.

Tijdens de inspectie van een productiebedrijf valt op hoe gemakkelijk knaagdieren en insecten binnenkomen. De huismuis heeft al voldoende aan een opening van een halve centimeter. Stootvoegen en ventilatieopeningen in buitenmuren zijn vaak breder. Via deze openingen komen de muizen de spouwmuur in. Omdat muizen, en ook ratten, zeer goede klimmers zijn, verplaatsen ze zich via de spouw razendsnel door het hele gebouw.

Leidingen
Muren en doorvoerleidingen boven, doorgaans mooie, systeemplafonds zijn vaak slecht afgewerkt. Dat biedt mogelijkheden voor knaagdieren om het pand binnen te komen. Leidingen en kabelgoten zijn de ‘snelwegen’ waarlangs knaagdieren zich verplaatsen. Het is daarom raadzaam doorvoeren tussen de verschillende afdelingen met deugdelijke (niet-doorknaagbare) materialen af te dichten.
Horizontale kabelgoten hebben daarnaast als nadeel dat zich hierin vuil en stof kan ophopen, waarin larven van insecten (die mogelijk voorraden aantasten) zich kunnen ontwikkelen. Het gebruik van verticale kabelladders is daarom aan te bevelen.

Deuren en ramen
Behalve door openingen in muren, komen knaagdieren en insecten ook op de ‘gewone’ manier binnen: via deuren en ramen. Deuren en ramen sluiten vaak slecht af. Roldeuren zijn meestal zo afgesteld dat er in gesloten toestand een kier blijft tussen de vloer en het afdichtrubber. Bij regelmatig intern transport blijft vaak de deur onnodig lang openstaan, vooral in de zomerperiode, als het bijvoorbeeld warm wordt in het magazijn. Bedrijven waar ook ’s avonds en ’s nachts wordt doorgewerkt, hebben te maken met een extra risico: insecten worden door het licht aangetrokken. Door horren te plaatsen kunnen ze worden geweerd.

Rondom het pand
De bruine rat is een knaagdier dat voornamelijk in het riool en langs slootkanten voorkomt. Een goed rioolstelsel, zonder defecten en open verbindingen, is belangrijk. Bij vervangen van een deel van het riool is het aan te bevelen het oude riool volledig te verwijderen. Langs sloten kan een hoge begroeiing voor schuilplaatsen zorgen. Dit geldt natuurlijk ook voor de rest van het terrein. Een hoge wilde begroeiing zorgt voor goede schuilplaatsen, waardoor knaagdieren onzichtbaar blijven.

Gladde vloeren en muren
Tijdens de kwaliteitsinspecties van het KAD (Stichting Kennis-, Advies- en Exameninstituut Dierplagen) worden veelvuldig scheuren en kieren in vloeren en muren geconstateerd. Vaak zijn die het gevolg van de werking van materialen. Op deze plekken vindt ophoping van vuil en stof plaats. Insecten vinden hier goede schuilplaatsen. Een pand moet voorzien zijn van gladde en afwasbare vloeren, en van wanden en plafonds zonder kieren en scheuren.

Hygiënische tekortkomingen
Knaagdieren en insecten zijn op zoek naar voedsel. De manier om overlast te voorkomen, is het wegnemen van voedselbronnen door hygiënisch te werken. Een schoonmaakrooster kan hierbij een goede hulp zijn. Over het algemeen worden productiehallen goed gereinigd. Plaagdieren komen echter vaak tot ontwikkeling in ruimten waar producten worden opgeslagen.

Opslag
Kapotte zakken in een magazijn, of meelresten in een siloruimte, ontstaan door lekkende leidingen of onhygiënisch werken: ze zorgen er voor dat voorraadaantasters tot ontwikkeling komen. Deze insecten kunnen vervolgens in het eindproduct terechtkomen.

Machinepark
Regelmatig komt het voor dat voedselverwerkende machines zelf een besmettingsbron zijn. Veel machines zijn zo geconstrueerd dat deze moeilijk zijn te reinigen. In dode hoeken blijven (meel)resten achter die als voedingsbron voor larven van voorraadaantasters dienen.

Afvoer en opslag van afval
Afvalcontainers moeten regelmatig worden gereinigd. Daarbij is het van belang te controleren in welke staat de vervangende container verkeert. Deksels op afvalbakken en zeilen op afvalcontainers gaan overlast van vogels tegen. Ruimten waar levensmiddelen of grondstoffen voor levensmiddelen worden verwerkt, zijn aantrekkelijke verblijfplaatsen voor huismussen. Ze veroorzaken soms een ware plaag in voedselverwerkende bedrijven. Uit hygiënisch oogpunt zijn ze daar niet aanvaardbaar in verband met mogelijke verspreiding van ziekten en bevuiling van voedselvoorraden. Bovendien verspreiden ze een onaangename geur en komen in hun nesten schadelijke insecten en mijten voor. Toegangsdeuren moeten daarom zo veel mogelijk gesloten blijven. Gebruik van flapdeuren, stroken- of luchtgordijnen kan behulpzaam zijn. Netten kunnen soms ook uitkomst bieden. NB: De huismus is een beschermde vogel!

Bedrijfsmatige wering
Bedrijfsmatige wering heeft vooral te maken met de manier van werken. Ongedierte kan binnenkomen via grondstoffen en retourgoederen. Het is belangrijk deze altijd zorgvuldig te controleren of in quarantaine te plaatsen. Om kruisbesmetting te voorkomen, is het aan te raden gereed product niet in dezelfde ruimte als de grondstoffen te plaatsen.

Houd afstand
Producten kunnen het beste van de muren en de vloer zijn geplaatst. Knaagdieren hebben over het algemeen een slecht gezichtsvermogen en verplaatsen zich het liefst langs muren zodat ze aan een zijde beschermd zijn. Verder is het pand dan ook beter te inspecteren, de vloeren zijn makkelijker schoon te houden en het eventueel plaatsen van lokaasdepots is op deze manier beter uit te voeren.

Klimaat
Insecten ontwikkelen zich sneller bij een hogere temperatuur. Vocht kan ook verantwoordelijk zijn voor de aanwezigheid van plaagdieren. Stilstaand water op het terrein en in de kruipruimte moet worden voorkomen. Hierin ontwikkelen zich muggen. Een hoge luchtvochtigheid kan leiden tot grote hoeveelheden stofluizen. Het terugbrengen van de luchtvochtigheid is hiervoor de oplossing, een bestrijding is niet nodig.

First in, first out
Een goed fifo-systeem tijdens de opslag van grondstoffen en producten is van groot belang. Producten die te lang blijven staan, vormen een potentiële ontwikkelingsbron voor voorraadaantasters. De ontwikkelingstijd van graanklanders bedraagt bij 23°C ongeveer een maand, een vruchtmot heeft bij deze temperatuur ongeveer anderhalve maand nodig en de broodkever twee maanden.

Communicatie en vakkennis
Wering van plaagdieren blijkt heel belangrijk. Met bestrijden kan een probleem in eerste instantie worden verminderd, maar het zal altijd terugkomen zolang de bron niet wordt aangepakt. Het is goed te weten welk plaagdier overlast veroorzaakt, wat zijn leefwijze is en wat de tekortkomingen in het bedrijf zijn. Naast de genoemde weringmaatregelen is het belangrijk dat het personeel op de hoogte is van de risico’s van plaagdieren. Ze moeten attent worden gemaakt op sporen die wijzen op plaagdieren (buiksmeer van knaagdieren langs de muren, uitwerpselen). Zo kunnen in een vroeg stadium al maatregelen worden genomen.

De communicatie tussen de opdrachtgever (het voedingsmiddelenbedrijf) en de ongediertebestrijder verloopt vaak gebrekkig. Het is belangrijk dat de contactpersoon (vaak de kwaliteits- of facilitair manager) binnen het bedrijf ook kennis van plaagdierpreventie heeft zodat deze als gelijkwaardige gesprekpartner met de bestrijder kan praten. Er zijn in Nederland al verscheidene kwaliteitsmanagers die met succes de opleiding Bestrijdingstechnicus van Musca doorlopen hebben en de gevaren van plaagdieren op de juiste manier kunnen inschatten.

Reageer op dit artikel