artikel

Betere darmflora voor zuigelingen

Algemeen

Verschillen in gezondheid tussen borst- en flesgevoede kinderen zouden gedeeltelijk kunnen worden verklaard door verschillen in hun darmflora. In Nederland zijn zuigelingenvoedingen verkrijgbaar waaraan een mengsel van onverteerbare oligosachariden is toegevoegd. Door deze toevoeging gaat de darmflora van de zuigelingen meer lijken op die van baby’s die moedermelk krijgen.

“In Nederland en andere westerse landen is de zuigelingenvoeding van bijzonder goede kwaliteit en in verreweg de meeste gezinnen is de hygiëne in orde. Toch krijgen kinderen die met de fles worden gevoed vaker infecties dan baby’s die de borst krijgen. Ze hebben bijvoorbeeld eerder last van diarree en oorontsteking. Blijkbaar moet zelfs de beste zuigelingenvoeding het nog afleggen tegen moedermelk.”

Dat vindt dr. Astrid Bakker-Zierikzee, die.in januari promoveerde aan Wageningen Universiteit. “Een deel van het verschil in gezondheidseffecten van moedermelk en flesmelk kunnen we verklaren uit het feit dat moedermelk antistoffen tegen infectieuze organismen bevat”, aldus Bakker. “Maar er is ook een verschil in samenstelling van de darmflora tussen borstgevoede en flesgevoede kinderen. Borstgevoede kinderen hebben meer bifidobacteriën en lactobacillen in de darm, omdat moedermelk niet-verteerbare oligosachariden bevat. Deze verbindingen worden door de enzymen van de zuigelingen niet afgebroken en kunnen daardoor niet door de darmbacteriën als voedingsstof worden gebruikt. Door de stofwisselingsactiviteit van deze bacteriën is de pH van de ontlasting van de borstgevoede zuigelingen significant lager dan die van flesgevoede baby’s. Het doel van mijn onderzoek was uit te zoeken of het mogelijk is flesvoeding door toevoeging van oligosachariden of bifidobacteriën zo aan te passen dat de darmflora van de zuigelingen meer gaat lijken op die van kinderen die de borst krijgen.”

Gerekruteerd in zwembaden
Voor de geboorte is de darm van kinderen steriel. De eerste bacteriën krijgt een kind binnen tijdens de geboorte. Er is dan ook een groot verschil in samenstelling van de darmflora tussen vaginaal geboren kinderen en baby’s die via een keizersnede ter wereld gekomen zijn. Gedurende de eerste weken na de geboorte vinden aanzienlijke veranderingen plaats in de darmflora. Sommige soorten komen en gaan, andere soorten vestigen zich min of meer blijvend. Na ongeveer twee weken treedt een enigszins stabiele situatie in, en dan is het verschil in darmflora tussen borstgevoede en flesgevoede zuigelingen duidelijk. Als de kinderen na ongeveer zes maanden overgaan op meer vaste voeding vinden opnieuw grote verschuivingen in de darmflora plaats. De verschillen tussen aanvankelijk borst- en aanvankelijk flesgevoede kinderen verdwijnen dan snel.

Bakker wilde het effect van aanpassing van de flesvoeding onderzoeken bij zuigelingen vanaf de geboorte, met een controlegroep kinderen die de borst kregen. Ze benaderde in de regio Arnhem-Nijmegen enige honderden vrouwen in de laatste maand van hun zwangerschap: “We hebben folders uitgedeeld, posters opgehangen en mondeling geworven in wachtkamers van verloskundigen, en in het zwembad tijdens het wekelijkse uur zwangerschapszwemmen. We kregen uiteindelijk 175 positieve reacties – van 101 vrouwen die van plan waren borstvoeding te gaan geven, en van 74 vrouwen die hun kind vanaf de geboorte met de fles wilden grootbrengen.”

Bakker verdeelde deze laatste vrouwen at random over drie groepen. De kinderen uit de eerste groep kregen vanaf de geboorte een standaard flesvoeding. Aan de voeding van de kinderen uit de tweede (‘probiotische’) groep werden bifidobacteriën toegevoegd, in een concentratie van 3,5×109 cellen per 100 ml. De flesmelk van de kinderen uit de derde (‘prebiotische’) groep werd verrijkt met oligosachariden: een mengsel van 90% galacto-oligosachariden (GOS) met relatief korte ketenlengte en 10% fructo-oligosachariden (FOS) met vooral lange ketens. De concentratie van het GOS/FOS-mengsel bedroeg 0,6 g per 100 ml zuigelingenvoeding.

De kinderen kregen deze voedingen vanaf de geboorte. De ouders namen, aanvankelijk iedere week en later eenmaal per maand, gedurende 32 weken monsters van de ontlasting uit de luiers, en vroren die in. Bakker en haar collega’s kwamen regelmatig bij de deelnemers op bezoek om de monsters op te halen en om informatie te verzamelen over de gezondheid en groei van de kinderen.

Metabole activiteit van darmflora
De pH van de ontlasting, een belangrijke maat voor de activiteit van de darmflora, bedroeg bij de groep borstgevoede kinderen direct na de geboorte gemiddeld 5,5. In deze groep bleef de pH gedurende de eerste 16 weken constant rond deze waarde. Hetzelfde gold voor de kinderen uit de GOS/FOS-groep. De pH van de ontlasting van de kinderen uit de probiotische groep en de groep met de standaardvoeding nam echter gedurende de eerste week snel toe tot gemiddeld 6,75 en bleef vervolgens op dit niveau. Bakker: “Op dit punt is er een zeer significant verschil tussen de moedermelkgroep en de GOS/FOS-groep enerzijds en de probiotische en standaardvoedingsgroep anderzijds. Wij concludeerden dus dat standaardvoeding plus GOS/FOS leidt tot dezelfde stofwisselingsactiviteit van de darmflora als moedermelk. In overeenstemming met deze conclusie vonden we dan ook dat de ontlasting van de kinderen uit de moedermelkgroep en de GOS/FOS-groep al vanaf dag tien na de geboorte meer acetaat bevatte dan de ontlasting van de kinderen uit de andere twee groepen, en minder propionaat en butyraat.”

In een volgende studie onderzocht Bakker het effect van het toevoegen van alleen GOS aan standaard flesvoeding. In dat geval was zowel de pH als het korteketenvetzuurgehalte van de ontlasting van de zuigelingen gelijk aan dat van de ontlasting van de kinderen die standaard flesvoeding kregen, en sterk verschillend van de ontlasting van de kinderen die werden borstgevoed. Voor de stimulering van de metabole activiteit van de darmflora is dus alleen GOS in flesvoeding niet voldoende, aldus Bakker. De FOS zou daarin een essentiële rol kunnen spelen.
Figuur 1 laat de uitkomsten zien van een studie naar het effect van de verschillende voedingen op het aantal lactobacillen in de ontlasting. Bij kinderen die de borst krijgen neemt het aantal lactobacillen gedurende de eerste 12 weken aanzienlijk toe. Hetzelfde geldt voor kinderen die de standaardvoeding krijgen waaraan het GOS/FOS-mengsel is toegevoegd. De lactobacillen in de ontlasting nemen niet toe bij kinderen die alleen standaardvoeding krijgen, of standaardvoeding met alleen GOS, of standaardvoeding met bifidobacteriën.

Gezondheidseffect nog niet bewezen
Deze onderzoeksresultaten vormen geen bewijs voor een gezondheidsbevorderend effect van de GOS/FOS-voeding. “Om zo’n effect te bewijzen zou een veel grotere studie nodig zijn”, aldus Bakker. “Zo’n studie kan waarschijnlijk het best worden uitgevoerd in een niet-Westers land, waar de infectiedruk hoog is. Dan is eventuele bescherming door GOS/FOS tegen infecties beter te meten. Ik kan op basis van mijn onderzoek geen uitspraak doen over een effect van toevoeging van GOS/FOS aan standaardvoeding op gezondheidsrisico’s. Wel kan ik concluderen dat door het toevoegen van een GOS/FOS-mengsel een flesvoeding ontstaat die min of meer hetzelfde effect heeft op de darmflora van de zuigelingen als moedermelk.”

Reageer op dit artikel