artikel

Interventies ter preventie van overgewicht

Algemeen

Interventies ter preventie van overgewicht in de wijk en in de zorg blijken effectief, ook op de lange termijn. Dat is niet het geval bij maatregelen op school of op het werk. Dat blijkt uit buitenlandse studies. Een geïntegreerde aanpak is nodig.

In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verrichte het RIVM onderzoek naar de effectiviteit van interventies op gewicht, beweeggedrag en energie-inname. Daarvoor werden gegevens van zo’n 70 overzichtsstudies van internationale interventies ter preventie van overgewicht en de daarin genoemde afzonderlijke interventies geïnventariseerd en opgeslagen in de ‘Overweight Prevention Database’ (OPD). Daarnaast verzamelde het RIVM publicaties uit de jaren 2000 tot 2004. Alleen projecten waarvan de effectiviteit systematisch was of zou worden geëvalueerd, werden in het onderzoek meegenomen.

Pakket van maatregelen
Uit het onderzoek naar de effecten van interventies op school en het werk (zie tabel) kunnen nog geen consistente conclusies worden getrokken. Interventies in de wijk (met een groot bereik, maar een klein gemiddeld effect per persoon) en in de zorg (met een klein bereik, maar een relatief groot effect per persoon) blijken ook op de langere termijn effectief.

Een wijkgerichte aanpak kan via een ‘pakket van maatregelen’ zowel het percentage overgewicht als het percentage inactieve mensen verlagen met enkele procenten. Vaak bestaat de interventie uit een combinatie van veel aandacht via de media, aangevuld met lokale initiatieven (huis-aan-huis-benadering) en kleinere projecten, bijvoorbeeld cursussen. In de zorg blijken alleen intensieve interventies op lange termijn succesvol, zoals het aanbieden van een programma.

Daling een à drie procent haalbaar
Als we ervan uit zouden gaan dat zowel wijkgerichte interventies als maatregelen via de gezondheidszorg zeer grootschalig zou worden ingezet (30 tot 90% van de bevolking), is theoretisch gezien een daling haalbaar van een à drie procentpunten in het percentage overgewicht. Dit effect lijkt weinig bemoedigend, gezien de verwachte toekomstige stijging. Aan de andere kant wordt deze stijging gedeeltelijk ondervangen en telt het effect van gedragsbeïnvloedende interventies waarschijnlijk op bij andere aanpakken. Wel is de conclusie dat alléén het inzetten van dit type interventies onvoldoende is om overgewicht effectief te bestrijden. Effectief bestrijden lukt slechts met een geïntegreerde aanpak waarbij meerdere partijen samenwerken. Hierbij hoort ook dat de voedingsmiddelenindustrie haar verantwoordelijkheid neemt.
De verdere inrichting van het Convenant Overgewicht zal hier in de loop van het jaar meer duidelijkheid over gaan geven.

Reageer op dit artikel