artikel

‘Geef gezonde producten ‘groen licht’’

Algemeen

Ongezond eten bestaat niet. In feite kan dus alles, zo bleek tijdens het Maatschappelijke Café dat Schuttelaar & Partners begin februari organiseerde. Om de gezondheid van consument en producent te stimuleren, wil het ministerie van VWS geen rood logo op ‘ongezond’ voedsel, maar alleen een groen merk op verpakkingen van gezonde producten.

‘Goed voedsel, slecht voedsel: wie durft?’ luidde de titel van het Maatschappelijke Café. VWS-er Hans de Goeij durfde in ieder geval niet. “We zijn tegen een stoplichtsysteem”, aldus de directeur-generaal van de Volksgezondheid. “Met een rode kleur kom je direct in een strafcultuur. Dat willen we niet. We willen alleen werken met de kleur groen en met keurmerken en claims die wetenschappelijk zijn onderbouwd. Fabrikanten kunnen zich daarmee positief profileren.”

Voedingsjournalist Wouter Klootwijk vroeg hem daarop of hij de aanduiding ‘zonder vet’ op de snoepverpakking van Katja Fassin een goede claim vond. De DG wist zich daar handig uit te redden met de opmerking “Nee, dan weet je nog niets.” Herman Koëter, wetenschappelijk directeur van de Europese voedselveiligheidautoriteit EFSA, antwoordde op dezelfde vraag minder diplomatiek en bestempelde deze aanduiding als “absoluut misleiding”.

Criteria
Ook Roland Mensink zette vraagtekens bij de door de Consumentenbond gepropageerde stoplichtmethode. De bijzonder hoogleraar Moleculaire Voedingskunde, verbonden aan Universiteit van Maastricht, pleitte er voor om een wetenschappelijk onderbouwd beoordelingssysteem voor (on)gezonde producten te ontwikkelen. “Anders verzand je in eindeloze discussies. Maar welke objectieve criteria moet je daarbij hanteren?”, zo hield hij zijn toehoorders voor. “Hoe weeg je voedingsstoffen zoals vetten, koolhydraten, eiwitten en vezels tegen elkaar af?” Mensink concludeerde dan ook dat er momenteel onvoldoende kennis is om voedingsmiddelen te classificeren met behulp van een stoplichtmethode.

Theo Ockhuizen, voorzitter van de FNLI-commissie Verantwoord Gewicht, vulde de hoogleraar later aan door er op te wijzen dat voedingsmiddelen nog te veel worden gezien als de som van de nutriënten. “Denk ook aan stoffen als antioxidanten die juist een beschermend effect hebben.”

De Consumentenbond is voorstander van een indeling in gezond (groen), neutraal (oranje) en minder gezonde (rood) producten. Annemiek van der Laan, projectleider Campagne Gezonde Voeding, stelde zich teweer tegen zoveel onwil. Zij koos, gezien de omvang van het probleem, voor een praktische benadering. “De energie-inhoud moet het zwaarst wegen.” Zij nodigde overheid en industrie uit om op korte termijn toch vooral energiearme producten te (helpen) ontwikkelen en energierijke producten in kleinere porties aan te bieden. Voor de lange termijn gaf zij aan vooral veel heil te zien in het van jongs af aan voorlichten over voeding en voedingspatronen.

Voedingsprofielen
EFSA topman Herman Koëter toonde zich een fervent voorstander van voedingsprofielen, richtlijnen voor de voedingswaarde van voedingsmiddelen die een wetenschappelijk onderbouwde claim willen voeren. “Deze geven de consument meer houvast bij het maken van een keuze.” Zich baserend op de eerste Brusselse voorstellen gaf hij mogelijke kaders bij het gebruik van claims. “Ze moeten ook relevant en begrijpelijk zijn voor de consument.” Als deze voorstellen het uiteindelijk halen, zal de industrie flink in het bos van claims moeten snoeien. Tegen dat laatste heeft de Europese industrie volgens Koëter steeds minder. “Eerst hebben zij met succes de voedingsprofielen van de Europese agenda weten te halen. Inmiddels zijn ze tot het inzicht gekomen dat dit een goed middel is om het kaf van het koren te scheiden.”

Debat
Na het aanhoren van de (te) korte lezingen en aansluitend het Chinese dinerbuffet konden de aanwezigen hun mening aan de hand van stellingen verder afstemmen en fijnslijpen. De eerste stelling liet aan duidelijkheid niets te wensen over: ‘Iedereen weet dondersgoed wat ongezond voedsel is.’ Circa 40% van de aanwezigen was het met deze stelling eens. Zij die het met de stelling eens waren, leken vooral te denken aan producten als patat, chips, Magnum, gebak, enzovoorts. Hun tegenstanders hadden het gros van de voedingsmiddelen in gedachten waar, naar hun stellige overtuiging, de consument werkelijk geen idee van heeft of deze nu wel of niet goed voor hun gezondheid zijn. Zij konden de voorstanders van de stelling er niet van overtuigen dat mensen echt niet weten wat zij eten en wat hun voedingspatroon in en met hun lichaam doet. Veelzeggend was de opmerking dat (de voor zichzelf verantwoordelijke) mensen nog meer van hun auto afweten dan van hun lichaam. Diverse deskundigen waren het daarmee – zich baserend op wetenschappelijk onderzoek – niet eens.

Magnum
‘Elke week een Magnum past in een verantwoorde voeding’, luidde de tweede stelling. Niet alleen de Unilever-mensen geloven heilig in deze uitspraak van hun topman Burgmans (NRC Handelsblad, 31-01-2004). Driekwart van de aanwezigen was het met hen eens. Ook hier leverde het debat de nodige nuances. De tegenstanders lieten door het laten horen van “hear, hear” merken het eens te zijn met het verweer dat het woord ‘past’ de indruk wekt dat een Magnum gezond zou zijn. Of zoals iemand opmerkte: “Met een Magnum ga je alle porties te buiten.”
Natuurlijk genieten mag, zo erkenden de voorstanders, maar de indruk wekken dat deze energiebom gezond zou zijn, dat vonden zij echt veel te ver gaan. Zij attendeerde de Unilever-mensen er op dat deze de consument er ook op zouden moeten wijzen wat een Magnum nu werkelijk betekent in zijn of haar verantwoorde voeding, bijvoorbeeld door op de verpakking te zetten hoeveel kilometer iemand moet lopen om de genoten energie weer kwijt te raken. “Het aardige van een Magnum is dat je weet dat je verkeerd bezig bent. Af en toe zondigen kan geen kwaad. Verantwoord eten is wat je er tegenover stelt.”

Stippensysteem
‘Het stippensysteem is betutteling van de consument’. Iets meer van de helft, (circa 60%) was het met deze derde stelling oneens. Bij het debat bleek dat de kampen net zo waren verdeeld als bij de eerste stelling over (on)gezond eten. Zij die vonden dat de consument best weet wat ongezond voedsel is, vonden een stippensysteem betuttelend en verwarrend. Hun opponenten vonden een dergelijk systeem legitiem. “Alles wat enigszins bijdraagt aan het informeren van de consument, helpt”, aldus hoogleraar Toegepaste filosofie Michiel Korthals van Wageningen UR.

Politiek ingrijpen
‘Omdat de voedingssector zich te veel heeft geconcentreerd op gezonde producten, moet de politiek ingrijpen’. De Consumentbond heeft daar van meet af aan voor gepleit. VWS houdt deze maatregel achter de hand voor het geval de fabrikanten (en de andere ondertekenaars van het Convenant Overgewicht) hun verantwoordelijkheid rond obesitas niet voldoende zouden nemen. Het overgrote deel van de hoogopgeleide, in het onderwerp geïnteresseerde aanwezigen waren het met De Goeij en zijn minister eens. Naar schatting 80% gaf de voorkeur aan andere maatregelen, zoals het aanstellen van extra gymleraren, het vergoeden van adviezen van diëtisten, het aanleggen van trapveldjes, enzovoorts. Dit alles in combinatie met het nemen van de eigen verantwoordelijkheid door de consument. De voorstanders van politiek ingrijpen geloven samen met de Consumentbond niet in zelfregulering, laat staan dat er daarmee op korte termijn effect zal worden bereikt.

Reageer op dit artikel