artikel

Strengere eisen voor claims

Algemeen

Wat moet er straks op het etiket komen te staan? En mag een bedrijf de claim ‘0% vet’ op snoep vermelden? Volgens de overheid is dat laatste moeilijk te verbieden, maar er komen wel regels. Daarnaast scherpt de Europese Commissie de wetgeving rond voedingswaarde-etikettering aan, zodat de consument makkelijker een gezonde keuze kan maken. Brancheorganisaties FNLI en CBL, Zorgverzekeraars Nederland, Consumentenbond en overheid geven hun visie.

Momenteel is 10% van de Nederlanders te zwaar. Rond 2015 is dat zelfs 20%. Dit blijkt uit het in augustus 2004 verschenen RIVM-rapport ‘Ons eten gemeten’. Overgewicht vereist een gezamenlijke aanpak van overheid, branche- en consumentenorganisaties. Daarover zijn de partijen het eens. De overheid fungeert daarbij als regisseur.

Lysanne van der Lem, beleidsmedewerker bij het ministerie van VWS vertelt: “VWS heeft gekozen voor een brede aanpak omdat het vinden van de balans tussen eten en bewegen steeds complexer wordt. Belangrijk is dat mensen de gezonde keuze maken. Maar dat is meestal geen makkelijke. Bovendien kunnen goede keuzes teniet worden gedaan door verkeerde keuzes. Daarom moet overal de gezonde keuze makkelijker wordt gemaakt. Dat vergt een brede aanpak door tal van partners in de maatschappij.”

Zelfregulering
Bij de brede aanpak van overgewicht verkiest de overheid zelfregulering boven wetgeving: “Als alle partijen erachter staan, werkt dat stimulerend.”
Ook de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) en het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) vinden wetgeving niet zinvol omdat het bureaucratie in de hand werkt. Marc Jansen, hoofd Consument en kwaliteit bij het CBL: “Zelfregulering werkt goed en heeft ook op internationaal niveau effect. Als de levensmiddelenhandel namelijk eisen stelt aan haar leveranciers, gelden die eisen voor alle leveranciers, dus ook voor internationaal opererende bedrijven als Unilever, Nestlé en Coca-Cola.”

Daarnaast zijn wettelijke regels volgens beide partijen lastig te controleren. Volgens Van der Lem valt dat wel mee: “De VWA (Voedsel en Waren Authoriteit) kan wel degelijk zaken als juiste claims controleren.”
Het Convenant Overgewicht is een voorbeeld van zelfregulering. Diverse partijen op het gebied van voeding, gezondheid en beweging ondertekenden het op 27 januari 2005.

De Consumentenbond was niet bij de ondertekening. Annemiek van der Laan, beleidsmedewerker bij de Consumentenbond: “Wij werden op het laatste moment buitenspel geplaatst. Uitgangspunt voor ons is een gedeelde verantwoordelijkheid van de consument en de partijen die het gedrag van de consument beïnvloeden. Helaas wilden VNO-NCW en MKB Nederland en Horeca Nederland de verantwoordelijkheid primair bij de consument leggen. Consequentie daarvan is dat alle acties en afspraken daarop worden gebaseerd. Bovendien verplicht het convenant de partijen niet tot het nemen van maatregelen.”

Tegelijk kun je ook niet één groep – het bedrijfsleven – de schuld geven, vindt Jansen. “Het lijkt nu soms alsof de consument wilsonbekwaam is en wordt gemanipuleerd. Overgewicht is een welvaartsprobleem, iedereen heeft een vrije keuze. De verantwoordelijkheid voor overgewicht ligt bij de consument zelf.”
De komende maanden gaan de partijen vanuit hun eigen maatschappelijke activiteit en rol naar mogelijkheden zoeken om overgewicht te bestrijden. VWS zorgt voor een projectbureau dat de te ondernemen acties inventariseert en een actieplan opstelt. Na juli wordt een vervolgconvenant vastgesteld dat tot eind 2007 loopt. Daarin committeren de partijen zich om de voorgestelde acties uit te voeren.

Prioriteiten
Zorgverzekeraars Nederland zet in op preventie. Chiel Bos, directeur Zorg: “Om ziektes door overgewicht te voorkomen, is preventie, naast bewustwording, erg belangrijk. Verschillende verzekeraars bieden bijvoorbeeld dieet- of fitnessprogramma’s, maar het gebeurt niet gestructureerd. Ook het vergoeden van een product als Becel pro.activ kan een preventieve werking hebben. Maar daarvoor hebben we de overheid nodig. Die bepaalt namelijk wat wij mogen vergoeden. In het kader van het convenant beschrijven voedingsdeskundigen daarom momenteel een zorgproces waar preventie deel van uitmaakt.”

Ook het CBL gaat aan de slag. Basis voor de te ondernemen acties is ‘Stimulans naar balans’ een plan van aanpak van de supermarkten voor de consument om een gezond gewicht te bevorderen.

De FNLI heeft een beleidsdocument opgesteld (zie kader ‘FNLI’). Directeur Philip den Ouden: “We hebben speerpunten geformuleerd, bijvoorbeeld rond productsamenstelling. Vorig jaar oktober hebben we een nulmeting onder onze achterban uitgevoerd. Daaruit bleek dat de industrie al veel stappen heeft genomen en behoorlijk bezig is met die samenstelling. Ook ten aanzien van portiegrootte zijn er initiatieven. Maar we denken dat er nog veel meer kan en moet gebeuren. Daarom gaan we de meting dit jaar herhalen en verdiepen.”
Van der Laan: “De industrie heeft een belangrijke taak. Er is al veel ondernomen, maar het moet sneller en op grotere schaal gebeuren.”

Van der Lem verwacht overigens niet dat de overheid wettelijke grenzen aan portiegrootte kan stellen. Ze ziet meer heil in afspraken hierover.
Ook in Europees verband vindt overleg plaats over de aanpak van overgewicht. Den Ouden: “Momenteel is – op initiatief van de EU – een platform in oprichting waarbij Europese koepelorganisaties als de CIAA voor de voedingsmiddelenindustrie en de Europese consumentenbonden betrokken zijn. Bedoeling is dat er half maart voorstellen op tafel liggen om de problematiek aan te pakken. “Maar wat deze inhouden en wat de gevolgen zijn voor de industrie, is ons nog niet bekend”, aldus Den Ouden.

Voedingsprofielen
Dat een product goed is voor de gezondheid, kan de industrie duidelijk maken via claims. Om de wildgroei daarin te beperken, komt de EU binnenkort met regelgeving. Van der Lem: “Momenteel buigen de Europese gezondheidsministers zich over een voorstel rond voedings- en gezondheidsclaims en een voorstel over verrijking. Bedoeling is dat er deze zomer regels liggen waar alle landen zich in kunnen vinden. We verwachten dat deze na juli, onder voorzitterschap van het Verenigd Koninkrijk, verder worden uitgewerkt.”

Belangrijk aspect in de wetgeving rond claims is het bepalen van voedingsprofielen, een systeem waarmee beleidsmakers aan de hand van criteria kunnen bepalen welke invloed een product heeft op de gezondheid. Ze zijn dus niet in de supermarkt te herkennen. “Graag willen wij op korte termijn, liefst voor eind dit jaar, het principe hebben vastgesteld dat er voor elk product een voedingsprofiel komt. De criteria hiervoor worden bepaald door de Europese autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA)”, vertelt Van der Lem.

Ze benadrukt dat Nederland geen voorstander is van gedetailleerde wetgeving waarin de voedingsprofielen vastomlijnd omschreven zijn: “Dat is meer een taak is voor wetenschappers dan beleidsmakers. Maar met elkaar afspraken maken over de criteria is wel mogelijk.”

Fabrikanten die binnenkort een voedings- of gezondheidsclaim (medische claims zijn niet toegestaan) aan hun product willen verbinden, krijgen dus te maken met deze regels.

Naast het feit of de claim wetenschappelijk aan te tonen is, wordt gekeken naar wat het product bijdraagt aan het algehele voedingspatroon. Van der Lem: “Te veel vet is niet goed voor de gezondheid. Een product als olijfolie zou in die redenering geen gezondheidsclaim mogen voeren. Toch wordt olijfolie in de nieuwe regelgeving niet uitgesloten omdat ook wordt gekeken welke rol een levensmiddel speelt in het voedingspatroon. En daarin vervult het een goede functie omdat olijfolie veel meervoudig onverzadigde vetzuren bevat.”

Deze striktere wetgeving lijkt nadelig voor de industrie, maar is dat niet volgens Van der Lem: “Je scheidt daarmee het kaf van het koren. Bedrijven die verder willen met claims willen dat wetenschappelijk bewijzen. Een bedrijf dat op een product kan zetten ‘Aanbevolen door de Nederlandse Hartstichting’ heeft een streepje voor op de concurrent.”

Maar wat vinden de partijen van de claim ‘0% vet’ op snoep? “Dat vind ik opportunistisch. Dan moet je als fabrikant ook het hele verhaal vertellen en durven zeggen dat er suiker inzit”, aldus Jansen. Den Ouden vindt dergelijk claims voor de hand liggend: “In onze code worden ze dan ook afgekeurd.” Ook de Consumentenbond is voor eerlijke informatie en daar valt dit niet onder.
Volgens Van der Lem moet er worden gekeken hoe dergelijke claims aan banden zijn te leggen. “Persoonlijk vind ik een dergelijke claim ook misleidend, maar het is wel waar: wetenschappelijk is aan te tonen dat er geen vet in zit. Maar zegt een producent dat er fruit in zijn product zit, terwijl het om een heel klein beetje fruitzuur gaat, dan is dat wel een onterechte claim. Zelfregulering kan hier een goede oplossing zijn.”

Etikettering
De Europese Commissie heeft aangegeven binnenkort te komen met een aanscherping van de wetgeving op het gebied van voedingswaarde-etikettering. “Wij zijn voor harmonisatie, maar als het binnen Europa te lang duurt, dan gaan we niet afwachtend toekijken, maar kijken we wat er mogelijk is met zelfregulering”, aldus Van der Lem.

Jansen wijst er op dat Albert Heijn de energie-inname al op haar huismerken vermeldt. “Laurus, Schuitema en Superunie zijn daar ook hard mee bezig en hebben deze operatie bijna afgerond. We hopen dat de fabrikanten er ook mee aan de slag gaan.”
Volgens Den Ouden is de industrie daarmee bezig. “Momenteel zijn we de etikettering aan het evalueren. Een issue daarbij is de vermelding van de voedingswaarde.”

Waar alle partijen het over eens zijn, is dat het etiket bondige en bruikbare informatie moet bevatten. Ook de overheid: “Op het etiket hoeven dus misschien niet álle vitamines te staan, maar wel het aantal calorieën dat een product bevat en het liefst gerelateerd aan de hoeveelheid die je per dag mag innemen.”
“Daarnaast is het zinvol informatie op te nemen over stoffen in het product die bijvoorbeeld niet goed zijn voor mensen met allergieën. Dat moeten deze consumenten op het moment van aankoop kunnen zien”, vindt Den Ouden. Uiteraard kan niet alle informatie op het etiket: “Via bijvoorbeeld infopunten in de winkel kan ook informatie worden gegeven.”

Ook internet is een optie om additionele informatie op een andere manier dan via het etiket aan te bieden. Jansen: “Op 5 april, tijdens de Nationale Foodweek, organiseert het CBL een congres over voeding en gezondheid. Daar wordt de website ‘Alles over eten’ gepresenteerd.”

Van der Lem: “Zo komt er een helder etiket en is er elders ruimte voor specifieke informatie. Dit mag echter nog niet volgens Brussel. VWS maakt zich dan ook sterk om de regels te verbeteren zodat de consument beter kan worden geïnformeerd. Hoe de informatie op het etiket komt te staan, wordt nog onderzocht. Van der Lem: “De voedingswaarde is bijvoorbeeld via een taartdiagram weer te geven.”

Kleurcodes
In het Verenigd Koninkrijk wordt momenteel geëxperimenteerd met kleurcodes, de zogeheten ‘waarschuwingsetikettering’. Een product kan daarbij een groene (‘gezond’), oranje of rode (‘ongezond’) stip krijgen. “Als overheid willen we die rode stip niet. Een afstrafsysteem waarbij wij als politieagent stippen uitdelen, werkt stigmatiserend. Ons lijkt het effectiever als bedrijven zelf – vrijwillig – gebruik maken van positieve logo’s. Op die manier stimuleer je dat bedrijven innoveren. Overigens verwacht VWS dat een Europees logo moeilijk wordt. “Wel zijn er, net als bij claims, afspraken te maken over de criteria waaraan zo’n systeem moet voldoen.”

De Consumentenbond is echter wel voor een kleurensysteem: “Rood straalt uit dat je het product met mate moet eten. Een groene kleur is overigens geen vrijbrief om het product onbeperkt te eten. Het gaat om een combinatie. Uit onderzoek van de Britse Food Standards Agency (FSA) blijkt dat de consument dat wel begrijpt.”

Kinderreclame
De voedingsmiddelenindustrie in België onderwerpt zich vanaf 1 mei aan een reclamecode. In Nederland gaat dat ook gebeuren; zo heeft de FNLI in haar beleidsdocument een gedragscode voor voeding opgenomen. Een specifiek onderdeel daarvan gaat over reclame voor kinderen (zie kader). Ook het CBL staat hierachter. Momenteel ligt deze code ter boordeling bij de Reclame Code Commissie. Naar verwachting wordt de tekst dit voorjaar definitief vastgesteld. “Wij zullen onze achterban hierover voorlichten en er voor zorgen dat de code breed gedragen wordt”, aldus Den Ouden.

Een van de aandachtspunten in de code is het plaatsen van ‘ongezonde’ producten op ooghoogte van kinderen. Dat geldt ook voor snoep bij de kassa’s in de supermarkt. Jansen: “We zouden onze leden kunnen vragen bij een aantal kassa’s geen snoep aan te bieden. Dan help je moeders om ‘nee’ te zeggen. Maar aan de andere kant: ze komen ook binnen bij de groente- en fruitafdeling en kunnen hun kinderen ook daarop wijzen.”

De Consumentenbond, lid van de Reclame Code Commissie en voorstander van een verbod op reclame voor ongezonde producten gericht op kinderen, ziet vooralsnog geen meerwaarde in deze nieuwe code.
Omdat reclame-uitingen niet onder de verantwoordelijkheid van VWS vallen, kan Van der Lem niets zeggen over een eventueel verbod op reclame voor kinderen. Bekeken wordt of met het ministerie van Economische Zaken wetgeving moet worden opgesteld. Jansen verwacht niet dat er op Europees niveau eenduidige regelgeving komt: “Daarvoor verschillen de culturen te veel van elkaar.”

Eigen risico
Hoeveel regels het bedrijfsleven zichzelf ook oplegt en hoeveel maatregelen de overheid ook neemt, uiteindelijk is het de consument zelf die een gezonde keuze moet gaan maken. “Doe je dat niet, dan kan dat volgens Bos gevolgen hebben voor de eigen ziektekostenbijdrage. “Vergelijk het met het drinken van water. Wie vervuild water drinkt krijgt dysenterie, dat is wetenschappelijk aangetoond. Iemand die toch bewust uit het riool drinkt en dysenterie krijgt, kiest daar zelf voor. Datzelfde geldt voor producten waarvan wetenschappelijk is bewezen dat ze niet gezond zijn.”

Den Ouden: “Belangrijk is dat alle aanbieders in de keten de voorlichting naar de consument, vooral naar kinderen toe, op eenduidige wijze aanpakken. Dus duidelijkheid scheppen over bijvoorbeeld de voedingswaarde. Op dat punt is zeker nog vooruitgang te boeken. Ook moeten wij laten zien welke initiatieven wij nemen op het gebied van andere productsamenstellingen. Niet alleen aan de buitenwereld, ook aan elkaar zodat we van elkaar kunnen leren.”

Reageer op dit artikel