artikel

Additieven, aromastoffen en enzymen apart geregeld

Algemeen

De Europese Commissie is van plan om drie aparte verordeningen op te stellen voor de wetgeving ten aanzien van additieven, aromastoffen en enzymen. Verder zal er dit voorjaar worden gestart met een voedselconsumptiepeiling bij jonge kinderen. Hierbij zal specifiek worden ingegaan op de inname van zoetstoffen.

In de Europese Unie is de wetgeving met betrekking tot additieven volledig geharmoniseerd. Het kader voor EG-regelgeving over levensmiddelenadditieven is vastgelegd in de Kaderrichtlijn additieven 89/107/EEG. Uit deze Kaderrichtlijn zijn weer verschillende richtlijnen gevloeid voor zoetstoffen (94/35/EG), kleurstoffen (94/36/EG) en overige additieven (95/2/EG).

Richtlijnen kunnen worden gewijzigd naar aanleiding van technische en wetenschappelijke ontwikkelingen. Momenteel vindt in Brussel besluitvorming plaats over een zesde wijziging van de richtlijn voor overige additieven. De belangrijkste wijzigingen zijn een beperking in de dosering van nitraat/nitriet (conserveermiddelen in onder andere vlees) en de toevoeging van een nieuw additief: erythritol. Erythritol is een stof die als zoetstof, smaakversterker, verdikkingsmiddel of stabilisator kan worden gebruikt in levensmiddelen. Het voorstel van de zesde wijziging van de richtlijn is te vinden op de website van de Europese Commissie: http://europa.eu.int/prelex/detail_dossier_real.cfm?CL=nl&DosId=191806. Het Luxemburgse voorzitterschap streeft naar een definitief besluit in juni dit jaar.

Aromastoffen en enzymen
Voor de aromastoffen is later besloten om de regelgeving te harmoniseren. Deze is in gang gezet en zal waarschijnlijk medio 2007 zijn gerealiseerd. Specifieke Europese wetgeving voor enzymen ontbreekt vooralsnog. Een beoogde verordening zal nationale wetgeving over enzymen harmoniseren. Naar verwachting zullen de voorstellen voor de drie aparte verordeningen voor additieven, aromastoffen en enzymen in de tweede helft van 2005 verschijnen en worden behandeld tijdens het Britse voorzitterschap.

Nederland is voorstander van het opstellen van verordeningen in tegenstelling tot richtlijnen. Deze zijn namelijk rechtstreeks geldig en hoeven niet door de lidstaten te worden geïmplementeerd. Bovendien zal in dit ontwerp een snellere procedure voor het wijzigen van de wetgeving door de Commissie zijn opgenomen. In de huidige situatie vergt elke (kleine) wijziging een besluit van de Raad van ministers en het Europese Parlement. Dit traject zorgt voor een veel te lange doorlooptijd en een ongewenste vertraging.

Voedselconsumptie
De uitgangspunten van zowel de Europese als de mondiale harmonisatie van de wetgeving voor additieven, aromastoffen en enzymen zijn: het waarborgen van de onschadelijkheid voor de consument, de technologische noodzaak een additief toe te passen en het voorkomen van misleiding van de consument. De bescherming van de volksgezondheid staat hierbij voorop.

Om een goede berekening te kunnen maken van de blootstelling aan een additief zijn gegevens over de consumptie van voedsel essentieel. Nederland beschikt hiervoor over een uniek systeem van voedselconsumptiepeilingen. Sinds 1987 wordt om de vijf jaar een voedselconsumptiepeiling uitgevoerd onder de bevolking.
Momenteel wordt er gewerkt aan een nieuwe opzet voor een continu en meer flexibel systeem dat onder andere aandacht zal besteden aan de voedselconsumptie bij kwetsbare groepen. Zo zal dit jaar worden gestart met een voedselconsumptiepeiling gericht op kinderen waarin specifiek zal worden ingegaan op de inname van zoetstoffen.

Wereldschaal
Ook op mondiaal niveau, FAO/WHO Codex Alimentarius, wordt gestreefd naar harmonisatie van wetgeving voor additieven, aromastoffen en enzymen. De Codex-vergadering over additieven zal dit jaar plaatsvinden van 25 tot 29 april in Den Haag. Nederland zal, ter ondersteuning van het Luxemburgse voorzitterschap, het voorzitterschap van de EU op zich nemen.

Reageer op dit artikel