Pesticide Action Network Europe (PAN Europe) heeft als doel het gebruik van schadelijke bestrijdingsmiddelen compleet uit te bannen en windt daar geen doekjes om. Het is de Europese tak van het International Pesticide Action Network, die in totaal zestig verschillende landen actief is. Bij de non-profitorganisatie werken toxicologen, juridische experts en actievoerders aan het terugdringen van pesticiden in de landbouw. PAN zou graag zien dat het gebruik van schadelijke chemische middelen helemaal stopt. Dit tegen het zere been van de reguliere agri-foodindustrie waarbinnen veel mensen het erover eens zijn dat oogsten zonder enige vorm van gewasbescherming helemaal niet kan.
'Chemisch model is achterhaald'
PAN denkt daar echter anders over en werkt naar eigen zeggen wetenschappelijk onderbouwt. De organisatie kwam de laatste tijd ook steeds vaker in het nieuws met de boodschap: residuen van pesticiden in voeding vormen een potentieel risico voor de gezondheid van mens en milieu. Toch brengt PAN daar wel enige nuance in aan: “Wij zien veel problemen met chemische middelen, maar we zijn zeker niet tegen gewasbescherming, integendeel. Maar PAN Europe is ervan overtuigd dat de nadelen van chemische gewasbescherming niet opwegen tegen de voordelen", aldus Tjerk Dalhuisen, Senior Communications Officer bij PAN Europe. “Als we de schade in geld zouden uitdrukken, zou de conventionele landbouw een verliesmodel zijn. Het chemische model is dan ook achterhaald.”
‘Mogelijk schadelijk’
Dalhuisen ziet gewasbeschermingsmiddelen als een dreiging voor de volksgezondheid. Hij maakt zich bijvoorbeeld zorgen om mogelijke schade aan de hormoonhuishouding, immuunsysteem, darmflora en hersenen. Ook zouden verschillende stoffen in pesticiden vermoedelijk neurotoxische en reprotoxische eigenschappen hebben. Waarom mogen stoffen met deze eigenschappen dan toch worden gebruikt? De crux zit volgens Dalhuisen vaak in de beoordeling: er zijn heel veel onderzoeken die aantonen dat stoffen gevaarlijk kúnnen zijn in een bepaalde dosis, maar écht harde conclusies zijn moeilijk te trekken.
TFA als voorbeeld
Een voorbeeld van een mogelijk schadelijke stof is trifluorazijnzuur (TFA), een afbraakproduct van PFAS-pesticiden. (Van alle nu nog toegestane pesticiden, zijn er 32 PFAS.) Het Duitse Federale Instituut voor Risicobeoordeling (BfR) heeft TFA als reproductie toxisch beoordeeld. BfR heeft daarom bij het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen (ECHA) een voorstel ingediend om het te classificeren als Giftig voor de voortplantingsfunctie, categorie 1B. Bij deze classificatie wordt verondersteld dat de stof gevaarlijk kán zijn. De risicobeoordeling zegt nog niet dat mensen er daadwerkelijk ziek van worden. Dat hangt namelijk ook af van hoeveel van de stof iemand binnenkrijgt.
Omnibus wetsvoorstel gooit roet in het eten?
Pesticiden die in verband worden gebracht met mogelijke schade aan de gezondheid, zouden volgens Dalhuisen veel nauwkeuriger moeten worden onderzocht. Zo verwijst hij naar een uitspraak van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), dat pleit voor een verbeterde beoordelingsmethode naar schade aan de hersenen. Het huidige beoordelingskader heeft geen specifieke methode voor neurodegeneratieve ziekten zoals Parkinson. Dalhuisen trekt dat door naar alle gewasbeschermingsmiddelen: deze worden onvoldoende worden getoetst, vindt hij. "Velen denken dat we een goed systeem hebben om de veiligheid van pesticiden te beoordelen. In de praktijk blijkt dat vaak anders”, stelt Dalhuisen.
Velen denken dat we een goed systeem hebben om de veiligheid van pesticiden te beoordelen. In de praktijk blijkt dat vaak anders,”
‘Wetgeving is traag’
Wat volgens Dalhuisen meestal gebeurt, is dat een stof éérst is toegelaten en de industrie er jaren later achter komt dat er toch gezondheidsrisico’s aan die stof verbonden zitten. Deze stoffen, die op Europees niveau gereguleerd zijn, komen dan op de Kandidaat voor Vervanging-lijst (KvV) te staan. “En die KvV, die moet dan wel echt vervangen worden door iets anders.” Het traject waarbij die KvV’s worden vervangen, loopt naar zijn inzien te traag. De Europese Commissie stelt dat er zo snel mogelijk een vervanging moet komen voor iedere KvV, maar in de praktijk duurt het volgens Dalhuisen jaren voordat deze stoffen werkelijk worden vervangen. “De Europese toelating is heel traag. Er zijn heel veel mogelijkheden om daar vertraging in te brengen en zowel de chemische industrie als lidstaten maken daar dankbaar gebruik van”, aldus Dalhuisen.
En in de tussentijd is onze gezondheid geschaad of ons drinkwater bevuild. Je zou het niet zo ver moeten laten komen,”
Wetenschappers maken zich zorgen
Dalhuisen is niet de enige die zich zorgen maakt over de regulering van pesticiden. Zo verwijst hij naar een recent gepubliceerde scientific statement, waarbij ruim 200 wetenschappers hun stem laten blijken tegen het concept-Omnibus voorstel die de Europese pesticiden wetgeving moet versoepelen. Het Omnibus voorstel zou de verplichte tienjaarlijkse herbeoordeling van werkzame stoffen schrappen en langere uitfaseringstermijnen toestaan. De versoepeling van de wet versimpelt het gebruik van pesticiden, maar volgens de wetenschappers verzwakt deze voorgestelde versoepeling de veiligheidswaarborging.
Politiek en wetenschap botsen
Waar de wetenschap adviseert specifieke pesticiden van de markt te halen, lijkt de politiek volgens PAN vast te houden aan middelen die eigenlijk al lang van de markt hadden moeten zijn, zoals glyfosaat en difenoconazoo. “De politiek zegt dat producenten de stoffen niet kunnen missen en dat de chemische stof vervangen moet worden voor wat anders. Vaak kijkt men naar een chemische oplossing, maar veel creativiteit zit daar niet in. Zo zegt men dat schimmels steeds resistenter worden en dat we niet snel genoeg nieuwe stoffen kunnen toelaten om de gewassen te beschermen. Vaak komt het erop uit dat ze ze uiteindelijk een mix van verschillende chemische stoffen willen gebruiken. Het lukt namelijk vaak amper om écht nieuwe middelen te ontwikkelen.”
Wat kunnen producenten doen?
De politici die met de scepter zwaaien, houden volgens Dalhuisen te hardnekkig vast aan de middelen die al lang van de markt hadden moeten zijn. “Voedselproducenten doen er dan ook verstandig aan om de risico’s te beperken en de meest schadelijke stoffen zélf uit de productieketen te bannen”, aldus Dalhuisen.
Aan voedingsproducenten wil hij kwijt: “Je kunt wachten totdat de regelgeving verandert of je kunt zeggen ‘ik ga daar zelf een stap in zetten, ik wil geen discussies over pesticiden en wil geen klachten hebben over een schadelijke chemische stof in mijn product’.” Hij zou graag voor zicht zien dat voedingsproducenten zelf besluiten welke stoffen zij wél of níet in hun product willen. Want: “Op de lange termijn is de chemische aanpak toch niet te handhaven. Ga hierover in gesprek met de leverancier, vraag aan de boer om geen PFAS pesticiden en geen kandidaten voor vervanging meer te gebruiken.” Volgens Dalhuisen en voorkom je zo opspraak over pesticidengebruik en voedselveiligheid.
Bronnen
- Scientific Statement on Pesticides in the Omnibus
- Neurodegeneration in a regulatory context: The need for speed - ScienceDirect
- Gewasbeschermingsmiddelen en neurodegeneratieve ziekten: mogelijkheden om de toelatingsvereisten te verbeteren | RIVM
- Test pesticiden op mogelijke rol bij Parkinson - Onderzoekers stellen stapsgewijze aanpak voor die veiligheid moet garanderen - Radboudumc
- Save our brain | PAN Europe
- Stop use of deltamethrin.pdf
- Industrial and agricultural chemicals exhibit antimicrobial activity against human gut bacteria in vitro | Nature Microbiology
- What immunology has to say about pesticide safety - PMC
- overview-endocrine-disrupting-assessment-pesticide-active-substances.xlsx
- Hormone disrupting pesticides (EDCs) | PAN Europe
- Trifluoressigsäure (TFA): Bewertung für Einstufung in neue Gefahrenklassen vorgelegt | Umweltbundesamt
- Trifluoroacetic acid (TFA): Assessment for classification in new hazard classes submitted - BfR
- ECHA publiceert voorstel om TFA te classificeren als reproductietoxisch - UfI code



















