VMT
VMT
Wetgeving afvalbeheer voor producenten en importeurs van verpakte levensmiddelen wijzigt vanaf 2023

Wetgeving afvalbeheer voor producenten en importeurs van verpakte levensmiddelen wijzigt vanaf 2023

Naast gemeenten hebben ook producenten en importeurs een belangrijke rol én verantwoordelijkheid bij afvalbeheer. In Nederland bestaat voor een aantal producten een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV). In dit artikel meer over wat dit inhoudt.

Wetgeving afvalbeheer voor producenten en importeurs van verpakte levensmiddelen wijzigt vanaf 2023
Vanaf 2023 wijzigt de wetgeving afvalbeheer voor producenten en importeurs van verpakte levensmiddelen

Een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) betekent dat de partij die het product als eerste in Nederland in de handel brengt (dat kunnen producenten en importeurs zijn) verantwoordelijk is voor het product gedurende de gehele levenscyclus, inclusief afvalbeheer. Dit houdt in dat zij een logistiek systeem moeten opzetten voor het afvalbeheer en ook de financiering hiervan moeten organiseren.

In 2020 is het Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (“het Besluit”) in werking getreden. In dit Besluit staan meerdere verplichtingen voor producenten en importeurs (hierna: producenten). Per 1 januari 2023 gelden deze regels bovendien ook voor producenten van verpakkingen. In dit artikel de belangrijkste verplichtingen (en aankomende wijzigingen) voor producenten van verpakkingen op een rij.

Het Besluit

Het EU-afvalpakket heeft onder meer als doel dat EU-landen meer afval moeten recyclen en alleen nog in uitzonderlijke gevallen afval mogen storten. Op 4 juli 2018 zijn in het kader van het EU-afvalpakket wijzigingen ingevoerd op het gebied van afvalstoffen. De UPV is een belangrijk onderdeel van het EU-afvalpakket. Middels de UPV beoogt men een belangrijke bijdrage te leveren aan meer circulaire ketens.

In het Besluit beheer verpakkingen 2014 waren enkele van deze verplichtingen opgenomen. Met het Besluit gaan er dus aanvullende verplichtingen gelden voor de producent. Welke verplichtingen vloeien uit het Besluit voort?

Wie is de producent?

De producent is degene die ‘beroepsmatig, ongeacht de gebruikte verkooptechniek, stoffen, mengsels of producten in Nederland in de handel brengt’. Dat kan dus een binnenlandse producent zijn, bijvoorbeeld een levensmiddelenbedrijf gevestigd in Nederland. Indien er sprake is van verkoop op afstand, waarbij een leverancier van buiten Nederland middels online-verkoop producten aanbiedt op de Nederlandse markt, is deze ook gehouden aan de bepalingen in dit Besluit. Als producten buiten Nederland worden geproduceerd zijn de bepalingen van toepassing op de importeur van het product, omdat de importeur diegene is die het product in Nederland in de handel brengt. De individuele producent of importeur is daarmee dus de normadressaat voor de verplichtingen in dit Besluit.

Gelet op het voorgaande is het aan te raden dat de individuele producent en importeur onderling afspraken maken omtrent de nakoming van de in het Besluit opgenomen verplichtingen en verantwoordelijkheden.

De verantwoordelijkheden van de producent

Innamesysteem verpakkingen

De producent van verpakkingen moet zorgen voor het opzetten van een passende beschikbaarheid van een innamesysteem voor alle door hem in de handel gebrachte verpakkingen die afval (huis- of bedrijfsafval) zijn geworden. Onder passende beschikbaarheid wordt in ieder geval verstaan dat het innamesysteem i) het gehele jaar beschikbaar is en niet beperkt is tot gebieden waar de inname en het beheer van de betreffende afvalstoffen het meest kostenefficiënt is, en ii) dat degene die voornemens is zich van de betreffende stoffen, mengsels of producten te ontdoen (dus doorgaans de afvalstoffenhouder) in staat stelt om deze kosteloos bij het innamesysteem in te leveren. Deze verplichting bestond nog niet in het Besluit beheer verpakkingen 2014.

Producent moet goed nadenken over innamesysteem

Het is dus in beginsel aan de producenten van verpakkingen zelf om te bepalen hoe zij invulling willen geven aan hun verantwoordelijkheid om te komen tot een passend innamesysteem. Een producent zal dus goed moeten nadenken (reeds in de ontwerpfase) welke innamesystemen er in de regio waar het product wordt afgezet beschikbaar zijn en hij zal desgevraagd moeten kunnen toelichten waarom die passend zijn.

Er zou bijvoorbeeld aansluiting kunnen worden gezocht bij reeds bestaande systemen en infrastructuur voor de inzameling en recycling van huishoudelijke afvalstromen, bijvoorbeeld door inzamelroutes voor PMD te combineren of door glasbakken ook open te stellen voor de (kleine) bedrijfsmatige ontdoener van afval. Overleg met gemeenten en recyclingbedrijven is hierbij belangrijk. Het innamesysteem moet het gehele jaar beschikbaar zijn. Het Besluit zwijgt verder over wat hier precies mee bedoeld wordt. Ook daar zal aansluiting kunnen worden gezocht bij de bestaande infrastructuren van innamesystemen.

Informatieplicht

De producent is verplicht afvalstoffenhouders van de door hem in de handel gebrachte verpakkingen die afval zijn geworden te informeren over afvalpreventiemaatregelen, innamesystemen, voorzieningen voor hergebruik of nuttige toepassing en de preventie van zwerfafval.

Deze informatieplicht is vormvrij. Er kan dus op verschillende manieren invulling worden gegeven aan deze plicht, zoals door middel van een tekst, symbool of een afbeelding op het product of verpakking aangeven waar het wordt ingenomen, en wat er na inname gebeurt zodra het de afvalfase heeft bereikt. Dit betekent dat de producent al in de ontwerpfase rekening moet houden met hergebruik, reparatie en recycling. Ook deze eis is nieuw.

Melding

Binnen zes weken nadat het Besluit op de producent van toepassing is geworden, moet deze een melding doen aan de Minister van Milieu en Wonen over de nakoming van de UPV. De melding omvat onder andere een omschrijving van het door de producent georganiseerde innamesysteem, een vermelding van de wijze waarop de producent invulling geeft aan diens informatieverplichting alsook een overzicht van de financiële en organisatorische middelen om aan deze verplichtingen te voldoen. Deze meldingsplicht geldt overigens niet voor een producent van wie de totaal van de door hem in de handel gebrachte verpakkingen die afval zijn geworden jaarlijks minder dan 50.000 kilogram bedraagt.

Verslag

Een volgende verplichting voor de producent betreft de verplichting om jaarlijks voor 1 augustus over het voorafgaande jaar verslag uit te brengen aan de Minister van Milieu en Wonen over de verplichtingen die volgen uit het Besluit. Ook ten aanzien van deze verplichting geldt de vrijstelling van jaarlijks minder dan 50.000 kilogram.

Financiële verplichtingen producent

Tot slot dient de producent te beschikken over de financiële en organisatorische middelen om de UPV na te komen. Dit betekent dat de producent in ieder geval de kosten draagt voor de bovengenoemde verplichtingen. De uitzondering ten aanzien van de kosten voor inname van verpakkingsafval dat vrijkomt bij bedrijven, komt daarmee per 1 januari 2023 te vervallen.

Toezicht en handhaving

De voornoemde melding- en verslagleggingsverplichting heeft tot doel om voor alle producenten waarop een UPV rust, in beeld te krijgen op welke wijze zij hun UPV uitvoeren en de resultaten die zij daarmee halen. Daarnaast vormt de verkregen informatie de basis voor het toezicht en de mogelijke handhaving. De bestuursrechtelijke handhaving van onder andere de regels van dit Besluit valt onder de bevoegdheid van Inspectie Leefomgeving en Transport. Wordt de UPV niet of niet juist nagekomen, dan kan bijvoorbeeld een last onder dwangsom of bestuurlijke boete worden opgelegd. Producenten dienen zich er bewust van te zijn dat gemeenten, indien zij menen dat producenten hun verplichtingen onvoldoende nakomen, bij de Inspectie van Leefomgeving en Transport een handhavingsverzoek kunnen indienen.

Duidelijke afspraken zijn van belang

Aangezien in geval van niet nakoming van voornoemde verplichtingen slechts de producent wordt aangesproken, is het van belang om duidelijke afspraken te maken met ketenpartijen, zoals verkooppunten, kringloopbedrijven, inzamelaars, afvalverwerkers of gemeenten. Ook kunnen zij de krachten met andere producenten bundelen middels het oprichten van een producentenorganisatie. Het tot stand brengen van een dergelijke samenwerking is en blijft de verantwoordelijkheid van de producent.

Auteurs: Ferah Salman Taptik, Marijn van Tuijl, advocaten bij Ploum

Contactgegevens: f.taptik@ploum.nl; m.vantuijl@ploum.nl