Zo roei je persisterende Listeria monocytogenes-stammen uit

Omgevingsmonitoring van voedselpathogenen in de voedingsindustrie kan beter. De frequentie van bemonstering ligt vaak veel te laag en is onvoldoende risico-gebaseerd. Ook schort het aan de uitvoering van omgevingsmonsterafnames en de grondigheid van reinigen en ontsmetten. Dit heeft tot gevolg dat dezelfde Listeria-stam blijft overleven. "De contaminatiedruk wordt onderschat", zegt Koen de Reu, senior onderzoeker bij het ILVO. Hij geeft de voedingsindustrie handvatten en tips voor verbetering.
Delen:

Hoe monitor je het best Listeria monocytogenes? Hoe bestrijd je Listeria monocytogenes effectief? De Reu is daar vrij duidelijk in. “De Listeria-beheersing in bepaalde sectoren is een enorme uitdaging. Een belangrijk aspect hierin is een gestructureerde  en vooral ook effectievere bemonstering, dus op de juiste oppervlakken.”

Herkomst ziektegevallen vaststellen

We gaan in de voedselveiligheid steeds meer voor detective spelen.

De Reu doet veel praktijkonderzoek naar omgevingsbemonstering bij bedrijven. Hij deelt tijdens zijn presentatie samen met Liesbeth Jacxsens, hoogleraar levensmiddelentechnologie aan Universiteit Gent, op 31 maart tijdens de Food Safety Update deelde hij een aantal belangrijke inzichten. “We gaan in de voedselveiligheid steeds meer voor detective spelen. Levensmiddelenmicrobiologie gaat hier steeds meer over. Bij een besmetting met Listeria monocytogenes zoeken we steeds vaker over welke stam het precies gaat en waar en bij wie we die allemaal teruggevonden hebben. Dat geeft ons inzicht in de vraag of het over afzonderlijke of geclusterde ziektegevallen gaat, en we kunnen ook eenvoudiger het betrokken levensmiddel en zijn producent proberen op te sporen.”

Listeria beheersen in productie en omgeving

Het ‘paspoort’ van Listeria monocytogenes-stammen wordt meer en meer bepaald. Feit is dat persisterende Listeria monocytogenes-stammen maanden of zelfs jaren aan een stuk via de omgeving het eindproduct kunnen blijven besmetten. Wat kunnen bedrijven doen aan pathogenen die in de fabriek wonen? “Ze moeten om te beginnen Listeria weten te monitoren en te beheersen, zowel tijdens de productie als na reiniging en ontsmetting”, aldus De Reu. “Grondstoffen, structuur en infrastructuur, technisch onderhoud, risico-evaluatie, reiniging en ontsmetting en hygiëne-inspectie zijn hierbij van belang”, vult Jacxsens aan.

Het schoonmaken en ontsmetten van productievloeren en machines moet veel grondiger. Ook de hoekjes en gaatjes moeten worden meegenomen.

Listeria-stammen uitroeien

In bepaalde sectoren zoals die van vlees en vleeswaren, kant-en-klare maaltijden, vis en in de groenteverwerkende industrie, vindt continue insleep van Listeria plaats via grondstoffen. Stammen die de ene dag hebben gecirculeerd, moeten volgens De Reu en Jacxsens door grondige reiniging en ontsmetting uiterlijk de volgende dag zijn uitgeroeid. “Goed reinigen en ontsmetten betekent alles demonteren en alle gaatjes en hoekjes meenemen.”

Liesbeth Jacxsens: “Goed reinigen en ontsmetten betekent alles demonteren en alle gaatjes en hoekjes meenemen.”

We zien in de praktijk te vaak dezelfde Listeria stammen terugkomen. Die worden dus niet uitgeroeid maar ‘wonen’ in de fabriek.”

Contaminatiedruk verkeerd ingeschat

De contaminatiedruk wordt volgens De Reu vaak verkeerd ingeschat. Vanuit de verschillende zones in de fabriek vindt daarom regelmatig versleep plaats. Bijvoorbeeld vanuit een low care– naar een high care-zone. Dat kan via de schoenen van medewerkers gebeuren of door bijvoorbeeld de wielen van karren. De Reu: “Er moet continue interventie zijn om Listeria te beheersen en af te doden. Dat betekent ook tijdens de productie monsters nemen. Het grootste probleem is dat er te weinig gemonitord wordt en dat dit niet grondig genoeg wordt gedaan of zelfs op een heel verkeerde manier. Het is een aanhoudend probleem. We kunnen echt wel heel wat hotspots aanduiden in de bedrijven. We zien in de praktijk te vaak dezelfde Listeria-stammen terugkomen. Die worden dus niet uitgeroeid maar ‘wonen’ in de fabriek.”

Bieden sneltesten soelaas?

“Het grootste probleem dat ik zie in voedselproductieomgevingen is dat er te weinig wordt bemonsterd en dit ook niet op een grondige manier wordt gedaan, op de verkeerde plekken en ook nog vaak met het verkeerde bemonsteringsmateriaal. Levensmiddelenbedrijven die bovendien ook nog eens zelftesten gebruiken voor hun omgevingscontrole moeten de beperktheden van deze testen ook goed beseffen.”

Vaak zijn sneltesten gebaseerd op een kleuromslag na incubatie en zijn dit in feite eigenlijk maar een eerste screening. De Reu vervolgt: “Sneltesten voor pathogenen op omgevingswabs genomen tijdens de productie, adviseer ik zeker niet; er is veel te veel interferentie van organisch materiaal mogelijk. Gebruik na reiniging en desinfectie is betrouwbaarder. De praktijk bij bedrijven leert dat er zelfs dan nog 50 procent valse positieve testresultaten mogelijk zijn. Om het echt zeker te weten en hierdoor betere inzichten te krijgen in hun problematiek, laten sommige bedrijven de sneltesten nadien bevestigen door uitplatingen in het labo, wat ik zeker aanmoedig. Sneltesten hebben dus wel een zekere bruikbaarheid, je hebt sneller een indicatie, maar je moet ze naar waarde weten in te schatten en er goed mee omgaan. Als je kunt wachten, is het beter om een laboratorium in te schakelen die grondigere testen gebruiken die uitgebreider gevalideerd werden. In de praktijk is het helaas ook vaak een kostenkwestie.”

Dit vind je misschien ook interessant