Allergenen voorkomen is nog best lastig: wat kan er verbeteren?

Recalls in verband met allergenen komen vaak voor. Maar hoe kan het toch dat er soms allergenen in ons voedsel opduiken die er niet in horen en waarvoor niet gewaarschuwd wordt op het etiket? Fabrikanten doen hun best, maar ook aan de wetgevende kant zijn er mogelijkheden tot verbetering.

Marjan van Ravenhorst van Allergenen Consultancy legt uit dat een adequaat allergenenmanagementsysteem nodig is om allergenenrisico’s te beheersen. Een dergelijk systeem is erop gericht om de juiste productinformatie te geven aan de consument. Een consument met een allergie kan vervolgens op basis van de productinformatie een eigen, veilige keuze maken. Allergenenbeheer draait dus vooral om product- en etiketinformatie, en niet alleen om het voorkomen van kruisbesmetting met allergenen, zoals vaak verondersteld wordt. Toch gaat het af en toe ook mis in een fabriek waar met meerdere allergenen wordt gewerkt.

Food Safety Update 5 oktober

Internationale allergenenwetgeving: de impact op de voedingsindustrie

Door: Marjan van Ravenhorst, expert Allergenen Consultancy

In de Codex Alimentarius en de Europese regelgeving zijn een aantal nieuwe ontwikkelingen op het gebied van allergenenwetgeving. Deze heeft een behoorlijke impact op de voedingsmiddelenindustrie. Zo leven er in de industrie veel vragen over de nieuwe Hygiëneverordening waarin het voorkomen van kruisbesmetting met allergenen verplicht is. Ook zijn er werkgroepen binnen de Codex opgericht die allergenenetikettering en richtlijnen rondom het gebruik van PAL (allergenenwaarschuwing) bekijken. Welke wijzigingen in allergenenwetgeving zijn te verwachten en waar moet je rekening mee gaan houden?

Bekijk het programma en meld je aan!

Systeem

Een goed allergenenmanagementsysteem bestaat volgens Van Ravenhorst uit grondstofinformatie, receptuurbeheer, etiketinformatie, voorkomen van verwisseling van grondstoffen, halffabricaten of etiketten en het voorkomen van kruisbesmetting (in de eigen productie of in de grondstoffen). “Deze indeling wordt ook gebruikt in de Code of Practice van SimplyOK. Dit is een Europees certificatieschema voor allergenenmanagement.” Veel toegepaste voedselveiligheidsschema’s, zoals FSSC 22000, BRCGS en IFS, verschillen onderling behoorlijk in de eisen die gesteld worden aan allergenenmanagement. Toch worden in geen enkel schema alle basispijlers van allergenenmanagement belicht, zo ziet Van Ravenhorst. “In de praktijk zien we vaak dat te weinig aandacht besteed wordt aan databeheer en verwisseling in het gehele proces. Met allergenenrecalls tot gevolg.”

Recalls

Allergenen zijn al jaren een belangrijke oorzaak van het terugroepen van voedingsmiddelen. Het merendeel van de allergenenrecalls wordt veroorzaakt door een foutief opgesteld etiket of verkeerde etiket- of productcombinatie. Hierbij komt de informatie op het etiket niet overeen met het verpakte product. In de praktijk worden dergelijke fouten vaak veroorzaakt door de mens of door onduidelijkheden. Door duidelijkere productieplanning, uitgifte van orders en identificatie van producten in alle stadia van de productie is een flinke risicoreductie te realiseren, denkt Van Ravenhorst.

aahaa

Pauline van den Brandhof van Albert Heijn legt uit wat haar bedrijf doet als er een recall plaatsvindt. “Het gaat bij een recall om A-merken en ons eigen AH-merk. Er zijn verschillende bronnen die aanleiding kunnen zijn om te besluiten om een product uit de winkels te halen. Leveranciers doen onderzoeken en testen, de NVWA kan een melding doen, of er kan een issue in de markt zijn. Er kunnen dus diverse redenen zijn dat een product teruggeroepen moet worden. Denk ook aan een productiefout, een kruisbesmetting of etiketverwisseling bijvoorbeeld. Op het moment dat er een recall plaatsvindt, melden wij dat op onze sociale media, op onze website, in onze winkels, op onze newsroom en doen wij een persbericht uit. Wij doen veiligheidswaarschuwingen als dat nodig is, omdat wij geen concessies doen als er een mogelijk gevaar is voor de volksgezondheid.”

Wetgeving

Marjan van Ravenhorst - foto
Marjan van Ravenhorst, Allergenen Consultancy

Ook Codex Alimentarius heeft geconstateerd dat het aantal allergenenrecalls te hoog is en allergenenmanagement verbeterd moet worden. Zij hebben daarvoor in 2020 de Code of Practice on Food Allergen Management for Food Business Operators (COP) uitgebracht. “Helaas ontbreekt hierin de pijler receptuurbeheer en ook de pijler verwisseling is onderbelicht in de Codex COP”, zegt Van Ravenhorst. Het uitbrengen van de Codex COP was voor de Europese Unie aanleiding om de Hygiëneverordening aan te passen. In maart 2021 is aan Verordening (EG) nr. 852/2004 de eis tot het voorkomen van kruisbesmetting met allergenen toegevoegd. Dit staat niet gelijk aan een volledig allergenenmanagementsysteem. Toch is deze aanpassing een belangrijke eerste stap, aldus Van Ravenhorst. “De nieuwe eis houdt in dat apparatuur, na verwerking van één van de wettelijke allergenen, schoongemaakt moet worden en gecontroleerd. Dit betreft minimaal een visuele controle op achtergebleven productresten. Helaas wordt niet aangegeven wat gedaan moet worden als kruisbesmetting met allergenen niet voorkomen kán worden. Gelukkig wordt in Europese richtsnoeren hierop wel toelichting gegeven.”

PAL heeft geen wettelijke status

In het richtsnoer Commission Notice (2020/C 199/01) is een basisvoorwaardenprogramma (BVP6) voor allergenen uitgewerkt. Hierbij wordt als corrigerende maatregel genoemd: “Indien ondanks alle bovengenoemde maatregelen kruisbesmetting niet kan worden voorkomen, moeten de exploitanten op basis van een risicobeoordeling bepalen of zij informatie verstrekken over de mogelijke onbedoelde aanwezigheid van allergenen in voedsel.” Vermelden van de onbedoelde aanwezigheid van allergenen wordt beschreven in artikel 36 van Verordening (EU) nr. 1169/2011 en wordt ook Precautionary Allergen Labelling (PAL) genoemd. Opmerkelijk is dat PAL door de Nederlandse overheid momenteel als melding zonder wettelijke status wordt gezien, zo ziet Van Ravenhorst. “Andere landen zoals België, Duitsland en Denemarken erkennen PAL wel. Europese harmonisatie van de omgang met kruisbesmetting met allergenen is hard nodig. Het huidige beleid leidt namelijk tot verwarring voor consumenten en bedrijven, onnodige recalls met kosten en voedselverspilling en een ongelijke handelsmarkt.”

De praktijk bij Unilever

Marlous den Bieman van Unilever vertelt over hoe haar werkgever omgaat met allergenen. Want hoe organiseer je het in de fabriek als je meerdere producten maakt waarin in het ene product wel allergenen zitten en in het andere niet? Soms vermijden fabrikanten dat zelfs helemaal. “Sommige ingrediënten kunnen bij een klein aantal mensen allergische reacties veroorzaken. We werken er hard aan om ervoor te zorgen dat we van deze ingrediënten zo min mogelijk gebruiken. Sommige ingrediënten zijn echter vanwege hun functie en de voordelen die zij aan de meerderheid van de consumenten bieden, te belangrijk om achterwege te laten. Wij baseren de inhoud van onze producten op drie zaken: de voorkeuren van consumenten, onze eigen veiligheidscontroles en de regelgeving in de landen waar wij onze producten aanbieden. We weten dat informatie over allergenen belangrijk is voor het kleine percentage mensen dat gevoelig kan zijn voor bepaalde ingrediënten. Daarom geven we duidelijke informatie over wat er in onze producten zit. Wanneer er allergenen in een product zitten, staan deze in hoofdletters op de ingrediëntenlijst vermeld. Daarnaast kun je de ingrediënten en voedingswaarden van onze producten ook op de merkenwebsites raadplegen.”

Foto: Unilever

Bij Unilever hanteert men enkele simpele regels, aldus Bieman. ”Waar mogelijk proberen we allergenen in onze recepturen te vermijden door voor een alternatief te kiezen dat geen allergeen is. Producten met een allergenenrisico clusteren we zo veel mogelijk in de fabriek door de ingrediënten en productie van deze producten zo veel mogelijk gescheiden te houden van niet-allergenen. We starten de productie altijd met producten die geen of weinig allergenen bevatten en bouwen op naar producten met (meer) allergenen. Daarbij maken we waar nodig tussendoor schoon om het risico op cross-contaminatie zo laag mogelijk te houden. Ook voeren we regelmatig extra controles uit. Verder zorgen we regelmatig voor trainingen en reviewen we regelmatig de procedures van de allergenen zodat deze accuraat blijven.”

Dit vind je misschien ook interessant