nieuws

‘Ruim baan voor voeding die rol kan spelen bij het voorkómen en behandelen van ziekte’ (longread)

Wetgeving & Toezicht

‘Ruim baan voor voeding die rol kan spelen bij het voorkómen en behandelen van ziekte’ (longread)

Er zijn voedingsmiddelen waarvan een preventieve, behandelende of zelfs genezende werking bij bepaalde aandoeningen bekend is. Mededelingen hierover worden echter gezien als medische claims, en die zijn voorbehouden aan medicijnen – en verboden voor voedingsmiddelen. Hoog tijd voor verandering, stelde voedingswetenschapper Loek Pijls op het Food Law Event van VMT.

Volgens Pijls wordt het hoog tijd voor ruimte voor voedingsmiddelen die aantoonbaar gunstig effect hebben op (het beloop of symptomen van) een bestaande ziekte, ook als ze niet aan alle criteria voor dieetvoeding voor medisch gebruik voldoen. Verder pleit Pijls voor het loslaten van het praktisch en wetenschappelijk niet-bestaande onderscheid tussen enerzijds ziekte-risico(factor)-reductie en instandhouding van de gezondheid en anderzijds preventie ofwel het voorkómen van ziekte. In het artikel onder video worden deze stellingnames van Pijls uiteen gezet.

Bekijk hier de complete videopresentatie van Pijls op het Food Law Event op 21 juni 2018 (35 minuten):

Genezen met voeding

“Als ik de ziekte scheurbuik zou hebben, dan kan ik dat genezen met het eten van aardappelen of sinaasappelen”, aldus Pijls van Loekintofood. “Door phytosterolen, minder zout of minder verzadigd vet te eten doen we aan preventie van hart- en vaatziekten. Maar over preventie mag men niet spreken op voedingsmiddelen, enkel over ziekte-risico reductie (bijvoorbeeld in VS) of ziekte-risico-factor reductie (bijvoorbeeld in de EU)

Pijls vervolgt: “Er is natuurlijk ook de categorie ‘dieetvoeding voor medisch gebruik’ (DVMG). Dat zijn voedingsmiddelen die een gunstig effect hebben bij een bestaande ziekte, maar enkel onder nogal beperkte voorwaarden (zie verderop in dit artikel, red.). Voor voedingsmiddelen die niet aan alle DVMG criteria voldoen maar wél een gunstig effect hebben op een bestaande ziekte, is geen wettelijke ruimte. En als een producent dan tóch spreekt over effect op bestaande ziekte, dan wordt het product gezien als een – illegaal – medicijn. En dat is ook zo als men communiceert dat een voedingsmiddel een rol heeft in de preventie of het voorkómen van ziekte. Op dit moment is er geen wettelijke basis om dergelijke claims op voedingsmiddelen te kunnen maken, behalve in bijvoorbeeld Canada. Daar kan het wel, voor zogenoemde ‘natural health products’, zonder dat een voedingsmiddel onder andere het hele ‘veiligheids-circus moet doorlopen. Dat traject is redelijk voor medicijnen, maar niet voor bestaande voedingsmiddelen. En daardoor gaan in Canada minder kansen verloren voor gezondheidswinst, in termen van zowel meer ziekte-preventie als minder ziekte-last.

Scheiding preventie en ziekterisiscoreductie

Pijls: “Wat mij intrigeert is dat ooit een wettelijk onderscheid onderscheid is gecreëerd tussen preventie en risicoreductie van ziekten, terwijl dat onderscheid praktisch of wetenschappelijk gezien niet bestaat – voorts is het intrigerend dat dat  onderscheid nog steeds bestaat.”

Preventie

Niemand kan uitleggen wat het verschil is tussen preventie en ziekterisicoreductie, zoals reeds in 2003 aangeduid door de Gezondheidsraad (advies nr GR 2003/9). Een griepvaccin is voor de preventie van griep, en is een medicijn. Het reduceert het risico om de griep te krijgen, maar in geval van de griepprik, en in de meeste andere gevallen waar men ‘preventie’ beoogt, is die risico-reductie zelden tot nul. Praktisch en wetenschappelijk gezien is preventie en ziekterisicoreductie dus hetzelfde, maar volgens de wet mag je alleen op medicijnen aangeven dat ze voor preventie dienen en als het gaat om voeding, dan is dat niet toegestaan, tenzij via de terminologie van ziekte-risico reductie (b.v. in VS) of ziekte-risico-factor reductie (b.v EU). Ik vind dat op zijn minst intrigerend.”

Voedings- en gezondheidsclaims

Of een product volgens de wet gezien wordt als een voedingsmiddel, medische voeding of een geneesmiddel, hangt niet eens zozeer af van wat erin zit of wat het effect ervan is, zegt Pijls. “Het hangt vooral af van de communicatie eromheen, evenals aan wie je het aanbiedt. Als je je product richt op gezonde mensen, dan kan het supplement of reguliere voeding zijn. Dan kan er eventueel nog een voedingsclaim op staan: rijk aan vezels bijvoorbeeld. Of er kan een functionele claim op staan: voor een verbeterde weerstand. Je kunt het ook nog hebben over ziekterisicoreductie: je stopt bijvoorbeeld fytosterolen in de margarine en vermeldt dat daardoor het cholesterol naar beneden gaat – met de toevoeging dat het cholesterolgehalte het risico op hart- en vaatziekten beïnvloedt.” Dit betreft eigenlijk ziekterisicofactorreductie, terwijl het tegelijkertijd wettelijk is aangeduid als ziekterisicoreductie, merkt Pijls nog op. En: “Maar zodra dit men duidt als preventie of voorkómen van ziekte, dan verwordt ditzelfde product wettelijk gezien tot – illegaal – medicijn.”

PIJLS claims

Medische voeding

“Maar zodra je je op patiënten richt, verandert er van alles”, weet Pijls. “Dan kan het nog steeds gaan over voeding, maar dan enkel als het voldoet aan alle criteria van medische voeding ofwel dieetvoeding voor medisch gebruik.” Dit is een heel specifieke categorie. Het zijn producten die niet alleen een gunstig effect moeten hebben voor mensen met een bepaalde aandoening; dat effect moet op een bepaalde manier tot stand komen. Het product moet óf tegemoetkomen aan een ten gevolge van de ziekte verminderd vermogen om voeding te eten, te absorberen of te metaboliseren, óf tegemoet komen aan een door de ziekte veranderde behoefte aan voedingsstoffen. Als ten minste één van deze twee van toepassing is, en dit effect bovendien niet met gewone voedingsmiddelen of supplementen bereikt kan worden, enkel dan mag het medische voeding heten.”

Het hebben van aantoonbare gunstige effecten hebben op bestaande ziekte is dus niet voldoende om het ook over die effecten te mogen hebben. Er blijft dus weinig speelruimte over voor voedingsmiddelenproducenten die willen en gefundeerd zouden kunnen communiceren over producten met preventieve of zelfs genezende werking. Al in 2003 kwam de Gezondheidsraad met een advies over claims, hetgeen Pijls namens de toenmalige Commissie geschreven heeft (Voedingsmiddelen en -supplementen met claims over gezondheidseffecten. Gezondheidsraad, Advies Nr 2003/09), waarvan onderstaande citaten:

“Er bestaat een juridisch verschil tussen gezondheids- en medische claims. Gezondheidsclaims handelen over het ‘bevorderen en instandhouden van gezondheid’ (ziekterisicoreductie), en zijn bij voedingsmiddelen en -supplementen toegestaan. Medische claims betreffen ‘preventie, behandelen en genezen van ziekte’. Deze zijn voorbehouden aan geneesmiddelen en zijn bij voedingsmiddelen en -supplementen verboden. Juridisch gezien is de huidige afbakening scherp: iedere vermelding van een ziekte maakt een claim tot een medische. Wetenschappelijk en praktisch gezien is er echter een overlap. Volgens de commissie is instandhouden van de gezondheid (i.e. gezondheidsclaim) wetenschappelijk en praktisch gezien namelijk hetzelfde als ziektepreventie (i.e. medische claim).

Volgens vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en van de Europese Commissie zouden claims over reductie van ziekterisico’s van een andere orde zijn dan claims over preventie van ziekte. De eerste zouden niet als medische claims opgevat hoeven te worden en daarom toegestaan zijn. Preventie is echter hetzelfde verlagen van een risico, en slechts in zeldzame gevallen tot nul.”

De bewindslieden vroegen of er redenen zijn om de huidige afbakening tussen medische claims en gezondheidsclaims aan te scherpen. Zij zien een subtiel verschil tussen het voorkómen van ziekte en het in stand houden van de gezondheid, maar schatten in dat veel consumenten dit niet zullen begrijpen. De commissie constateert, zoals gezegd, dat het huidige onderscheid wetenschappelijk en praktisch gezien vaag is. De vraag of aanscherping van dit onderscheid wenselijk is, is volgens de commissie moeilijk op wetenschappelijke gronden te beantwoorden. Hoe dan ook, als de bewindslieden een scherpe praktische afbakening wensen, dan is het dus nodig de bestaande regelgeving aan te passen.”

Die regelgeving is tot op de dag van vandaag nog niet aangepast, zegt Pijls. Hij hoopt dat het er wel van gaat komen. “Daardoor zouden minder kansen voor gezondheidswinst, in termen van zowel ziekte-preventie als ziekte-last, verloren gaan.

Loek Pijls

Dr. Loek Pijls heeft een staat van dienst van bijna 30 jaar in de voedingswetenschap en werkte voor voedingsmiddelenbedrijven, universiteiten, overheid en wetenschappelijke instituten. Enkele namen op zijn cv: The Coca-Cola Company, Nestlé Research Center & Nestlé Health Science, ILSI Europe, Gezondheidsraad, VU Amsterdam, RIVM en WUR. Hij was o.a. co-auteur van PASSCLAIM, hetgeen voor zowel EFSA als Health Canada de eerste referentie werd voor hun evaluatie van gezondheidsclaims-dossiers. In 2015 heeft hij Loekintofood opgericht en in 2017 was hij medeoprichter van de Nutrition Consultants Cooperative (NCC) in Wageningen. NCC is een samenwerkingsverband van negen onafhankelijke voedingsexperts met veel brede en diepe ervaring met de wetenschappelijke, medische, wettelijke, communicatieve en zakelijke kant van voeding. Voornamelijk via Loekintofood en recentelijk ook meer via NCC heeft Loek, sinds 2015, reeds gewerkt voor 19 verschillende bedrijven en andersoortige organisaties actief binnen voeding.

Interessant is ook het schema dat Pijls maakte voor het Food Law Event (gaarne enkel gebruiken met bronvermelding Loekintofood@VMT): Wie mag wat beweren over voeding in een handig schematisch overzicht:

PIJLS Wie mag wat beweren over voeding

 

 

Reageer op dit artikel