artikel

CEO Go-Tan doet boekje open over glutenrecall kroepoek

Wetgeving & Toezicht

CEO Go-Tan doet boekje open over glutenrecall kroepoek

Voedingsmiddelenbedrijven worstelen met allergenenbeheer. Fabrikanten laken het woud aan regelgeving hierover en de uiteenlopende aanpak per land. Illustrerend is de case van Go-Tan, dat in 2015 een recall moest doen van kroepoek vanwege een glutencontaminatie. Ceo Bing Go van Go-Tan doet zijn verhaal.

Ceo Bing Go van Go-Tan, producent van Aziatische producten zoals woksauzen en kroepkoek, neemt geen blad voor de mond als hij uitwijdt over de glutencontaminatie in Go-Tans kroepoek in 2015. Hij deed zijn verhaal onlangs op een seminar van Kneppelhout Advocaten in Rotterdam. De glutencontaminatie bij Go-Tan leidde uiteindelijk tot een recall in een aantal landen en een rekening van vele tonnen. Volgens Go worstelen veel voedingsmiddelenproducenten in zo’n geval met dezelfde vragen: “Is het een oplossing om met minder, simpeler en lokale grondstoffen te gaan werken? Elke grondstof betekent immers een risico. Of overgaan op defensive labelling en op alle producten zetten dat het product alle allergenen kan bevatten? Of nog zwaarder verzekeren? Ik weet het niet.” Het zijn dilemma’s voor veel producenten die te maken krijgen met een recall.

Omvangrijke schade

Go: “In mijn kroepoek, waarvan de grondstoffen uit Indonesië komen, zaten ineens gluten. Dat is eigenlijk net zo raar als paardenvlees in rundvlees. De contaminatie kwam toevallig aan het licht via een testje in Finland, mijn kleinste exportmarkt. De contaminatie is gebeurd buiten onze schuld om en onze leverancier was er overigens ook niet van op de hoogte. De contaminatie zat in de keten ervoor.” Wat er dan gebeurt is dramatisch, beschrijft Go. “Er volgde een recall in diverse landen. De directe recallschade was 500.000 euro. Daar komt de omzetderving nog bij en dan gaat het over de 500.000 euro heen.”

Verzekering

Een van de eerste dilemma’s die je als voedingsmiddelenproducent tegenkomt bij een recall is de vraag: hoe kun je je hiertegen verzekeren? Go: “De dekking van mijn verzekering was maximaal een miljoen, dus daar maakte ik me al een klein beetje zorgen over. Ik had al vijftien jaar premie betaald zonder een claim in te dienen en nu zat ik ineens aan mijn limiet.” Go kreeg vervolgens een discussie met zijn verzekeraar. Die wilde namelijk alleen maar de recall en de recallkosten vergoeden, maar niet de schade van gederfde omzet. “Ik had in mijn magazijn immers nog veel producten staan die ik niet meer kon gebruiken.”

De discussie ging om de vraag of het nou om een recallverzekering ging of een productcontaminatieverzekering. “Boven de polis staat met dikke letters ‘productcontaminatieverzekering’, maar toch wilde de verzekeraar slechts de recallkosten dekken. Ik ben nog steeds niet uit die discussie.” De praktijk is dat het grootste deel van de rekening door de fabrikant zelf moet worden opgehoest, weet Go. “Mijn leverancier moet het zien terug te halen bij zijn leverancier. Maar die geeft niet thuis. Vervolgens sturen de retailers wel gewoon hun rekening. Dus ik zit klem.”

Retailers

Overigens laakt Go de manier waarop retailers soms hun recallkosten declareren. “De maat is nu en dan zoek. Ik had één klant in Engeland waar ik 1.000 euro aan waarde in de markt had zitten, maar de retailer wist 60.000 euro te claimen voor recallkosten. Dan denk ik: er is geen vakkenvuller later naar huis gegaan en ook geen vrachtwagen meer door gaan rijden, maar elke retailer hanteert daar een bepaalde norm voor. Ik laat het aan de verzekeraar om met al deze mensen in discussie te gaan, maar het klopt gewoon niet. En het maakt het probleem alleen maar groter.”

Nauwkeurige testen

Dat testen steeds geavanceerder worden, maakt de problematiek er ook niet gemakkelijker op, vertelt Go. “Met allergenen is het in principe vrij simpel: wat in het product zit, moet gedeclareerd worden op de verpakking. Wat er niet op staat, mag er niet in zitten. Dat klinkt logisch, maar praktisch gezien is het niet te doen omdat de normen onduidelijk zijn en per regio verschillen.” Go vervolgt: “Tien jaar geleden waren de meetmethodes zodanig dat de grens van bepaalde stoffen bijvoorbeeld bij 100 parts per million lag en daaronder was het niet detecteerbaar en dan was het klaar. Maar de tests worden steeds nauwkeuriger, goedkoper en sneller. Waar ligt de norm? En ook technisch gezien kan ik mijzelf niet beschermen tegen eventuele frauduleuze handelingen van leveranciers, want het is onmogelijk om alle grondstoffen te testen op alles. De waarheid is dat er altijd alles in kan zitten.”

Defensive labelling

Een manier waarop fabrikanten deze problematiek proberen te tackelen is defensive labelling. Go: “Op een verpakking van een appelbeignet staat dan bijvoorbeeld dat er ook ei, vis, schaal en schelpdieren, pinda’s, soja, lactose of selderij in kan zitten. Soms is dat gewoon de enige praktische keuze voor fabrikanten om problemen te voor komen. Tesco is er sinds 2015 heel actief mee en Hema ook. Op sommige producten staan werkelijk alle allergenen aangegeven die je maar kunt bedenken. Consumenten begrijpen dat niet. Die vragen zich af hoe er toch vis in een appelbeignet kan zitten.”

Kruiden

Een andere manier om ermee om te gaan als fabrikant is het nemen van draconische maatregelen in de productie om allergenen uit te bannen. Go haalt een voorbeeld aan van een kruidenfabrikant die hij bezocht. Die had een test laten doen met snuffelpalen om de hele fabriek. Wat bleek: alle allergenen zaten in de lucht. Go: “Hoe kan ik dan ooit allergenenvrij leveren, vroeg deze fabrikant zich af. Er was namelijk één afnemer die een absolute eis had: nul procent van een bepaald allergeen in een product. Daarvoor is toen een speciale hogedrukkamer gebouwd waarin wordt gewerkt met astronautenpakken om het absoluut allergenenvrij te krijgen. Ik vroeg wat dat nou voor zin heeft . Want heeft de fabriek die de kruiden gaat verwerken dan ook zo’n drukkamer? Of de supermarkt waar het product wordt verkocht of de consument thuis die het gebruikt? Wat ik maar wil zeggen is: we proberen bepaalde allergenen naar een absoluut nulpunt te brengen, hoewel dat op de gezondheid geen enkele impact heeft. Maar omdat het er niet in mag zitten, gaan we dat soort rare dingen doen als industrie.”

Voedsel- en warenautoriteit

Verder heeft Go geen onverdeeld positieve ervaringen met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) als organisatie ten tijde van de glutencontaminatie in de kroepoek. “Toen dit bij ons werd ontdekt, was er complete paniek binnen het bedrijf. Wat moeten we doen? Een recall? Geen recall? We hadden meerdere malen telefonisch contact gehad met onze contactpersoon, de inspecteur van de NVWA, waarbij later bleek dat eerdere gegeven adviezen weer door de NVWA-organisatie werden herroepen.”

Internationale verschillen

Toen Go-Tan melding had gemaakt van de de glutencontaminatie via RASFF, het Europese systeem voor snelle waarschu wingen over levensmiddelen, kwam er een vraag van de voedsel- en warenautoriteit in België, het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV). “De vraag was: wat doet de NVWA? Op dat moment had de NVWA ons mondeling gemeld dat het product gewoon in de markt mag blijven en dat een waarschuwing richting de Nederlandse Coeliakie Vereniging (NCV) volstond. Dat zeiden we tegen FAVV, maar die vroeg of we dat zwartop- wit konden toesturen. Dat wilde de NVWA echter niet. De Belgen begrepen daar helemaal niets van en dachten dat wij de boel voor de gek hielden.”

Kaartenhuis

Uiteindelijk wilden de Finnen toch een recall, herinnert Go zich. “En vier dagen later bleken de eerdere adviezen van de NVWA-inspecteur te zijn overruled binnen de NVWA-organisatie, waarna alsnog werd besloten tot een recall. Dan krijg je een soort kaartenhuis. Uiteindelijk is het gestopt in België. De Zwitsers, Spanjaarden en Fransen vonden een recall gelukkig niet nodig. Maar de conclusie is: als fabrikant verkeer je in complete onzekerheid in zo’n situatie. Natuurlijk moet je de risico’s minimaliseren. Ik weet een Engelse fabrikant die één recall per jaar incalculeert. Maar dat is voor mij geen doen op het volume dat ik draai.”

Vijf basispijlers voor allergenenbeheer

Volgens Marjan van Ravenhorst van het bureau Allergenen Consultancy hebben veel fabrikanten hun databeheer van allergenen onvoldoende op orde. Ze houdt de allergiewaarschuwingen en recalls op het gebied van allergenen bij en komt in 2016 uit rond de 35, een stijgende tendens. “Er zijn geen koppelingen van de gegevens van de verschillende afdelingen en dan gaat het fout. Wijzigingen in recepturen worden niet doorgegeven en etiketten en orders worden verwisseld.”

Voor allergenenbeheer hanteert Ravenhorst vijf basispijlers:

  1. grondstofinformatie;
  2. aanhouden van juiste receptuur;
  3. juiste etiket;
  4. verwisseling van etiketten en producten voorkomen;
  5. voorkomen van kruisbesmetting;

Volgens Ravenhorst is een gebrek aan regelgeving juist het probleem. Ze ziet graag wetgeving voor kruisbesmetting, daar hebben bedrijven behoefte aan, is haar ervaring.

Reageer op dit artikel