nieuws

Kwaliteitsmanager Zwanenberg Food Group: ‘Er moet een werkbare drempelwaarde voor allergenen komen’

Voedselveiligheid & Kwaliteit

Kwaliteitsmanager Zwanenberg Food Group: ‘Er moet een werkbare drempelwaarde voor allergenen komen’

Nog steeds is het aantal allergenenrecalls hoog. Voedingsmiddelenbedrijven doen er alles aan om hun zaakjes zo goed mogelijk op orde te hebben. Toch gaat een nulcontaminatie voor producten zonder claim niet alleen te ver, maar is dat ook niet economisch, stelt Group QA-manager Gerrit Straatsma van Zwanenberg Food Group.

In zo’n beetje ieder lijstje over recalls prijken die met allergenen bovenaan. Afgelopen jaar bleken verkeerde allergeneninformatie en verwisselingen van grondstof de belangrijkste oorzaken van terugroepacties, meldt Allergenen Consultancy.

Wettelijke allergenen

Zwanenberg Food Group doet er alles aan om allergenenrecalls te voorkomen. Het bedrijf richt zich dan met name op de wettelijke allergenen. De Europese wetgever benoemt veertien stoffen als allergeen die bedrijven dienen te vermelden.

Straatsma: “Producten met claims (vrij van) krijgen specifieke aandacht bij inkoop van ingrediënten en verwerkingsprocessen in de productie. Sommige processen waarbij installaties niet na ieder allergeen voluit kunnen worden gereinigd, vergen specifieke werkwijzen om contaminatie te voorkomen naar producten die geen claim mogen dragen. Wij hanteren hiervoor Vital-drempelwaardes.

Etiketten

Wat zijn de belangrijkste maatregelen in het allergenenbeheer? Houd je aan de productievolgorde. Voer die uit zoals beschreven om mogelijke contaminatie tegen te gaan, aldus Straatsma.

“Halal en productie van producten met vrij van-claims worden op schone lijnen gestart. Dat is de enige manier om kruiscontaminatie te voorkomen.”

Verder zijn er risico’s bij de uitwisseling van recepten en het aanbrengen van de juiste etiketten. Zwanenberg neemt voorgeschreven beheersmaatregelen om ervoor te zorgen dat dit goed verloopt. “We hebben hier schriftelijke instructies voor en vermelden die ook op relevante documenten zoals planningslijsten en werkbonnen. ”

Voorkomen is beter dan genezen, luidt het devies van de QA-manager van Zwanenberg Food Group. Extra controles aan de productielijn op toepassing van de juiste recepten en zorgen voor goede etiketten, zijn hier voorbeelden van. “We willen geen verwarrende situaties aan de lijn, bijvoorbeeld dat er meerdere etiketten beschikbaar zijn. In sommige situaties is er dus a second pair of eyes dat controleert.”

Dierlijk DNA

Alles wat fout kan gaan, gaat wel een keer fout. Daar is Straatsma eerlijk in. “De kunst is dit zo goed mogelijk uit te sluiten. We hebben dan ook voortdurend aandacht voor allergenenbeheer. Dat geldt trouwens ook voor contaminatie met ‘vreemd’ dierlijk DNA.”

De kwaliteitsmanager geeft een voorbeeld van wat in het verleden een keer fout ging. “Een leverancier bleek een mix te hebben geleverd met een niet-vermeld allergeen. Daarop zijn onze inkoopspecificaties aangescherpt en ook onze monitoring en verificatie op grondstoffen.”

Drempelwaarde allergenen

Het uitbannen van allergenen uit de fabriek is niet realistisch. Dat de overheid en markt streven naar nul contaminatie voor producten zonder claim, gaat Straatsma te ver. “Als je voor producten zonder claim die ‘nul’ moet handhaven, heb je tussen iedere productierun een schoonmaak. Dat is niet economisch.”

Straatsma: “Er moet een werkbare drempelwaarde worden ingevoerd om economisch te blijven produceren.”

Labanalyse onbetrouwbaar

De QA-manager vindt analyses op allergenen niet betrouwbaar. “De laboratoria geven aan dat hun analyses kloppen. Maar als wij verschillende deelmonsters laten onderzoek, zien we uitschieters. Dat zou dan aan de homogeniteit van het product kunnen liggen, maar als het een gehomogeniseerd product betreft, moet het aan de analyse liggen.”

Straatsma vraagt zich af of de methodes van de labs geschikt zijn om bijvoorbeeld een kleine verontreiniging van 15 ppm (parts per million)te kunnen vaststellen.

PCR-methode

“Helaas denken de labs ook dat zij – met een grote spreiding -een indicatie van een vleessoortpercentage kunnen geven. Om een voorbeeld te geven: een vleesproduct bevat 30% kip en 70% rund, terwijl het in werkelijkheid andersom is. De PCR-methodes kunnen hier niet goed voor worden gebruikt. Dat is aangetoond door Rikilt in Wageningen.”    

Reageer op dit artikel