nieuws

Fabrikant geeft lage prioriteit aan allergenenbeheer

Voedselveiligheid & Kwaliteit

Fabrikant geeft lage prioriteit aan allergenenbeheer

Veel bedrijven in de levensmiddelenindustrie hebben hun allergenenmanagement onvoldoende op orde, zo leert een rondvraag onder de sprekers van de Praktijkdag Allergenen. En dat terwijl Albert Heijn, waarvan Ika van de Pas het beleid zal toelichten, vorig jaar hun toeleveranciers aanmaande om hun allergenenmanagement op orde te krijgen en steeds meer partijen data over allergenen gaan gebruiken in apps en onderzoeken.

 

Kort gezegd komt het er op neer dat bedrijven het beheren van informatiestromen onvoldoende prioriteit geven. “Er is weinig draagvlak om zaken als grondstoffen, recepturen en labelmanagement vergaand te automatiseren”, aldus één van de sprekers. “Vaak wordt er nog gewerkt met losse files”, bevestigt een andere spreker.

 

Automatisering is een must

Volgens Marjan van Ravenhorst, directeur/eigenaar Allergenen Consultancy, kampen heel veel voedingsmiddelenproducenten met problemen met het beheren van de informatiestromen. Het automatiseren hiervan is volgens haar een must, willen bedrijven informatie actueel, maar ook correct kunnen verstrekken aan onder andere de GS1 Data Source. Deze database zal meer en meer gaan dienen als bron voor online-informatie op bijvoorbeeld retailsites, voor voedingsapps en voor wetenschappelijk onderzoek.

 

Case automatisen allergeneninformatie

VMT en Allergenen Consultancy die de Praktijkdag organiseren zijn dan ook blij dat Bob Meijer, kwaliteitsmanager bij de Huijbregts Groep in Helmond, over hun databeheer met betrekking tot allergenen. Hoe hebben zij bijvoorbeeld hun softwaresystemen ingericht, denk aan koppeling tussen specificaties, ERP, recepturen en productie-opdrachten.

 

Hoe beheert deze verwerker van poeders alle bijbehorende data, intern maar ook bijvoorbeeld bij het uitbesteden van productie? Volgens welke procedures en controles wordt daarbij gewerkt, denk aan vrijgave van grondstoffen of mixen, maar ook aan het selecteren van de analyse methoden.

 

Voedingscentrum negeert allergeneninformatie

De kwaliteit van de data schiet zelfs zo erg tekort dat het Voedingscentrum besloot om geen allergeneninformatie uit de GS1 database te gebruiken voor hun recent gelanceerde ‘Kies ik Gezond?’-app. Wieke van der Vossen van het Voedingscentrum zal daar dieper op ingaan.

 

Data analist Jeroen Dokter geeft inzicht in hoe GS1 Nederland de kwaliteit van deze data wil verbeteren en de rol die fabrikanten daarbij kunnen spelen. Hij zal verder de eerste resultaten delen die zijn behaald met de Allergenen Checker die fabrikanten helpt bij het opsporen van fouten in hun allergenen informatie.

 

Schema’s weinig aandacht voor allergeneninfo

“Fabrikanten moeten bij hun allergenenbeheer anders leren kijken dan hun gebruikelijke procesbenadering bij voedselveiligheid”, vindt Van Ravenhorst. “Bij allergenenbeheer gaat het niet alleen om de traditionele aanpak van voedselveiligheid door de risico’s van productieprocessen in kaart te brengen, maar ook om de informatie die je richting afnemers en consument wilt communiceren.”

 

Aan de voor communicatie benodigde informatiestromen wordt volgens Van Ravenhorst bij audits niet of nauwelijks aandacht besteed. “Bij systemen als HACCP, BRC en IFS is dat een blinde vlek.” Binnen het nieuwe allergenenmanagement certificatieschema SimplyOK worden daaraan wel eisen gesteld via de vijf basispijlers van allergenenbeheer. Ook hierover zal, maar bijvoorbeeld ook Els van Soest van VEZET de deelnemers nader informeren.

 

Recalls explosief gestegen

Het aantal meldingen vanwege allergenen in het RASFF stijgt volgens Rob Kooijmans van Foodrecall.nl de afgelopen jaren geleidelijk en is zelfs in 2017 explosief gestegen, van 10 in 2016 naar 26 in 2017. “Kruisbesmettingen spelen daarbij een ondergeschikte rol. Verkeerde informatie op het etiket of een verkeerd etiket op de verpakking zijn de hoofdoorzaken”, aldus Kooijmans. “Bedrijven hebben hun receptuur en labelmanagement onvoldoende op orde.”

 

VBZ harmoniseert portiegrootte

De Vereniging voor de Bakkerij- en Zoetwarenindustrie heeft voor haar leden de portiegrootte vastgesteld die gebruikt wordt bij de VITAL-berekeningen. “Het liefst zou ik deze in geheel Europa harmoniseren”, vertelt Charlotte ter Haar, spreker op de Praktijkdag Allergenen. Daar zal zij uitgebreid ingaan op de problemen die de branche hierbij is tegengekomen.

 

“De Voedselconsumptie Peiling hebben we als uitgangspunt genomen, maar daar staan niet alle producten in, denk bijvoorbeeld aan power mints. Hoe bepaal je hoeveel gram iemand daarvan maximaal eet gedurende een half uur op een eetmoment?” Die hoeveelheid hangt ook af van op welk eetmoment een product wordt gegeten, tijdens het ontbijt, lunch of bijvoorbeeld als tussendoortje. Ter Haar: “Hoe ga je daar als fabrikant mee om?”

 

PCR ontdekt niet altijd allergeen

Een PCR test is gebaseerd op het aantonen van een stukje DNA dat codeert voor het allergene eiwit. Maar gebruikt de producent van de test daarvoor wel het juiste DNA? De fabrikant is daar vaak niet helder over.

 

Het kan zijn dat er algemeen DNA wordt gebruikt dat niet codeert voor het gezochte allergene eiwit. Deze vorm van PCR is een Bio Assay, dus gebaseerd op een biologische reactie. Met alle gevolgen van dien, zoals vals negatieve uitslagen.

 

Kruisreactiviteit

De PCR methode wordt gebruikt wanneer er een te grote kruisreactiviteit is met eiwit allergenen. Het allergeen in selderij bijvoorbeeld heeft 100 % kruisreactiviteit met eiwitten uit de wortel. Het is echter erg lastig om vanuit DNA te berekenen hoeveel eiwit allergeen er in een monster aanwezig is.

Vos zal verder ingaan op vals positieve uitslagen door kruisreactiviteit met andere producten en ook hoe je DNA omrekent naar hoeveelheid eiwit allergeen.

 

Reageer op dit artikel