artikel

Column: De waanzin van het audittijdperk

Voedselveiligheid & Kwaliteit

Column: De waanzin van het audittijdperk

Ons voedsel is veiliger dan ooit. De kostbare auditjacht naar onveilig voedsel is één grote paarse krokodil (onnodig gedoe, red.) geworden. Bij velen is de ergernis merkbaar over speldzoekende auditors die opgewonden raken bij het vinden van een kinderachtige ‘non-conformiteit’ die de relevantie mist voor de voedselveiligheid. Deze column verschijnt in VMT 8 van 30 augustus 2019.

Oorspronkelijk waren de schema’s opgezet om tijd te besparen en de efficiency te verhogen. Niets is minder waar. Het bijhouden van BRC 8 kost snel één fte extra! Vroeger was de audit in één dag klaar. Nu duurt het gemiddeld drie dagen. Bij BRC is het Angelsaksisch denkmodel duidelijk merkbaar. Als iets niet beschreven is, mag het.

Een paar voorbeelden van ergernissen

De druk van de retail om of BRC of IFS te verplichten. Bedrijven dienen duidelijker commerciële afspraken te maken over welk schema men kiest. FSSC is een beter alternatief dat iets meer voorwerk kost, maar uiteindelijk veel goedkoper is in onderhoud. ISO is een systeem dat een bedrijf zelf opstelt en daarmee een stuk evenwichtiger is dan dat van de schemahouders die met dictaten werken. Het pochen over de behaalde status zegt weinig: AA+ of B, 97 procent of 92 procent score, etcetera. De mores binnen het bedrijf zegt meer.

De incompetentie van auditors. Zelden wordt een auditor als een steun en toeverlaat ervaren. Absurde voorbeelden zijn: met een haakje controleren of de kitranden loszitten, de maaswijdte van het haarnetje ter discussie stellen, een minor geven voor stof op een afvoerbuis, één gaatje in het plafond of één cijfer verkeerd van een telefoonnummer. Het wordt hoog tijd dat de auditors eenduidiger worden. Nu is het nog het hoofdkantoor dat de definitieve uitslag vaststelt na controle van het auditrapport. Dit is voor de uniformiteit van de beoordelingen. Maar de auditor is toch competent en heeft hiervoor examen afgelegd? Zij worden toch steekproefsgewijs gecontroleerd?

Het corrumperende karakter van de schema’s. De toeleveranciers van bijvoorbeeld verpakkingen of grondstoffen ook laten certificeren is makkelijk. Het scheelt een leveranciersbeoordeling. Hoewel dit vrijwillig is, riekt het ‘doorcertificeren’ naar koppelverkoop.

De schaarste aan IFS-auditors. Die is onderhand schrijnend. Veel auditors zakken voor het IFS-examen. Een didactische slangenkuil met strikvragen die weinig zeggen over de competentie van een auditor. Door deze schaarste worden zelfs auditors uit het Oostblok ingevlogen om een Nederlands bedrijf te beoordelen.

Hoe kan het beter?

FSSC 22000 is ook GFSI-erkend en veel systematischer. Ook zijn er meer bedrijfseigen zaken in verweven. Zo wordt er vooral gekeken naar de integriteit van het management. Met competentieontwikkeling op de werkvloer vormt dit de kern van de borging van voedselveiligheid. En niet het kostbare bureaucratische geneuzel.

Velzeboer is voedingsmiddelentechnoloog en eigenaar van Scienta nova, advies en training in voedingsmiddelen, ijsbrandvelzeboer@scientanova.com

Reageer op dit artikel