artikel

Kwaliteitsfunctie evolueert en wordt zwaarder: ‘Mijn agenda explodeert bij audit’

Voedselveiligheid & Kwaliteit

Voedselveiligheid en integriteit liggen door recente incidenten meer dan ooit onder een vergrootglas. Dit betekent niet alleen extra werk voor kwaliteitsmanagers, maar ook een verandering in hun takenpakket. Hoe kijken ze zelf tegen hun evoluerende functie aan? VMT sprak hierover met de kwaliteitsverantwoordelijken van kaasproducent Vergeer Holland en De Kuyper Royal Distillers, en met consultant Dirk-Jan van Veldhuizen van foodrecruitmentbureau DUPP. Dit artikel is verschenen in de printeditie van VMT 7.

Kwaliteitsfunctie evolueert en wordt zwaarder: ‘Mijn agenda explodeert bij audit’

Eenmaal aangekomen bij het distilleerderijcomplex van De Kuyper aan de Buitenhavenweg in Schiedam ga je even terug in de tijd. Het hekwerk om het terrein mag dan vrij nieuw zijn, de oorspronkelijke portiersloge uit het bouwjaar 1910-1911 staat er nog steeds en is een rijksmonument.

Formulieren

Vol trots leidt kwaliteitsdirecteur Ingeborg Reuser haar gezelschap rond langs dit historische geheel. “Het bottelen van likeuren gebeurt tegenwoordig bij onze joint venture Avandis in Zoetermeer. In Middelharnis hebben we een emulsiedrankenfabriek (advocaat en roomdranken, red.). Dat is nu onze belangrijkste productielocatie”, legt Reuser uit terwijl ze met ferme, zelfverzekerde passen het tempo aangeeft. Reuser (48) mag dan kantoor houden in een meer dan honderd jaar oud gebouw, haar visie op kwaliteitsmanagement is allesbehalve gedateerd. Toen ze 23 jaar geleden – nog jong en onervaren – begon, zette ze de kwaliteitsafdeling al snel naar haar hand. De hoeveelheid critical control points (CCP’s) bracht ze terug van dertig naar het voor toen overzichtelijke aantal van vijf. Ook reduceerde ze de hoeveelheid papierwerk. Niet voor ieder wissewasje hoefde meer een formulier ingevuld te worden. “Bedrijfsblindheid is echt een van de grootste valkuilen van een kwaliteitsmedewerker. De grootste dooddoener die je te horen krijgt is: ‘We doen het al dertig jaar zo.’ Dat is dodelijk. Je moet altijd kritisch zijn op wat beter en efficiënter kan.” Tegenwoordig is de aan Wageningen University & Research (WUR) afgestudeerde ingenieur niet alleen directeur kwaliteit, ze zwaait ook de scepter over personeelszaken en de receptie. Daarnaast is ze nog directiesecretaris. Ze lijkt hiermee op het prototype moderne kwaliteitsmanager dat veel voedingsmiddelenbedrijven voor ogen hebben: een duizendpoot, een verbinder en een communicator.

Kwaliteitsdirecteur Ingeborg Reuser van De Kuyper

Verbinder

VMT sprak met Reuser, QESH-manager Francis Driessen van Vergeer Holland en consultant Dirk-Jan van Veldhuizen van DUPP in Schiedam over de veranderende functie van de kwaliteitsmanager en de uitdagingen van het vak. Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat je de rest van de organisatie meekrijgt als het om kwaliteitsissues gaat? Driessen: “Het leuke van kwaliteit is juist om alles beter en efficiënter te maken. Maar ja, dan moet de organisatie wel mee willen.” Bij De Kuyper is dit niet zonder slag of stoot gegaan. “Dat moet ik gewoon eerlijk toegeven. Momenteel hebben we een hele fijne en betrokken productieorganisatie in Middelharnis. Productie werkt volledig mee met het hele proces rond de BRC-standaard. We hebben een BRC-team gevormd, een brede groep waar alle afdelingen inzitten”, zegt Reuser. Maar vijf tot tien jaar geleden was dit wel anders.“Bij ons is het heel lang zo geweest dat certificeren echt als QA-feestje werd gezien”. Driessen heeft een andere visie: “Ik vind dat wij ondersteunend zijn aan productie. Kwaliteit werkt mee met productie. Ik snap dat certificering voor productiemedewerkers vooral regels lijken die je niet verder helpen. Vertel daarom waar zo’n norm precies op gebaseerd is en dat sommige zaken nou eenmaal verplicht zijn. Zo’n certificering is essentieel, je komt anders gewoon niet bij de retailer aan tafel.”

Zwaardere functie

De functie van kwaliteitsmanager wordt onder andere door het toegenomen aantal eisen van de retail steeds zwaarder, constateren Driessen en Reuser. “Ik kan echt niet meer zonder een QA-manager op de vloer. Jarenlang heb ik dit werk zelf gedaan. Maar dat kan nu echt niet meer. De auditdruk, de dreiging van recalls. Dat soort dingen. Het is echt veel meer werk.” Ook Driessen merkt de druk die al die normen, eisen en onaangekondigde audits met zich meebrengen. “Als kwaliteitsmanager ben ik gestructureerd, maar komt er zo’n controle dan moet je alles laten vallen. Mijn agenda ontploft dan op zo’n moment. Je moet dan zorgen dat je back-up hebt en ook dat geeft weer druk.” De supermarkten maken het voor de kwaliteitsafdeling van Vergeer niet gemakkelijker. Na ieder aflopend jaarcontract volgt weer een tender en mag de afdeling weer aan de slag met de nieuwe eisen van de retail. “Die normen en eisen, ieder jaar weer, dat levert veel werk op. Dus ja, de druk bij ons is hoog, maar daar wen je op een bepaalde manier ook wel weer aan. Het is ook aan mij als afdelingshoofd om rust te bewaren. Je moet als manager de druk proberen te verdelen.”

Francis Driessen van Vergeer Holland.

De voedselveiligheidsnormen veranderen steeds sneller, constateert ook Reuser. “Ieder jaar is er wel een aanscherping van een norm. Tsja, het hoort erbij.” Net als Europese wetgeving. “Maar dan ben je er nog niet: je hebt ook te maken met de interpretatie per land en je moet dus echt goed bijblijven. Gelukkig helpt onder andere brancheorganisatie Spirits NL ons hiermee.”Driessen kwam erachter dat door al die extra werkzaamheden een extra QA-medewerker geen overbodige luxe is. “De retailer vroeg dit ook van ons toen we met elkaar om de tafel zaten. Toen dacht ik: ‘Grappig dat de supermarkt dit zegt. Die komt immers met al die extra eisen.’ Maar goed: dit keer was ik het met de retailer eens, we hadden de vacature namelijk al eerder uitgezet.”

Tekort aan kwaliteitsmanagers

Toch is het tekort aan kwaliteitsmanagers in de voedingsmiddelenindustrie een serieus probleem. Driessen merkt dit aan den lijve op zijn LinkedIn: daar krijgt hij elke week wel banen aangeboden. “Wij merken ook dat de spoeling dun is. We krijgen nog best wel wat reacties op kwaliteitsfuncties. Maar je zou willen dat je meer keuze hebt. Maar voor ons is het nog lastiger om technisch personeel te vinden.” De Kuyper kent geen tekort aan QA’ers. “Ons voordeel is dat wij actief zijn in een aansprekende, sexy branche. Een ander voordeel is dat we volledig in dagdienst werken. Weet je, het belangrijkste vind ik dat mensen die hier komen werken een fit hebben met de bedrijfscultuur. Kennis en kunde hebben de kandidaten al, dat zie je aan hun cv. Vakinhoudelijk kun je ze intern altijd nog een hoop bijleren.”


‘Tekort kwaliteitsmanagers heeft meerdere redenen’

De bedrijfstak, maar ook het soort bedrijf bepaalt of iemand kiest voor het kwaliteitsvak. “Kortom, bij het tekort aan kwaliteitsmanagers spelen meerdere factoren een rol”, zegt Dirk-Jan van Veldhuizen, consultant bij foodrecruiter DUPP in Wageningen. “Het vak is enorm in ontwikkeling. Dit komt onder meer doordat het aantal banen toeneemt. Daarnaast is het een gegeven dat de vaardigheden die een kwaliteitsmanager een jaar geleden nodig had, nu niet meer voldoen. Ook waren de foodopleidingen tot tien jaar geleden minder populair. Als je als bedrijf een vacature hebt, dan kan het best lastig zijn om goede sollicitanten te bereiken. Imago speelt dan zeker een rol en onbekend maakt onbemind. Mooie A-merkfabrikanten hebben een grotere aantrekkingskracht op sollicitanten. Wij leggen dan uit hoe leuk het elders ook kan zijn. En zo zit Francis Driessen nu op zijn plaats bij Vergeer.Door het grote aanbod van vacatures ziet Van Veldhuizen steeds meer specifieke opleidingen rond kwaliteitsmanagement als paddenstoelen uit de grond schieten. “Hier is duidelijk vraag naar, zowel onder werkgevers als onder studenten.”


Achtergrond in kwaliteitszorg

Driessen signaleert dat afgestudeerden steeds bewuster kiezen voor het kwaliteitsvak. “Kwaliteit wordt immers steeds meer onderdeel van de opleiding.” Maar zowel voor Driessen als voor Reuser hoeven afstudeerders geen specifieke kwaliteitsachtergrond te hebben. Driessen: “Dat is geen must. Als iemand gewoon een hbo-opleiding heeft afgerond en je merkt dat die interesse in kwaliteit er is, dan is dat ook goed. Je moet bij het kwaliteitsvak wel een soort gevoel hebben. Binnen een specifieke branche kun je je dan verder ontwikkelen”. Er volgt een korte stilte. “Zelf ben ik geen levensmiddelentechnoloog. Ik heb de laboratoriumopleiding en bedrijfskunde gedaan.”Reuser laat er geen misverstand over bestaan hoe zij erover denkt: “Het aantal soorten levensmiddelenbedrijven en -branches is groot. Ik vind het daarom een slechte ontwikkeling dat er heel veel specifieke, gerichte opleidingen bij komen. Ik heb liever iemand met een degelijke vooropleiding die het vereiste werk- en denkniveau heeft. Een diploma is niets meer dan een bewijs van goed gedrag. De branchespecifieke zaken zul je toch in het bedrijf zelf moeten leren.”

Reageer op dit artikel