artikel

7 lessen voor producenten voor een goede relatie met de foodretailer

Voedselveiligheid & Kwaliteit

7 lessen voor producenten voor een goede relatie met de foodretailer

Jean van de Put bouwde bij de Belgische supermarktketen Delhaize ruim 22 jaar ervaring op met kwaliteitsmanagement, voedselveiligheid en inkoop van vlees en vis. In mei nam hij afscheid in zijn laatste functie als inkoopdirecteur vlees en vis. Van de Put heeft een enorme expertise opgebouwd in de retail en deelt graag zijn inzichten met de voedingsmiddelenindustrie. Dit artikel komt uit de printuitgave van VMT 11.

Dit artikel verscheen in de printuitgave van VMT 11 binnen het thema Voedselveiligheid en kwaliteit.

Enkele maanden na zijn vertrek bij de supermarktketen Delhaize, begint Van de Put opnieuw zijn draai te vinden als consultant binnen de foodsector met zijn eigen bedrijf Foodblue. De agenda is overvol, laat hij weten. Niet zo gek gezien de enorme hoeveelheid ervaring en kennis die de voormalig inkoopdirecteur vlees en vis aan tafel meeneemt. Een greep uit de disciplines: businessdevelopment in de foodsector, inkoop, onderhandeling, categorymanagement, ketensamenwerking, expertise in vlees, vis, zuivel, vegetarische producten, bakkerij, wijn en bier, groot netwerk in food, productinnovatie, communicatie, voeding & gezondheid, voedselkwaliteit, voedselveiligheid en duurzaam ondernemen.

Tips voor de industrie


Door zijn jarenlange intensieve samenwerking met veel leveranciers en voedselproducenten weet Van de Put precies wat er mis kan gaan en waar producenten zichzelf nog in zouden kunnen verbeteren als het gaat om een betere relatie met de retail. Samen met VMT somt Van de Put een aantal belangrijke lessen op.

 

1. Kom in dialoog met de retailer

Van de Put heeft ingezien dat het voor producenten belangrijk is om een inhoudelijke dialoog op te bouwen met retail om relevant en uit de prijsdiscussie te blijven. “En niet alleen met de inkoper van de supermarktorganisatie, maar ook met kwaliteitsmanagers. Als het goed is, hebben deze mensen een passie voor de producten. Probeer erachter te komen wat de laatste ontwikkelingen of verwachtingen zijn. In elke categorie zijn er pijnpunten of is er een probleem. Bijvoorbeeld zoutreductie in de categorie vleeswaren. Daar moet je van op de hoogte geraken en regelmatig contact over onderhouden. Maar niet iedere week bellen natuurlijk, dat werkt averechts. Kom bijvoorbeeld met een voorstel voor een analyse van de categorie.”

2. Sla niet door met herformuleren

De kwaliteitsmanager van Delhaize begon in het jaar 2000 al met herformulering van producten. Van de Put: “Omdat we het verbeteren van de gezondheid bij Delhaize zagen als onderdeel van kwaliteit. Die liggen in elkaars verlengde. Ik ben begonnen met onderzoek naar de nutritionele kwaliteit van kant-en-klaarmaaltijden en op basis daarvan zijn producten stapsgewijs verbeterd. Dat was voor die tijd heel visionair. Er is sindsdien branchebreed heel veel verbeterd in zowel Nederland als België. In de meeste producten zijn zout, suiker en vet al gereduceerd. Maar bij veel producten is inmiddels een kritische grens bereikt. Die kritische grens is de smaak. Als die niet meer goed is, zullen consumenten je product niet meer kopen. Bij zoutreductie in vleeswaren kun je op een gegeven moment niet verder, want je hebt ook zout nodig voor conservering. Er zijn in mijn optiek geen slechte producten, maar is er wel een slecht voedings- en beweegpatroon bij consumenten. Fabrikanten zouden over heden daar veel meer op moeten wijzen.”

3. Vergeet de smaak van vlees niet

In aansluiting op het vorige punt wil Van de Put onderstrepen dat voedingsmiddelenproducenten bij productontwikkeling de smaak altijd op nummer één moeten houden. Hij haalt een voorbeeld aan uit de categorie vlees, waarvan hij bij Delhaize ook inkoopdirecteur was: “Zo heb je het runderras Belgisch witblauw. Dat gaat door voor het magerste rundvlees ter wereld. Maar het succes ervan wordt steeds minder. De concurrentie van andere vleesrassen met meer vet groeit. En we zien het grote succes van hamburgers, vetter vlees dan andere runderproducten. En natuur lijk het succes van gerijpt vlees. Vlees kan alleen rijpen als er een vetlaag op zit.”

4. Zoek samen naar technologische oplossingen

Herformulering is een gezamenlijke ontdekkingstocht van industrie en retail, weet Van de Put. “Door trial-and-error zijn we wijzer geworden. Ik herinner me een collega-inkoper die soep liet maken met een flinke reductie van zout. Een ramp was het. Daarom ging Delhaize ook mee in het ontwikkelingstraject bij producenten. We onderzochten bij zoutreductie het gebruik van kruidenmengsels en alternatieven voor natriumchloride. En bij alternatieven voor vet zochten we naar olie met een ander vetzuurprofiel. Delhaize legde nooit een eis op, maar legde altijd een vraag neer. Die werkwijze zit in het DNA van de organisatie en werd ingegeven door de kwaliteitsdienst richting inkoopafdeling. Er waren bij Delhaize eigenlijk twee soorten relaties: partners met wie de R&D samen werd opgepakt en leveranciers die simpelweg meededen aan prijstenders. Natuurlijk is de beste relatie een partnerrelatie, maar de opbouw ervan kost jaren.”

5. Ken de zwakste schakels

Een belangrijke les die Van de Put heeft geleerd over kwaliteit bij Delhaize is: ken de eigen zwakke schakels in de organisatie en anticipeer daarop. Volgens hem kun je niet streng genoeg zijn voor jezelf. “Een van de grootste kwaliteitsrisico’s voor een retailer is de koude keten. Die mag natuurlijk niet worden onderbroken. Bij Delhaize hebben we daarom zelf intern een zwaar programma ontwikkeld om deze koude keten te borgen en kruisbesmettingen te voorkomen. Er zijn controles ingevoerd bij het distributiecentrum, de ontvangst in de winkels, in de koelmagazijnen en in de koelmeubels in de winkels. Daaraan gekoppeld was een inspectieprogramma in elk filiaal. Het was een strenge manier van zelfcontrole, uitgevoerd door een derde partij. De eerste winkel werd in 2007 gecertificeerd en daarna volgden de overige winkels. Dat was een redelijk uniek certificeringsprogramma in de retailwereld en dat wordt nog altijd gebruikt.”

6. Bestrijd nonsens

Volgens Van de Put wordt er een hoop onzin verkocht in de media over voeding. Daar zou de industrie veel meer communicatie tegenover moeten zetten. “Influencers zoals bloggers en tv-koks hebben een enorme invloed op de maatschappij. Sommige verkopen steeds dezelfde nonsens over voeding. Dat is frustrerend. Het ontbreekt aan objectieve en correcte informatie over voeding. Momenteel is er een enorme kloof tussen consument en industrie. Het voelt misschien tegennatuurlijk, maar de industrie zou veel meer met deze mensen moeten spreken. En dat hoeft niet altijd in de vorm van een debat. Je kunt ook kijken of je met iemand een samenwerkingsverband aan kunt gaan. Eigenlijk moet iedere industriële speler zijn eigen netwerk gaan creëren met een eigen ambassadeur. En ook hier is smaak een belangrijk element om het debat over voeding te gaan voeren.”

7. Leer de Europese markt kennen

Wat Van de Put nog mee wil geven aan producenten: leer de Europese markt goed kennen. “Beperk je niet tot alleen Nederlandse of Belgische producten, maar reis door heel Europa en kijk wat producenten en retail doen aan innovatie. In Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk zijn veel interessante zaken te ontdekken op het vlak van kwaliteit, productinnovaties, nieuwe verpakkingen. Doe inspiratie op en kopieer zo nodig. In België zeggen we vaak: niet R&D, maar C&D, Copy & Development. En kijk ook buiten Europa. Japan is een zeer inspirerende markt met afwijkende voedingsgewoontes en buitengewone presentaties. En vergeet New York niet. Door al die markten te ontdekken, doe je enorm veel ideeën op.”

Reageer op dit artikel