artikel

Mbo, hbo en foodbedrijven werken samen in één gebouw

Mensen & Loopbaan

Mbo, hbo en foodbedrijven werken samen in één gebouw

Hoe zorg je ervoor dat meer jongeren kiezen voor een baan in de voedingsindustrie? “Door onderwijs én bedrijven samen te brengen in één gebouw waar de praktijk zo goed mogelijk wordt benaderd”, zegt Hilco Wagenaar van Royal Steensma. “Zo zien de studenten de omgeving waar ze straks in komen te werken en gaat het echt leven.”

Het enthousiasme spat er vanaf als je Hilco Wagenaar, business developmentmanager bij Royal Steensma, hoort praten over de Food Innovation Academy, een nieuw onderwijsinitiatief dat in Vlaardingen uit de grond wordt gestampt. Samen staan we voor de fabriek van Royal Steensma waar een bouwbedrijf druk aan het werk is.

“Hier komt de ingang van de Food Innovation Academy”, vertelt hij met trots. “De leerlingen worden ontvangen in een hal en lopen via een trap naar boven. Daar lopen ze via een corridor, die dwars door ons bedrijf heengaat, naar het onderwijsgebouw toe. Vanuit deze corridor kijken ze onze fabriek in. Zo zien ze de omgeving waar ze in de toekomst gaan werken.” Naast de fabriek staat een gebouw van vier verdiepingen. Het heeft een eigen entree en is via een loopbrug met Royal Steensma verbonden.

“Het pand stond leeg en wij hebben het gekocht”, legt Wagenaar uit. “Het gebouw wordt nu verbouwd tot het kloppend hart van de Food Innovation Academy. Daar komen bedrijfsleven en onderwijs samen. Praktijklessen staan er centraal. Ook zijn er faciliteiten voor onderzoek, innovatie en presentaties voor zowel het onderwijs als het bedrijfsleven. Het gebouw wordt in september in gebruik genomen. Het is onze droom om de kantoortoren vóór het gebouw ook te renoveren, zodat we die erbij kunnen trekken. Dat is een mooie plek voor theorielessen. Ook zouden brancheorganisaties zich er kunnen vestigen.”

Noodkreet overheid

De komst van de Food Innovation Academy heeft alles te maken met een noodkreet vanuit de rijksoverheid zo’n zes jaar geleden. Binnen de topsectoren werd vastgesteld dat de voedingsindustrie afstevent op een enorme krapte op de arbeidsmarkt. Veel oudere operators gaan de komende jaren met pensioen. En er zijn nauwelijks jongeren die het werk van hen overnemen.

“We hebben een enquête gehouden onder de bedrijven in de omgeving”, vertelt Cor Bakker, directeur bedrijfsopleidingen van onderwijsinstelling Lentiz en partner in het project. “Hieruit bleek dat de bedrijven in onze regio zo’n honderd mbo’ers en twintig hbo’ers per jaar nodig hebben. Daarnaast zijn nog eens twintig medewerkers met een technische achtergrond nodig. Tegelijkertijd waren wij tien jaar geleden al gestopt met onze dagopleiding voor de voedingsmiddelenindustrie, omdat daar te weinig animo voor was. Dus er moest wel echt iets gebeuren om dit gat te dichten.”

Dagopleiding

De boodschap van de overheid was: ga regionaal meer met elkaar samenwerken. Deze boodschap is gehoord, ook in andere delen van Nederland: overal ontstaan vergelijkbare samenwerkingsprojecten. In Vlaardingen vonden Lentiz (aanbieder van mboonderwijs), Inholland (hbo) en het bedrijfsleven elkaar. De bedrijven die vanaf het eerste uur meedachten zijn onder andere Royal Steensma, Farm Frites, Verstegen en FrieslandCampina.

Inmiddels hebben meer bedrijven zich aangesloten. Ook zijn er plannen om universiteiten bij het project te betrekken. De eerste uitdaging waar de samenwerkingspartners voor stonden was: hoe maak je het voor jongeren aantrekkelijk om te kiezen voor de voedingsmiddelenindustrie?

“Voor ons was het meteen duidelijk dat er weer een mbo-dagopleiding moest komen”, vertelt Bakker. “We hadden namelijk wel een bbl-opleiding, maar daarin leiden we vooral mensen op die al in de voedingsmiddelenindustrie werken. Jongeren kiezen liever voor een dagopleiding.” Die opleiding is vier jaar geleden van start gegaan.

Passie overbrengen

De foodbedrijven gaven aan dat ze graag aan de jongeren willen laten zien hoe leuk het is om voor een industrieel bedrijf te werken. “We hebben als branche te lang de deuren dicht gehouden”, zegt Wagenaar. “En onbekend maakt onbemind. We willen laten zien wat we doen, zodat meer jongeren voor ons kiezen.”

Een van de actiepunten die daaruit naar voren kwam, is dat de mbo-leerlingen in hun eerste leerjaar alle deelnemende bedrijven bezoeken. “Zo krijgen ze al een goed beeld van de omgeving waar ze later gaan werken”, vertelt Bakker. Ook is besloten dat vakmensen uit de bedrijven les gaan geven, zowel op het mbo als op het hbo.

“Natuurlijk blijven onze docenten belangrijk voor de basiskennis en als coach en begeleider”, zegt Bakker. “Maar jongeren hebben ook inspirerende voorbeelden uit de praktijk nodig. Zo heeft Jan de Koning, eigenaar van De Koning Vlees, een keer een demonstratie gegeven van zijn snijtechnieken. De leerlingen vinden dat prachtig om te zien. Het is niet alleen inhoudelijk interessant. Hij brengt ook zijn passie voor het vak over. Zo gaat het vak voor de leerlingen nog meer leven.”

Mbo en hbo samen

Ook Hogeschool Inholland participeert met de hboopleiding Food Commerce and Technology uit Delft in de Food Innovation Academy. Teamleider Claudia Oomen verwacht veel voordelen te kunnen halen uit het samenwerkingsverband. “Wij werken al met bedrijven uit de regio samen. Maar om het voedingsvak voor jongeren nog aantrekkelijker en praktijkgerichter te maken, is een intensievere samenwerking met het bedrijfsleven zeer belangrijk.”

Oomen verwacht dat het samenwerkingsverband voor haar opleiding echt tot leven komt als vanaf september het bedrijfsleven en de studenten samenkomen in één gebouw.

“Op het moment dat je allemaal in hetzelfde gebouw gevestigd bent, is het gemakkelijker om verbindingen te leggen. Onze studenten staan ter beschikking om een onderzoeksvraag vanuit het bedrijfsleven verder uit te werken. De bedrijven begeleiden mee, voegen actuele praktijkkennis toe en komen met onze studenten tot vernieuwende ideeën. Ook de link naar het mbo is gemakkelijker gelegd. Zo kunnen er projectgroepen ontstaan waarin mbo- en hbo-studenten met elkaar samenwerken.”


Nijkerk

Samenwerkingsverbanden tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven ontstaan overal. Een voorbeeld is de Food Academy Nijkerk (FAN). Hoe krijg je iedereen daarin mee? “Met een lange adem, veel energie en enthousiasme”, zegt Nicole Lemmen. In september start de FAN met de eerste bbl-opleidingen voor operators en technisch personeel. Ook wil de FAN partijen gaan samenbrengen in één gebouw. “Het is prettig om een plek te hebben waar je de verbindingen legt.”

Te lang hebben we de deuren dicht gehouden.


Volgende mijlpaal

De Food Innovation Academy bestaat inmiddels vier jaar en de eerste resultaten zijn zichtbaar. De eerste tien mbo-leerlingen hebben hun diploma gekregen. Ze hebben vrijwel allemaal een baan gevonden bij een van de deelnemende bedrijven. Voor volgend jaar hebben dertig leerlingen zich aangemeld voor de mbo-opleiding. De volgende mijlpaal wordt het in gebruik nemen van het gebouw.

En om alvast een voorproefje te geven, sluit Wagenaar het interview af met een rondleiding. Tijdens die rondleiding wordt pas echt duidelijk hoe omvangrijk dit project is. Wagenaar begint zijn tour op de derde etage waar een auditorium en een workshopkeuken zijn. “Hier kunnen de deelnemende foodbedrijven demonstraties geven voor hun klanten”, vertelt hij. Op deze etage is ook een leslokaal waar schoolverlaters worden klaargestoomd voor een baan in de levensmiddelenbranche.

Een etage lager bevinden zich drie laboratoriums: een microbiologisch, een chemisch en een sensorisch lab. Hier is ook de loopbrug naar de fabriek van Royal Steensma. “Het mooie is dat je vanaf die loopbrug in de werkruimtes kijkt van onze collega’s van quality control”, zegt Wagenaar. “Hun werkplek is in het gebouw van de Food Innovation Academy. Je ziet hoe zij aan het werk zijn.”

Horecaconcept

Op de eerste etage komen productiemachines die de deelnemende bedrijven beschikbaar stellen. “Het gaat om apparatuur die deze bedrijven nog steeds gebruiken. Zo kunnen de foodstudenten hier praktijkervaring mee opdoen”, vertelt Wagenaar. “Als tegenprestatie mogen de partners dit gebouw en alle faciliteiten die het heeft, gebruiken voor hun eigen personeel of voor klanten.”

Als klap op de vuurpijl komt op de begane grond een bijzonder horecaconcept. “Dit horecaconcept wordt ook toegankelijk voor consumenten uit de omgeving”, zegt Wagenaar. “Wellicht worden hier kookdemonstraties gegeven. Ook komt er een winkel waar mensen producten kunnen kopen die in de deelnemende bedrijven gemaakt worden. Daarmee is de cirkel rond. Want hiermee laten we niet alleen aan de studenten, maar ook aan de mensen uit de omgeving zien dat dit een leuke branche is om in te werken. Daarmee is het project compleet.” •

Reageer op dit artikel