nieuws

Pectcof wil met Dutch Gum deel Arabische gom-markt overnemen

Economie & Bedrijven

Pectcof wil met Dutch Gum deel Arabische gom-markt overnemen

Startups zijn belangrijk voor innovatie in de voedingsindustrie. Niet voor niets volgen gevestigde voedingsbedrijven deze startups op de voet. Samen met Startlife, onderdeel van Wageningen University and Research belicht VMT de wereld van de startups. In deel 1 één aandacht voor Pectof dat volgens een speciale methode pectine uit koffiepulp wint. Maar er is veel meer mogelijk dan dat, vertelt medeoprichter Rudi Dieleman. “De potentie van de technologie reikt verder dan maar één voedingsingrediënt uit de pulp extraheren.”

De kennis die medeoprichter Andres Belalcazar uit Colombia opdeed tijdens zijn studie aan Wageningen University and Research (WUR) legde de basis voor zijn bedrijf Pectcof, ‘Pectin from Coffee’, vertelt collega en medeoprichter Rudi Dieleman.

Bekijk hier Pectcof in een aflevering van tv-programma het Groene Oosten.

“Hij ( Belalcazar, red) kreeg op de universiteit de analytische inzichten om aan een van de problemen van de koffieboeren in Colombia te werken, namelijk koffiepulp. Die ontstaat als de koffiebonen uit de koffiebes worden gewonnen en het restmateriaal als reststroom wordt beschouwd. Pectcof gebruikt deze reststroom om hoogwaardige ingrediënten voor de voedingsmiddelenindustrie te extraheren.”

De oprichters van Pectof voerden verschillende testen uit om hun product te vergelijken met pectines afkomstig uit Arabische gommen. “Hierin zagen we een significant verschil in concentratie die nodig was van ons product vergeleken met Arabische Gom. Aangezien veel mensen “pectine” associëren met geleren hebben wij gekozen voor de naam Dutch Gum, om de referentie te maken naar Arabische Gom, een emulgator en stabilisator”, zegt Dieleman.

Na het schrijven van een businessplan en het pitchen van het idee in 2011 kregen de oprichters een innovatielening van Startlife, de business incubator van WUR. Als snel ging het geld op aan website-ontwikkeling en andere zakelijke uitgaven. Waarna een tweede lening volgde van Startlife om het bedrijf nog verder te ontwikkelen.

Wat is de potentie van jullie product Dutch Gum?

“De potentie van de technologie reikt verder dan maar één voedingsingrediënt uit de pulp extraheren. Het idee is altijd geweest een bioraffinage te ontwikkelen voor de pulp om zodoende waterbindende vezels, natuurlijke kleurstoffen, antioxidanten, cafeïne en suikers te winnen naast de pectines en eiwitten die samen ons product Dutch Gum maken. Het idee is om een gedeelte van de Arabische Gom-markt over te nemen. Vervolgens kunnen we ons ook richten op vervolgproduct zoals een ‘pectine only’ product of een “eiwit ‘only product.’”

Hoe verliep het R&D-traject? Wat waren de grootste uitdagingen?

“De combinatie van een nieuwe grondstof (koffiepulp), nieuwe technologie (bioraffinage) en een nieuw product (Dutch Gum) heeft het idee wel ambitieus gemaakt. Vandaar dat we ruim zes jaar nodig hadden om de technologie te ontwikkelen en om te komen tot een “Minimal Viable Product” zoals ze dat in Silicon Valley zo mooi zeggen. Het werken met een nieuwe grondstof betekent dat er nog geen ‘standaarden’ zijn van bijvoorbeeld kwaliteit. De verwerking ervan naar een bruikbare en geconserveerde grondstof moest nog worden uitgevonden.
Daarnaast moesten we de boeren overtuigen de reststroom om te zetten naar grondstof. Dat zorgt voor diversificatie van de koffieplantage waar de normale focus volledig ligt op de kwaliteit van de koffiebonen. Gelukkig was koffiepulp al wel internationaal geregistreerd onder een exportcode zodat we logistiek nog niet veel problemen hieromtrent hebben gehad.
Een nieuwe technologie ontwikkelen is verder ook geen sinecure. We hebben verschillende technologieën uit de agrarische, chemische, food en medische industrie uitgeprobeerd en gecombineerd om te komen tot onze gepatenteerde bioraffinagetechnologie.
Vooral de kennis over technologieën is vaak gelimiteerd tot de gekozen focus van het bedrijf, bijvoorbeeld chemisch. Zo’n bedrijf heeft dan weinig tot geen ‘cross over’-kennis over bijvoorbeeld agrarische technologie die benodigd is om de grondstof te verkrijgen. De combinaties tussen de verschillende technologieën en werkwijzen moesten we dus zelf ontwikkelen en uitwerken. Omdat we een nieuw product ontwikkelen zijn hiervoor ook nog geen standaard kwaliteitskenmerken en testen opgezet. We hebben dus van verschillende andere voedingsproducten moeten leren wat de procedures hieromtrent inhouden en waar ze vandaan komen vanuit een voedings- en veiligheidsperspectief”

Hebben jullie een eigen productieruimte?

“We hebben de eerste jaren gelukkig gebruik kunnen maken van allerlei faciliteiten op de WUR en huurden daarnaast één lab in het oude FrieslandCampinagebouw aan het Nieuwe Kanaal in Wageningen. Deze laboratoriumruimte was uiteraard volledig uitgerust met voedselveilige vloeren, muren en meubilair. Dat scheelde ons een hoop geld. Maar na verloop van tijd werd dit laboratorium echter te duur voor onze cash flow op dat moment. We zijn toen overgeschakeld op een “garagestijl”proefkeuken, waar we alle belangrijke metingen en analyses uitvoeren via respectievelijk een gecertificeerd analysebureau en de Shared Research Facilities van Wageningen Universiteit. Voor de productie maken we gebruik van service providers zoals Bio Base Europe (Gent, België) en BODEC (Helmond, Nederland). Deze partijen hebben een food grade pilothal met de benodigde apparatuur die flexibel ingehuurd kan worden inclusief expertise waar nodig. Door middel van deze partijen verwachten wij de eerste vraag vanuit klanten te kunnen opvangen om daarna bij voldoende vraag een eigen productiefaciliteit op te zetten.”

Wat is de doelgroep waar jullie je op richten?

“De doelgroep waar we momenteel op mikken zijn de toeleveranciers van de “big brands” dus de ingrediëntenleveranciers van Coca Cola, Unilever en Procter and Gamble. Het product zal business-to-business verkocht gaan worden, mogelijk via een strategische partner, en dus niet in de supermarkt verkrijgbaar zijn.”

Is er veel interesse voor jullie technologie vanuit de voedingsindustrie?

“Sinds de oprichting van het bedrijf hebben een aantal foodbedrijven onze ontwikkeling gevolgd en voortdurend gevraagd om monsters van het product. Deze partijen zijn momenteel het product in een aantal geselecteerde applicaties aan het uittesten. Nadat we hebben ‘gekozen’ voor één of enkele strategische partner(s) zullen wij in samenwerking met deze partijen de overige bedrijven gaan uitleveren die interesse hebben getoond voor monsters.”

Wat zijn de volgende stappen die jullie gaan zetten?

“We zijn dus momenteel bezig met productapplicatietesten in samenwerking met een aantal geselecteerde bedrijven welke mogelijk strategische partners willen worden. Via subsidietrajecten met onder andere Avans Hogeschool zijn we daarnaast de verdere mogelijkheden van andere producten, zoals vezels en antioxidanten, aan het inventariseren.”

In 2015 werd Pectcof genomineerd voor een Food Valley Award. Bekijk onderstaand filmpje:

Foto's

Reageer op dit artikel