nieuws

AI-technologie van Zero Food Waste kan horeca-afval met de helft reduceren

Duurzaamheid & MVO

AI-technologie van Zero Food Waste kan horeca-afval met de helft reduceren

Voedingsmiddelentechnologiestart-up Zero Food Waste brengt een volledig geautomatiseerde voedselafvalmonitor op de markt. Deze kan restaurants met honderd couverts vier- tot vijfduizend kilo voedselafval per jaar besparen. VMT sprak met Zero mede-oprichter Olaf van der Veen over zijn product en de uitdagingen van het ontwikkelingsproces.

Werken in de horeca leerde Van der Veen dat een verbazingwekkende hoeveelheid voedsel verloren gaat in de restaurantprocessen. Nader onderzoek wees het team van Zero op de statistieken, waaruit blijkt dat er met het afval ook veel geld verloren gaat.

Ook restauranteigenaren kwalificeerden het als een verspillingsprobleem. Eind 2017 begonnen mede-oprichters Bart van Arnhem en Van der Veen met het ontwikkelen van een duurzame oplossing voor de afvalkwestie op basis van datagedreven optimalisatie van bedrijfsprocessen.

 

Afvalcompositie

De oplossing die Zero Food Waste bedacht, rust de prullenbak van een horecabedrijf uit met een weegschaal en een slimme camera. Door middel van een -algoritme, herkent de camera wat er in de prullenbak terechtkomt. De machine registreert niet alleen wat en hoeveel voedsel er verloren gaat, maar ook wanneer en waarom.

“Door middel van actiegerichte dashboarding helpt Zero om porties te balanceren, voorraad te optimaliseren en efficiënter te plannen”, zegt Van der Veen. Dit leidt tot besparingen op inkoop, personeel, nutsvoorzieningen en afvalverwerking.

“Ons product heeft de potentie om vijftig procent van het voedselafval te voorkomen in restaurants. De doelgroep zijn hotelketens en (bedrijfs)cateraars, maar ook ketenrestaurants. Later zullen we ook voor individuele restaurants een product kunnen produceren.”

Productontwikkeling

Zero Food Waste levert een stukje technologie met vooruitstrevende kunstmatige intelligentie, “waarvan we erg dicht werken op de stand van de techniek. Dat maakt de productontwikkeling enigszins lastig, omdat we weinig kennis kunnen inkopen, want dat is er simpelweg nog maar heel weinig. We moeten veel zelf pionieren.”

Van der Veen: “Er is veel zijdelingse interesse in wat de technologie kan doen in grotere productieprocessen, waarvan wij ook zeker de meerwaarde zien. Eén van de lastigste dingen van de start-upfase is de overdaad aan kansen, die je soms niet allemaal direct kan grijpen. Daarom houden we focus op ons huidige product en stellen we alle andere potentiële projecten uit tot de dag dat we een stabiel product hebben en weer verder kunnen pionieren.”

“We hebben nog ontzettend veel plannen met zowel de technologie als de industrieën waar we het systeem toe kunnen passen, in de levensmiddelenindustrie zijn er ook nog interessante mogelijkheden. Er is nog veel onontdekt terrein, waar we heel veel mee kunnen.”

Reageer op dit artikel