artikel

‘MVO prestatieladder is Nederlands feestje’

Duurzaamheid & MVO

‘MVO prestatieladder is Nederlands feestje’

De MVO Prestatieladder en ISO 26000-zelfverklaring kosten bedrijven veel tijd en dus ook geld. En wat levert het op? En is het bijvoorbeeld beter om te focussen op één mvo-issue, zoals bij het ISO 14001-certificaat? Drie ondernemingen schetsen tegenover VMT de voor- en nadelen. Dit artikel komt uit de printuitgave van VMT 12.

Eigenlijk zou certificering voor duurzaamheid helemaal niet nodig moeten zijn”, zegt Marianne van Keep, director Sustainability bij Verstegen Spices & Sauces. “Ik zou liever streven naar opperste transparantie. Maar de fipronilcrisis laat zien dat dit nog niet mogelijk is. Blijkbaar zijn er nog altijd bedrijven die puur handelen vanuit het kostenperspectief en niet oprecht open en eerlijk zijn. En zolang we bedrijven nog niet altijd op hun woord kunnen geloven, is certificering een goede manier om te laten zien dat je oprecht met duurzaamheid bezig bent.”

B Corps

Verstegen Spices & Sauces is gecertificeerd volgens de MVO Prestatieladder op niveau 4, wat betekent dat het bedrijf koploper is in de branche. “De prestatieladder heeft heeft ons veel opgeleverd”, zegt Van Keep. “Het geeft je structuur en dwingt je in een bepaalde richting te denken. Wel is het jammer dat onze klanten het certificaat nog onvoldoende waarderen. En ik vind het jammer dat het een Nederlands feestje is. Buitenlandse klanten kennen de ladder niet. Daarom ben ik me aan het oriënteren op andere duurzaamheidsnormen en -certificaten. Veel internationale certificaten, zoals Rainforest Alliance, zijn productgericht. Ik zoek een certificeringsnorm die organisatiegericht is, zoals Sedex, de NEN 26000-zelfverklaring, B Corps of EcoVadis. Sedex heeft als nadeel dat het voornamelijk gericht is op de supplychain. En EcoVadis is niet echt een certificaat maar meer een score waaraan je je eigen beleid toetst. B Corps en EcoVadis hebben als voordeel dat ze de hele organisatie doorlichten en daarom passen ze wellicht het beste bij ons.”

Internationaal

Van Keep zegt dat de MVO Prestatieladder haar ‘waanzinnig veel geld kost’. “Je bent tijd en geld kwijt aan de voorbereiding van de audits. Vervolgens krijg je elk jaar een audit van vier dagen. Om de drie jaar is er zelfs een uitgebreide audit van twee keer vier dagen. Dit kost Verstegen tienduizenden euro’s. Wij vinden het dat waard, maar ik kan me voorstellen dat niet ieder bedrijf zich dat kan veroorloven.” Certificaten zoals de MVO Prestatieladder ontwikkelen zich natuurlijk in de loop van de jaren. Wat zou Van Keep verbeterd willen zien in een volgende versie? “Ik hoop dat er meer aansluiting komt met de 17 Sustainable Development Goals, die zijn vastgesteld door de Verenigde Naties. De MVO Prestatieladder houdt nu nog vast aan een oudere structuur. Internationaal wordt er altijd over de 17 SDG’s gesproken en het is mooi als we allemaal over dezelfde onderwerpen praten.”

Juiste accenten

Ook het zuivelbedrijf Royal A-ware is gecertificeerd op niveau 4 van de MVO Prestatieladder. “We zijn begonnen met de ISO 26000-zelfverklaring omdat dit een internationaal erkende duurzaamheidsstandaard is”, vertelt Corine Kroft, manager MVO & Communicatie bij Royal A-ware. “Het nadeel is dat de resultaten niet geaudit worden. Daarom hebben wij de zelfverklaring aangevuld met de MVO Prestatieladder. De indicatoren van de prestatieladder en de ISO-norm zijn niet een-op-een hetzelfde, maar ze zijn in dezelfde geest geschreven en daardoor redelijk goed met elkaar te combineren.” Kroft zegt dat ISO 26000 haar geholpen heeft de juiste accenten te leggen en bepaalde thema’s hoger op de agenda te krijgen. “Daarnaast prikkelt de prioriteitenmatrix je om naar het brede scala aan duurzaamheidsindicatoren te kijken en niet alleen naar die indicatoren waar je dagelijks mee te maken hebt. We gebruiken de prestatieladder om de mvo-prioriteiten concreet en meetbaar te maken.” Kroft vindt het jammer dat beide normen erg algemeen zijn. “De indicatoren zijn voor alle sectoren toepasbaar. Daardoor staan specifieke thema’s zoals dierenwelzijn er niet in. We hebben die er zelf aan toegevoegd en daar hebben we onze eigen duurzaamheidsprogramma’s voor.”

Platslaan in Excel

Wat hebben de normen haar opgeleverd? “De ISO 26000-zelfverklaring, en vooral de prioriteitenmatrix, heeft ons geholpen prioriteiten te stellen”, zegt Kroft. “Ze geeft daarnaast een goede leidraad om op een open manier over duurzaamheid te communiceren. De ISO 26000-norm geeft mij bovendien een waardevol houvast tijdens ons jaarlijkse moment van re flectie.” Royal A-ware wil met de prestatieladder aantonen dat het een robuust duurzaamheidsbeleid heeft. “En de audits zijn een goed leermoment”, zegt ze. “Het is waardevol als iemand op een kritische manier je mvo-beleid onder de loep neemt. Ik vind dat je met de MVO Prestatieladder ervoor moet waken dat je duurzaamheid niet platslaat in Excel. Daarom zou de ladder van mij wat praktischer mogen zijn. Het zou meer een hands-on tool mogen worden waardoor het de organisatie meer energie geeft om met de duurzaamheidsthema’s aan de slag te gaan.”

Net rijgedrag
Patisserie- en ijsproducent Otelli gebruikt alleen de ISO 26000- zelfverklaring. “We zijn een klein bedrijf en dat betekent dat we geen megabudget hebben voor investeringen in duurzaamheid”, zegt directeur Jaco de Vreugd. “ISO 26000 helpt ons om stapsgewijs de acties uit te voeren die wel binnen ons bereik liggen. We laten de zelfverklaring altijd toetsen door een extern bureau om te checken of we op de goede weg zijn.” De Vreugd zegt dat ISO 26000 hem op een prettige manier op weg heeft geholpen. “Natuurlijk kost het je in het begin veel tijd. Dat weet je voordat je eraan begint. En zoals bij iedere normering geeft het je inzichten over hoe je zaken slimmer kunt aanpakken. We hebben bijvoorbeeld al onze auto’s voorzien van een track-and-tracesysteem. Daaruit bleek dat onze chauffeurs veel remmen en snel optrekken, waardoor ze brandstof verspillen. We hebben nu alle auto’s voorzien van een start-stopsysteem en van ECOdrive. Dit betekent dat het toerental, de acceleratie en de maximumsnelheid begrensd zijn. Onze chauffeurs krijgen nu complimenten over hun nette rijgedrag. In werkelijkheid kunnen ze niet anders meer. En onze producten komen mooier bij onze klanten aan”, geeft hij aan.

Verwateren


De Vreugd zegt dat de zelfverklaring een bepaalde mate van zelfdiscipline vraagt. “Sommige thema’s zijn geïntegreerd in ons bedrijf. We zijn bijvoorbeeld een leerbedrijf en we werken samen met basisscholen in de omgeving. Zo laten we jongeren zien dat het leuk is om een vak te leren. En bij nieuwe investeringen kiezen we altijd voor de meest duurzame oplossing. Daarnaast moet je de actielijst bijhouden en het hele beleid regelmatig tegen het licht houden. Dat laatste wil nog wel eens verwateren. Onze kwaliteitsmanager volgt nu diverse mvo-cursussen om de boel weer op scherp te krijgen.” De ondernemer zegt dat de ISO 26000- zelfverklaring hem geen extra klanten heeft opgeleverd. “Onze klanten vinden het leuk dat we het doen, omdat ze zelf ook met duurzaamheid bezig zijn. Maar ze zien het zeker niet als een vereiste. Ik denk dat je het ook niet voor je klanten moet doen. Je moet het doen omdat je het zelf belangrijk vindt om je bedrijf stap voor stap duurzamer te maken. ISO 26000 helpt je daarbij.”

 

Dit artikel verscheen in de printuitgave van VMT 12 binnen het thema Duurzaamheid & MVO.

Reageer op dit artikel