nieuws

Groentereststroomverwaarding door bioraffinage: ‘We moeten gewoon gaan opschalen’

Algemeen

Groentereststroomverwaarding door bioraffinage: ‘We moeten gewoon gaan opschalen’

Kan groenterestroomverwaarding een valide uitgangspunt voor de voedingsmiddelenindustrie zijn? Bioraffinagetechnologiebedrijf Grassa! is bezig met het ontwikkelen van technologie die bijvoorbeeld een bonenplant in een vezel- en sapfractie scheidt. De opgeloste stoffen in het sap kan het bedrijf vervolgens verfijnen tot een eiwitcomponent, maar ook tot suikers. Deze technologie is nog niet uitontwikkeld. Grassa! vertelt welke uitdagingen er nog zijn.

Grassa! is sinds 2014 bezig om de wereld te voorzien van duurzame voeding voor mens en (huis)dier. Hiertoe is het bedrijf bezig (mobiele) raffinagemachines te ontwikkelen. Zo ontwikkelde het bedrijf een mobiele machine gras verwerkt tot verschillende componenten. Koeien kunnen nog steeds melk maken van de vezelfractie die overblijft en kippen, die geen gras kunnen eten, kunnen de  beschikbaar gemaakte eiwitten uit de sapfractie nuttigen. Het grasraffinageproces geeft zo meer waarde aan gras.

Ongewone voedselverspilling

De wereld lijkt klaar te zijn voor Grassa!’s technologie. De techniek is zover en trends wijzen erop dat consumenten schreeuwen om duurzame producten. Vandaar dat de startup ook naar groenterestromen en humane voeding kijkt. Er zijn veel delen van groenteplanten die mensen niet eten. Consumenten beschouwen dit niet als voedselverspilling, want het is normaal om bijvoorbeeld prei- of radijsloof weg te gooien.

Fructo-oligosacchariden

Grassa! ontwikkelt een universele machine om uit deze groentereststromen meerwaarde te creëren door er producten van te maken. Net als bij grasraffinage, komt er uit deze machine een vezelfractie en een sapcomponent.

Het sap bevat de opgeloste stoffen. Dat betekent dat er uit de sapfractie ook nog een eiwitgedeelte gehaald kan worden. De eiwitfractie kan een bedrijf als Dalco gebruiken als ingrediënt voor hun plantaardige, vleesvervangende maaltijdcomponenten.

Ook een suikercomponent, zoals de gewilde fructo-oligosacchariden (FOS), kan uit de sapfractie met bijvoorbeeld nanomembraanfiltratie gescheiden worden. Uiteraard verschillen de gehaltes per gewas. Bonenplanten, bijvoorbeeld, bevatten meer structuur, en dus meer vezels, dan sla.


 

“Groenterestroomverwaarding door bioraffinage is een te ingewikkeld proces om alleen maar de machines te kunnen leveren.”

 


Het bedrijf zal de verwaarde producten als ingrediënten vanuit een eigen portfolio gaan verkopen. “Het is een te ingewikkeld proces om alleen maar de machines te kunnen leveren,” zegt Marieke Vanthoor, projectleider Food. “Wij hebben al partijen die geïnteresseerd zijn in de verwaarde producten.”

De ontwikkeling van deze bioraffinagetechnologie is nagenoeg klaar voor opschaling. De resultaten die uit de demonstratiemachine komen zijn wisselend, omdat radijsloof bijvoorbeeld minder structuur heeft dan de bonenplant wat het scheidingsproces in een vloeibaar gedeelte en een eiwitfractie bemoeilijkt. Dit soort verbeteringspunten zijn in theorie al opgelost, zegt Vanthoor. Deze zomer zal Grassa! dan ook op demonstratieschaal gaan testen. Het bedrijf zal op het land als proef een paar ton bonenplanten verwerken.

Mobiliteit

De test van komende zomer gebeurt op het land. De reden hiervoor is simpel: de planten blijven achter nadat de bonen gerooid zijn, dus een oplossing die daadwerkelijk handig is, moet op die plaats zijn. Groenteverwerkingsbedrijven, daarentegen, zouden waarschijnlijk meer baat hebben bij een vaste oplossing.

“Dat is nog een punt,” zegt Vanthoor, “want schaalgrootte maakt toch dat het vaak iets rendabeler wordt. We gaan ook nog goed onderzoeken of we de raffinaderij tot een kleinere, mobiele unit moeten maken of dat het beter werkt als een vast apparaat op een strategische plek. Daar zijn we nog niet over uit, het zal waarschijnlijk een soort combinatie worden.”

Seizoensgebondenheid

Een andere uitdaging waar Grassa! mee kampt is de seizoensgebondenheid van groenten. De eerste stap om met de groentegroei om te kunnen gaan, werd in het begin van het ontwikkelingsproces al ingezet: de raffinaderij moet universeel zijn, alle groentereststromen moeten het proces kunnen doorlopen.

Het feit blijft dat de meeste verse groenten niet het hele jaar beschikbaar zijn en dat de verwaarde producten dus niet constant gemaakt kunnen worden. Vanthoor verwacht niet dat de vraag seizoensgebonden zal zijn. Volledige integratie van de vervaardigde halffabricaten in andere producten betekent dat bedrijven wel op de bioraffinaarderij vertrouwen om de producten continu te leveren.

Wetgeving

Ook loopt Vanthoor tegen de wetgeving aan. “Voor sommige stromen is het niet duidelijk of het wel valt onder reeds bestaand voedsel voor menselijke consumptie. Voor broccoli, bijvoorbeeld, wel. Daar vallen bij het snijden een paar restjes vanaf en dat was al eten, dus dat blijft eten. Of dat ook voor bonenstengels geldt, daar zijn we nog niet uit.”

“We hebben een student gevraagd  de regelgeving voor bioraffinageproducten uit te zoeken. Dit levert wel met heel veel informatie op, maar dat eindigt bijna nooit in een eenduidige conclusie omdat de regelgeving zo subjectief en ingewikkeld is. Dat belemmert de ontwikkeling van de halffabricaten ook behoorlijk.”

De projectgroep kiest ervoor om te beginnen met de groenteresten die de wet als bestaand voedsel beschouwt. Afvalstromen van bijvoorbeeld broccoli en preiloof krijgen dus voorrang bij het uiteindelijk genereren van daadwerkelijke producten. Dit zijn bijvoorbeeld producten die voedingsmiddelenfabrikanten kunnen gebruiken om als basis voor alternatieve eiwitten.


 

“Met een consortium kan Grassa! gerichter kennis delen en grip krijgen op de markt.”

 


Opschalen

“Wat er nu echt nog moet gebeuren om deze methode te kunnen gebruiken, is opschalen. En dat moeten we ook gewoon gaan doen,” zegt Vanthoor, “maar ja, daar is geld voor nodig.”

“Partijen zijn zeker geïnteresseerd en handelen daar ook naar door bijvoorbeeld kennis te delen. Het opschalen is iets wat we gewoon moeten gaan doen.”

Consortium bioraffinage

Om deze vraagstukken op te kunnen lossen, of in ieder geval op te kunnen vangen, wil het bedrijf volgend jaar graag een consortium van bedrijven oprichten die de hele waardeketen van bioraffinage vertegenwoordigen. Zowel een groenteproducent, een -verwerker, als partners die in de afzet van alle verschillende raffinageproducten werken zijn nodig om het plaatje compleet te maken. “Hierdoor kunnen we kennis delen en grip krijgen op de markt.”

Wie precies in het consortium komen, kan Vanthoor nog niet zeggen. “Denk dan ook aan een producent van huisdiervoeding en we zijn aan het praten met een partij die is geïnteresseerd in juist de vezelfractie voor vleesvervangers.”

Reageer op dit artikel