artikel

Ingrediëntenfabriek zet in op reststromen

Algemeen

Bij vanRijsingengreen zit optimale verwaarding van productiestromen in het DNA. De wind zit ook nog eens mee met trends als plantaardige eiwitten, clean label en gezondheid. Daar kan de nieuwe ingrediëntenfabriek – begin dit jaar geopend – mooi op inspelen. Hier gaat dan ook de groei vandaan komen, verwacht Gerbrand van Veldhuizen, directeur bij vanRijsingengreen in Helmond. Dit artikel is verschenen in VMT 4 van 19 april 2019.

Timing is alles. Dat realiseert directeur Gerbrand van Veldhuizen zich maar al te goed. “We hadden deze fabriek geen vijf jaar eerder moeten openen.” De nieuwe ingrediëntenfabriek is vier tot vijf keer zo groot als de oude en kan de helft meer produceren. In rap tempo leidt de directeur ons rond: door de nieuwe opslagruimte met blauw-gele stellages voor driehonderd pallets, de goederenontvangst met aanvoerlijn waar groente – de bulk wortels – via een bunker in de fabriek terechtkomt. Dan volgen de saplijn en de sappers, waar sap en de vaste delen worden gescheiden. Vervolgens haalt de indamper vocht uit het product. Daarna gaan de concentraten naar de tussenopslag. De klant haalt zijn producten vervolgens op in de afvulruimte, waar concentraten en sappen zijn opgeslagen in tanks en speciale dozen.

Ook heeft de fabriek een diepvriesopslag. “Het is afhankelijk van de klant en zijn kwaliteitseisen hoe we precies opslaan”, licht de directeur toe. En dan lijkt het alsof hij het bijna vergeet: “Hierachter is nog de droogruimte, waar vezel grotendeels van wortel wordt geproduceerd.”


Vier divisies

Onder de paraplu van vanRijsingengreen vallen vanRijsingensource (Rijko), vanRijsingeningredients (Proverka), vanRijsingenfreshservice (van Gog Groenteproducten) en vanRijsingencarrotconcepts ( Harries). Er werken 200 mensen. Jaarlijks verwerkt het bedrijf zo’n 150.000 ton groente, waarvan 50% wortelen.


Inspelen op trends

Het familiebedrijf merkt dat de vraag naar groente- ingrediënten en plantaardige eiwitten snel stijgt. “We hebben een paar jaar geleden veel groentesappen gedraaid. Dat kwam door de verandering van de Schijf van Vijf in 2015, toen de groenteaanbeveling omhoog ging van 200 naar 250 gram per dag.”

Consumenten willen clean label, geen E-nummers, en zoeken alternatieven voor vlees, weet de directeur. “En dat sluit aan bij onze groenteproducten.” En dan vooral bij de ingrediëntendivisie van het bedrijf. De markt voor groenteconserven en diepvries blijft stabiel, maar bij ingrediënten zal de vraag toenemen. Deze nieuwe vraag in combinatie met de vierkantsverwaarding van de groenten, maken de miljoeneninvestering volgens Van Veldhuizen verantwoord. Dat geldt ook voor de wijze om de komende jaren te kunnen voldoen aan de vraag naar duurzamere processen en bedrijfsvoering.

VanRijsingengreen ontstond in 2018 toen vanRijsingensource (teelt), vanRijsingencarrotconcepts (worteltjes), vanRijsingenfreshservice (verse groenteproducten) en vanRijsingeningredients in elkaar werden geschoven. Zo konden de verschillende onderdelen meer als een eenheid opereren met meer samenwerking en informatie-uitwisseling. Dit versterkt de filosofie van het familiebedrijf alleen maar: verspilling zoveel mogelijk voorkomen. “We kunnen extern ons verhaal beter vertellen en intern zorgt het voor een betere afstemming van productiestromen. We krijgen nu vanuit Ingredients al aanvragen waarmee we in de teelt rekening moeten houden. Hierdoor kan Source weer efficiënter werken en verwaarden we onze hectares optimaal. Dat gaat gewoon helemaal door de keten heen. Daarvoor gebeurde dat niet altijd en waren het soms eilandjes.”


Duurzaam?

Duurzaamheid is als rijden op de snelweg: je gaat van 180 kilometer naar 140 – minder hard maar nog steeds te snel, stelt directeur Van Veldhuizen. “Wij willen onze duurzaamheidsprestaties
kunnen vergelijken met andere bedrijven om te kijken of we goed bezig zijn.”


Ronde wortel

VanRijsingengreen zaait, oogst, verwerkt en verkoopt voornamelijk wortels, peulvruchten en bladgroenten. Het bedrijf zet zoveel mogelijk in op de verwaarding van zijn producten. Dat het de keten in eigen beheer heeft, net als verschillende afzetkanalen, helpt natuurlijk. Voorkomen van verspilling vereist een zeer goede planning en afstemming met potentiële klanten. Bijvoorbeeld door de planning van de ene klant op die van de andere af te stemmen. Daarvoor is de teelt van voldoende bulkvolumes en een actieve marktbenadering nodig. “Als we één hectare voor één klant hebben, kan ik niet veel. Maar bij 100 hectare voor zeven klanten kunnen we gaan schuiven in de planning. We telen bijvoorbeeld bewust wortels voor zowel de versmarkt als de industrie en die kunnen we dan onderling uitwisselen. Op die manier proberen we 100 procent verwaarding te realiseren.”

Bij vanRijsingengreen lopen rest-, hoofd- en bijstromen door elkaar. De reststroom van vandaag kan zomaar de hoofdstroom van morgen worden. Heel veel producten ontstaan door probleemoplossing, benadrukt Van Veldhuizen. Op een whiteboard tekent hij met viltstift een wortel die hij in drieën verdeelt. “De babyworteltjes gaan in een klein zakje, deze snackworteltjes in een groter zakje.” Dan komt het derde stuk wortel. “Die is te dik. Die ga ik niet in een zakje van 50 gram doen. We hebben hier dus een wortelbolletje van gemaakt en dat in de markt gezet.” Het product sloeg aan. “Een reststroom werd zo dus een hoofdstroom.”

Dat alles is logisch, vindt Van Veldhuizen: “Op een gegeven moment wordt een reststroom een afzetkanaal. Dan moet je zorgen dat je genoeg afzetkanalen hebt. Daar ga je dan de teelt en productie weer op optimaliseren. Of iets een hoofdstroom of bijstroom is, verandert continu. Dat hangt af van de markt.”

Doperwten kansrijk product

VanRijsingengreen heeft ook de doperwt in het vizier als kansrijk product om ingrediënten van te maken. Mochten erwten om wat voor reden dan ook niet meer geschikt zijn voor consumptie, kunnen ze dan verwerkt worden in de ingrediëntenfabriek? Hier zijn al testen mee gedaan, geeft Van Veldhuizen aan. “We gaan dit verder ontwikkelen.”

Met name als bron van plantaardige eiwitten ziet vanRijsingengreen kansen voor de erwt als ingrediënt. “Op dat gebied is veel concurrentie en de prijsniveaus zijn helaas anders dan in onze reguliere markt. Wij moeten het dan vooral hebben van de combinatie van onze bedrijven met hun verschillende afzetkanalen. Daardoor kunnen wij optimaliseren.” Er zijn nog wel uitdagingen. Naast het vinden van het juiste doperwtenras voor verwerking, moet ook de samenstelling kloppen: zitten er bijvoorbeeld genoeg eiwitten in? “Ook zijn veel producten met een hoog eiwitgehalte bitter. Verder moet je er rekening mee houden of een eventuele klant zo’n product wel kan verwerken. Hij is immers andere specificaties gewend. Met dat soort vraagstukken krijg je te maken.”


Geschiedenis

1950 Harrie van Rijsingen start Rijko in Helmond, dat vraaggericht groenten teelt en levert.
1984 Vijf zoons nemen het roer over.
2000 Harries Carrot Concept start met gezondere tussendoortjes.
2003 Oprichting Proverka vegetable juices & fibres: verse nevenstromen worden op locatie verwerkt tot groentesap en vezels.
2018 Start vanRijsingengreen met vier divisies (zie kader Vier divisies).


Capaciteit groter

De nieuwe fabriek biedt vanRijsingengreen de mogelijkheden om verder te groeien in de ingrediëntenmarkt en om reststromen nog beter te verwaarden. Niet alleen de capaciteit is vergroot, ook kunnen er meer producten worden geproduceerd. “De capaciteit is minimaal 50 procent gegroeid met name omdat we meerdere eindproducten kunnen maken. Zo kunnen we naast sap ook vezel en concentraat maken. En eerst lieten we verpakkingen extern produceren, nu doen we dat zelf. En wij zijn nog steeds niet helemaal klaar. We doen aanpassingen – niet alleen om flexibeler, maar ook beter te produceren.”

Van Veldhuizen vervolgt: “De lijnen zijn ingelegd om wortelen te verwerken. Nu wordt de lijn geoptimaliseerd om ook andere producten, zoals bladgroenten, beter te verwerken.” VanRijsingengreen wil flexibel zijn om producten te kunnen verwerken zodra ze op de markt beschikbaar komen. “Je kunt dit namelijk niet altijd voorspellen. Wij hebben daarom veel flexibiliteit in de fabriek ingebouwd zodat we een nieuw product snel in kunnen plannen. Dat lukte hiervoor minder goed. Zo moesten we de sappers eerst altijd ombouwen als we wisselden van product.” Omdat de producten die in de nieuwe fabriek gemaakt worden langer houdbaar zijn, vergroten ze het afzetgebied van de onderneming. Vezels kunnen daardoor wereldwijd worden geëxporteerd.

VanRijsingengreen zet volop in op optimaal gebruik van zijn grondstoffen zodat deze geheel voor humane consumptie te benutten zijn. Toch lukt 100 procent verwaarding voor dit doel nooit. “Er is altijd een deel dat vanwege kwaliteit, houdbaarheid of planning niet te verwaarden valt voor humane consumptie. Dat wordt dan als veevoer afgezet.”

Reageer op dit artikel