artikel

Column: Groen is poen

Algemeen

Column: Groen is poen

Het is hoogst onwaarschijnlijk dat u de afgelopen maanden onder een steen in Verweggistan hebt gelegen. Dus bent u zoals elke geïnformeerde lezer goed op de hoogte van de recente taalvervuiling met het woord ‘klimaat’.Deze column is verschenen in VMT 4 van 19 april 2019.

Wat begon met een simpele toevoeging, is uitgegroeid tot een maatschappijbrede scheldkanonnade waarvan voor- en tegenstanders lustig gebruikmaken. De afgelopen maanden heb ik een aangespoelde verzameling gemaakt zonder onderscheid te maken tussen partijen. Het resultaat is een bloemlezing die er ongeveer zo uit ziet: klimaatkassa, klimaatdoelen, klimaatwerklozen, klimaatdebat, klimaattafels, klimaatstakers, klimaatgesprekken, klimaatfeiten-goochelaars, klimaatgeneratie, klimaatweggevertje, klimaatdrammer, klimaatbalie, klimaatneutraal, klimaataanpak, klimaatstress, klimaatdepressie, klimaatmars, klimaat optimisme, klimaat enquête, klimaatpaus, klimaatspagaat, klimaatverwarring, klimaathysterie, klimaatakkoord, klimaat plan. En natuurlijk klimaatdraai. En zeker, er is nog veel meer.

Werken aan houdbare economie

De vraag is natuurlijk of al deze bombastische retoriek ons iets verder helpt. Aandacht voor de grote thema’s van deze tijd, zeker, maar heel vaak met negatieve en polariserende aandacht. We praten tegen elkaar over kosten uit een of andere rekenkundige hoge hoed, terwijl ondertussen dat waar het om gaat niet geadresseerd wordt: de degradatie van onze habitat, de onhoudbaarheid van onze energievoorziening en de uitputting van primaire grondstoffen. Dan zeggen dat duurzaamheid alleen maar duur is, is naïef. Pakweg de afgelopen vijftig jaar hebben we een westerse economie kunnen opbouwen alsof alles altijd onbeperkt voorradig – en vaak gratis – is, alsof vervuiling en ecologische sloop niets kosten en alsof wat telt alleen het organisatie-centrische profijt is. Het bijna exclusieve kostendebat doet geen recht aan waar het om gaat: om het werken aan een houdbare economie voor morgen en daarna.

Drie transitieopgaven

Duurzaamheid woont in één huis met circulariteit, sociale inclusie en biodiversiteit. Dat huis heet de wereld. Het besef van het afgelopen decennium is dat elke economische sector zich achter de oren moet krabben over het bestaansrecht in het licht van deze grote transitieopgaven. Wat betekent dat voor het bestaande businessmodel? En hoe hangt dat samen met het verdien- en impact model – als dat laatste er al is? Voedsel is per definitie niet circulair – we eten het gewoon elke dag weer op. Het idee van het organiseren van waardebe – houd is hier niet aan de orde. Maar de sector kan heel veel impact hebben door samen te werken aan drie transitieopgaven: 1. een verantwoorde toeleveringsketen, 2. operationele circulariteit en (radicale) duurzaamheid en 3. het gebruik van productresten, zoals loof, voor de substitutie van grondstoffen. Werken aan duurzaamheid is werken aan een houdbare economie. En voor de liefhebbers van Delfts blauwe tegeltjes: groen is poen. Maar er is minstens de komende tien jaar nog veel te doen.

J. Jonker is hoogleraar Duurzaam ondernemen aan de Radboud Universiteit en coauteur van het werkboek Circulair Organiseren, gratis te downloaden via bit.ly/2EV6qc2, janjonker@wxs.nl

 

Reageer op dit artikel