artikel

Wereldwijd grote verschillen in allergenenwetgeving

Algemeen

Wereldwijd grote verschillen in allergenenwetgeving

Veel landen hebben specifieke allergenenwetgeving. De verschillen daartussen zijn groot. Er zijn verschillen in de lijst met allergenen, maar ook in interpretatie en uitzonderingen. Daarnaast zijn er verschillen in interpretatie en toelichtingen voor de vermelding van kruisbesmetting en vrij-van claims. Hoe moeten producenten daarmee omgaan? Dit artikel is verschenen in VMT 7 van 1 juni 2018.

Wat als allergeen wordt beschouwd, verschilt van land tot land. De meeste landen hebben kortere lijsten dan de Europese veertien. Australië heeft er elf – mosterd, selderij en weekdieren komen niet op de lijst voor. De Verenigde Staten telt er negen, waarbij aanvullend sesam en lupine niet als allergeen worden gezien. Elders worden stoffen zoals boekweit of tomaat, mango, perzik en latex als allergeen beschouwd.

Ook zijn er verschillen in interpretatie en uitzonderingen. In Europa vallen acht soorten onder het allergeen noten. In de Verenigde Staten zijn dat er veel meer. In Europa is soja-olie vrijgesteld van vermelding, maar moeten andere oliën zoals pinda-olie weer wel in de lijst met ingrediënten als allergeen worden gehighlight. In veel landen geldt voor olie helemaal geen uitzondering of worden juist alle geraffineerde oliën uitgesloten.

Interpretatie wetgeving

De Europese Commissie heeft een interpretatiedocument opgesteld voor Verordening (EG) nr. 1169/2011. Daarnaast hebben veel lidstaten eigen handleidingen gepubliceerd, waarvan de inhoud niet op alle punten gelijk is. Sommige landen geven aan dat van nature aanwezig sulfiet – in ui of knoflook – niet vermeld hoeft te worden, omdat het geen toegevoegd ingrediënt is. Andere lidstaten menen dat dan wel een etiketteringsverplichting geldt.

Daarnaast hebben sommige lidstaten zelf hiaten in Europese wetgeving opgevuld. Al in 2013 is aangekondigd dat de claim lactosevrij in de verordening moet worden opgenomen. Omdat dit nog steeds niet is gebeurd, hebben diverse landen zelf normen gesteld. In bijvoorbeeld Zweden en Spanje geldt 100 ppm als norm. In België wordt de norm voor zuigelingenvoeding gebruikt (10 mg/ 100 kcal). 

Kruisbesmetting

Een waarschuwing plaatsen voor mogelijk onbedoelde aanwezigheid van allergene stoffen is geen wettelijke verplichting. In de Europese Verordening wordt dit gezien als vrijwillige voedselinformatie, waarvoor uitvoeringshandelingen vastgesteld worden. Dat is nog niet gebeurd.

Ondertussen hebben verschillende lidstaten handleidingen en toelichtingen gepubliceerd over hoe zij met de niet-geëtiketteerde aanwezigheid van allergenen omgaan. De werkwijzen verschillen fors. Niet alleen zijn er verschillen in de risicobeoordeling en de bijbehorende waarden – reference doses – voor de allergenen maar ook hoe wordt omgegaan met het principe van kruisbesmetting. In sommige landen is kruisbesmetting boven de vastgestelde waarden niet toegestaan, ongeacht een eventuele waarschuwing op de verpakking. In andere landen worden producten met een waarschuwing niet meegenomen in monitoringsonderzoek. In een aantal landen buiten Europa is een vermelding onder bepaalde condities verplicht of zijn specifieke bepalingen opgenomen over de manier van vermelden.

Food Law Event

Hoe als producent om te gaan met al deze interpretatieverschillen hoort u tijdens het Food Law Event van VMT op 21 juni in Vianen. Tijdens de sessie is er ook een Q&A met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit over de Nederlandse interpretatie van allergenencommunicatie en de valkuilen daarbij. Meer informatie, zie www.vmt.nl/foodlaw

Reageer op dit artikel