artikel

‘Het vak leer je pas op de werkvloer’

Algemeen

‘Het vak leer je pas op de werkvloer’

Het vak van kwaliteitsmanager verandert razendsnel. De functie wordt veelomvattender, maar daarnaast stellen klanten bijvoorbeeld steeds hogere eisen. Wat staat jonge mensen te wachten als ze aan de slag gaan op een kwaliteitsafdeling van een voedingsmiddelenbedrijf? De jonge QA’ers Suzanne van Zelst, Harold van der Linden en Rosan van Uden geven antwoord op drie vragen. Dit artikel is verschenen in VMT 8 van 22 juni 2018.

Hoe is de aansluiting tussen opleiding en praktijk?

Harold van der Linden (23) assistent-QA, Vion Retail, Groenlo
“Ik ben vorig jaar in juni afgestudeerd aan de opleiding Food & Business van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Ver volgens ben ik begin juli begonnen bij Vion als assistent- QA-manager. Ik heb erg veel geluk gehad dat het bij mijn eerste sollicitatie gelijk raak was en dat de klik er meteen was. Van opleiding naar praktijk is natuurlijk even omschakelen. Voordeel is wel dat het laatste studiejaar voornamelijk bestond uit stages, zodat ik al ervaring had met het ritme van een 40-urige werkweek. Het belangrijkste dat we op de opleiding leren is niet de keiharde kennis die gevraagd wordt in de tentamens, maar juist het samenwerken op een hoog niveau. Het grote voordeel van mijn functie als assistent-kwaliteitsmanager is dat ik kan leren van een ervaren manager. Ik word niet geremd in mijn werk en voer alle taken uit die mijn manager ook uitvoert, zonder dat ik hoofdaansprakelijk ben. Hierdoor kan ik in de luwte leren en word ik klaargestoomd om kwaliteitsmanager te worden.”

Rosan van Uden (25) QA-officer, FrieslandCampina, Leerdam
“Ik heb de wo-opleiding Voeding en Gezondheid gevolgd aan Wageningen University & Research (WUR). Dat is geen vooropleiding voor de functie van QA-officer. Ze geeft ook nauwelijks voorkennis voor kwaliteit. Omdat ik niet graag het onderzoek in wilde maar liever praktischer wilde zijn, leek me deze functie erg leuk. In het begin miste ik veel HACCP-kennis en kennis van de kwaliteitsstandaarden, zoals BRC en IFS, en van standaarden van klanten. Maar omdat je een bepaald opleidingsniveau hebt, krijg je deze kennis snel onder de knie. Ook door trainingen binnen FrieslandCampina heb ik in korte tijd veel geleerd. Die waren van groot belang om mijn functie goed te kunnen uitvoeren. Maar het allermeeste leer je door de werkvloer op te gaan, met mensen mee te kijken en door te doen. Dus hoewel de aansluiting tussen opleiding en praktijk ontbreekt, is dat zeker geen belemmering om een kwaliteitsfunctie goed uit te voeren.”

Suzanne van Zelst (29) kwaliteitsmedewerker Bakkerij Pater, Avenhorn
“Ik heb Voeding en Diëtetiek in Amsterdam gestudeerd. Ten opzichte van kwaliteitszorg is dat een beetje een zijtak. Destijds was die opleiding vooral gericht op het opleiden van diëtisten en voorlichters. Een basis wat betreft hygiëne en microbiologie kreeg je wel mee, maar je leert het vak pas echt als je het doet. Toen ik de opleiding deed, werd de kwaliteitszorg niet interessant gepresenteerd. Het ging vooral over microbiologie, warenwet en regelgeving – saaie droge kost. De werkelijke praktijk en de mensfactor werden naar mijn idee nogal onderbelicht. Terwijl die minstens net zo belangrijk is. Want hoe ga ik als twintiger, als broekie, iemand die al dertig jaar hetzelfde werk doet ervan overtuigen dat hij zijn werk wijze moet aanpassen om bijvoorbeeld etiketfouten te voorkomen?”

Wat zijn je grootste persoonlijke uitdagingen in het kwaliteitsvak?

Suzanne van Zelst
“Bijblijven in het vak wordt in mijn geval goed gefaciliteerd door mijn werkgever met cursussen en trainingen. En daarnaast werken wij samen met verschillende bakkerijen, in een samenwerkingsverband van industriële bakkerijen. Daarin worden ook veel kwaliteitsonderwerpen centraal opgepakt, zoals veranderingen in wetgeving, maar bijvoorbeeld ook de implementatie van Vital. Hierdoor hoeven we niet steeds opnieuw het wiel uit te vinden. Veranderingen in regelgeving en standaarden maken het werk interessant, want je wordt steeds opnieuw uitgedaagd om een productieproces te verbeteren. Ik denk wel dat we moeten op passen dat we niet doorschieten in regelgeving en certificeringen. In februari mocht ik met Stichting Bake for Life mee naar Oeganda voor ontwikkelingshulp. Daar zie je van heel dichtbij dat het leven – en voedsel – niet altijd zo maakbaar is als wij zouden willen. Als je dan terugkomt, voelt het wrang dat wij producten afkeuren omdat bijvoorbeeld de barcode niet te scannen is. Terwijl er met het product zelf niets mis is. Regels voor voedselproductie worden geleidelijk strenger. Mijn uitdaging is om dit soort veranderingen op een werkbare manier naar de praktijk te vertalen.”

Harold van der Linden
“Doordat ik pas negen maanden aan het werk ben, heb ik nog geen grote veranderingen meegemaakt. Wel een aantal kleine. Ik blijf bij door nieuwsbrieven, interne en externe opleidingen en cursussen te volgen. Waar je tegenaan loopt als young QA’er is dat je niet alles weet. Er zijn een aantal zaken waarbij ervaring erg belangrijk is en die heb je niet na negen maanden werken. Het moeilijke aan deze baan vond ik het vinden van de juiste wetgeving. Dat is iets wat wij niet uitgebreid op school hebben geleerd. Als je dan eenmaal de juiste wetgeving hebt gevonden, moet je ook nog weten hoe je de regel moet interpreteren en of die van toepassing is voor het te beoordelen product. Ik heb daarvan wel een voorbeeld. Sinds kort beoordeel ik de specificaties die onze leveranciers aanleveren. Voorheen deed een andere collega dit. Door veel contact te hebben met andere QA-medewerkers, zowel centraal als op locatie, kom ik hier nu goed uit. Daarnaast heb ik een cursus gevolgd om ervoor te zorgen dat ik op de hoogte ben van de huidige wetgeving en hoe ik deze wetgeving moet interpreteren. En als ik bijvoorbeeld niet uit nieuwe wetgeving kom, dan is er op QA-centraal een wetgevingsexpert die ik kan benaderen. Op deze manier wordt de vele kennis in het bedrijf gedeeld met alle QA-teams op de verschillende vestigingen. Dat maakt het werken voor een groot bedrijf erg prettig.”

Rosan van Uden
“Ik werk een in productieomgeving die vijf dagen lang 24 uur per dag draait. Daardoor kunnen er dag en nacht problemen optreden. Als er ‘s nachts bijvoorbeeld een blokkade was, kan jouw planning voor die dag in de soep lopen. Daar moet je dan flexibel mee kunnen omgaan. Ik moest er in het begin erg aan wennen dat een dag zelden verloopt zoals ik graag wil. Er zijn veel ad-hoczaken die meteen aandacht nodig hebben, waardoor langetermijnzaken blijven liggen als je niet oppast. Langzamerhand leer ik hier wel beter mee om te gaan. Daarnaast veranderen kwaliteitssystemen en klanteisen regelmatig. Het is belangrijk om up-to-date te blijven en de wijzigingen tijdig door te voeren, voordat een audit plaatsvindt. Lastig soms, maar zeker uitdagend. Ook heb je binnen een productie-omgeving te maken met veel verschillende disciplines met elk hun eigen prioriteiten. Het is soms lastig voet bij stuk te houden en ervoor te zorgen dat de kwaliteit van ons product voorop blijft staan en niet de productiesnelheid.”

Wat motiveert je in je werk en wat moet een werkgever doen om je te behouden?

Rosan van Uden
“Wat mij motiveert is dat ik nog elke dag dingen bijleer en geen dag hetzelfde is. Zodra ik me ga vervelen en het gevoel heb dat ik alles wel ken, wordt het tijd voor een volgende stap. Ik ben ambitieus en wil graag uitgedaagd worden. Voor mijn werkgever is het dus belangrijk om eventuele volgende carrièrestappen binnen de organisatie aan te bieden. Voorlopig vind ik de functie van QA-officer nog erg leuk en kan ik nog veel leren. Maar over enkele maanden ambieer ik misschien wel de functie van manager van een klein team met wat meer verantwoordelijkheid.”

Suzanne van Zelst

“De mooiste uitdaging vind ik de optimalisatie van een productieproces. We doen het al dertig jaar zo. Waarom? Wat is het doel? Halen we dat doel? Kunnen we het ook op een effectievere manier doen? Mijn huidige werkgever investeert veel in verbeteringen en innovatie. Daar denk ik graag in mee en er is ook ruimte om ideeën te delen. Ook de ideeën van een jong broekie worden serieus genomen en meegewogen. Dat is voor mij een belangrijke factor om hier te blijven werken. Ik ben hier niet alleen een politie- agent die met de vinger zwaait omdat er een bezem op de verkeerde plek staat. Misschien hangt de haak voor de bezem wel gewoon op de verkeerde plek.”

Harold van der Linden
“Wat mij motiveert in mijn werk is het behalen van resultaten. Hiermee bedoel ik niet alleen een audit positief afronden, maar ook de dankbaarheid van de medewerkers binnen het bedrijf of de juiste beslissing maken. Verantwoordelijkheid is iets wat ik graag opzoek in mijn werk en ik maak daarbij graag de beslissing. Daarnaast vind ik mijn persoonlijke ontwikkeling erg belangrijk. Ik heb bewust voor de rol van assistent-kwaliteitsmanager gekozen zodat ik alle facetten van het vak kan leren. In de meeste kwaliteitsfuncties ben je verantwoordelijk voor een aantal zaken. Zo kan de een verantwoordelijk zijn voor klachten en een ander weer voor ongediertebestrijding. Door mijn rol ben ik dus niet alleen verantwoordelijk voor één of twee onderwerpen, maar behandel ik alle kwaliteitszaken in het bedrijf. Wat belangrijk is om mij te behouden is dat er een situatie wordt gecreëerd waarin ik continu word uitgedaagd om nieuwe dingen te leren.”

Reageer op dit artikel