artikel

‘ Meer kans op fraude door financiële druk’

Algemeen

‘ Meer kans op fraude door financiële druk’

De fipronilcrisis en de onthulling van fraude met kwarteleieren door het tv-programma Keuringsdienst van Waarde bewijzen dat fraude lastig is te bestrijden. Toch zijn er goede stappen gezet om de voedselintegriteit in de keten te verbeteren, signaleert Saskia van Ruth, hoogleraar Voedselauthenticiteit aan Wageningen University & Research (WUR). “Fraude stopt niet zomaar.” Dit artikel is verschenen in VMT 5 van 20 april 2018.

Voedselfraude was even uit de actualiteit, maar met vleesverwerker Veviba uit België staat de voedingssector weer volop in de schijnwerpers. Het Belgische bedrijf blijkt te sjoemelen met etiketten en slachtafval enzou aan tientallen Nederlandse bedrijven ossenstaarten hebben geleverd. “Fraude stopt niet zomaar”, verzucht hoogleraar Voedselauthenticiteit Saskia van Ruth. “Dit gebeurt met opzet. Iedereen weet dathet niet deugt. Productgroepen als vlees, vis en specerijen zijn kwetsbaar voor fraude. In analyses komen deze productgroepen er minder goed uit. Helaas zijn er in iedere keten rotte appels.”

Paardenvleesschandaal

Het paardenvleesschandaal van 2013 zette voedselfraude op de kaart als een serieus probleem. Toen doken in Polen, Zweden en het Verenigd Koninkrijk producten op met paardenvlees die bestempeld werden als rundvleesproducten. In Nederland legde de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) de productie van Willy Selten in Oss stil. Het bedrijf zou paardenvlees met rundvlees mengen en het daarna als puur rundvlees verkopen. Om die reden kwam ook de slachterij Van Hattem een jaar later in opspraak. De autoriteiten vonden ook hier paardenvlees in partijen rundvlees. “Het paardenvleesschandaal is een van de redenen dat voedselfraude is opgenomen in kwaliteitssystemen als FSSC 22000, BRC en IFS. Daarin zijn onder meer fraud vulnerability assessments en mitigation plans opgenomen. In de plannen worden ook beheersmaatregelen genoemd, zoals checks met behulp van analyses of massabalansen.” Toch valt ook hier nog wel het een en ander te verbeteren, vindt Van Ruth. Vooral binnenkomende producten worden aan veel tests onderworpen. Bij producten die de fabriek verlaten, gebeurt dat veel minder vaak. “En veel ondernemers denken dat in hun bedrijf geen fraude voorkomt. Ze neigen ertoe te denken dat het kwaad van buitenaf komt en beschouwen de tests dan ook als een motie van wantrouwen.”

Financiële druk

Risicofactor voor fraude is onder meer financiële druk en afhankelijkheid. “Als een leverancier te maken heeft met lage prijzen, grote volumes en een korte tijd voordat het product in de schappen ligt, dan kan de druk om te leveren te groot worden. Dan is er kans op voedselfraude.” Het risico wordt nog eens vergroot als een leverancier voornamelijk afhankelijk is van één afnemer”, vervolgt Van Ruth. De hoogleraar spreekt in zo’n geval van crisis responders. Dat zijn bedrijven die onder druk toch proberen te leveren wat ze beloofd hebben, maar die wellicht op een gegeven moment een an dere oplossing zoeken. Andere risicofactoren zijn een lange aanleverketen en producten die gemakkelijk te manipuleren zijn, zoals olijfolie. Naast crisis responders, partijen die uit nood frauderen, zijn er opportunity takers (gelegenheidsfraudeurs), opportunity seekers (partijen die bewust zoeken naar mogelijkheden om te frauderen) en beroepscriminelen. Bij het voorkomen van voedselfraude ligt de nadruk vooral op harde maatregelen, zoals analyses. Toch zijn soft controles minstens zo belangrijk. Voorbeelden daarvan zijn screening van medewerkers op integriteit of klokkenluidersregelingen. Ook kunnen afnemers een belangrijke rol spelen in het uitbannen van voedselfraude. Dat werkt effectiever dan een overheid die boetes uitdeelt. “Een leverancier gaat dan van de lijst. Dat heeft veel meer impact dan een boete van een paar honderd euro.”

Bewustwording van voedselfraude

Van Ruth ziet de bewustwording van voedselfraude toenemen in de voedingsmiddelenindustrie. De samenleving pikt het ook niet langer. Volgens de professor komt de nadruk in de toekomst meer te liggen op het voorkomen van fraude. “Het is daarom belangrijk risicofactoren beter in kaart te brengen en te begrijpen waarom en hoe er gefraudeerd wordt”, onderstreept ze. “En natuurlijk moeten we de sociale kant niet vergeten: waarom doen mensen dit?” Ook is nog onduidelijk op welke schaal voedselfraude plaatsvindt. “Dat weten we niet. We zien nu slechts een stukje van 

Reageer op dit artikel