artikel

‘Duurzaamheid in Nederland en Duitsland op nummer één’

Algemeen

Nederland en Duitsland zijn economisch nauw met elkaar verweven. De Nederlandse en Duitse levensmiddelenindustrie drijven dan ook intensief handel met elkaar. Wat hebben beide landen gemeen en wat zijn de verschillen?

Duurzaamheid is een thema dat speelt in de hele internationale voedingsmiddelenindustrie. In Duitsland en Nederland staat het zelfs op de eerste plaats, zo concludeerden de Nederlandse en Duitse sprekers tijdens de bijeenkomst ‘Trends in de levensmiddelenindustrie’ in Vianen, georganiseerd door de Nederlands-Duitse Handelskamer.

Zowel Nederlanders als Duitsers willen duurzame producten, maar die moeten dan tegelijkertijd goedkoop zijn. “Dat geeft conflict”, zegt Bastian Fassin, directeur van Katja Fassin, in Nederland bekend onder de naam Katja. Een echte doorbraak komt dus pas als deze voedingsmiddelen hetzelfde prijspeil bereiken als reguliere producten, vindt hij.

Toch nam in beide landen het percentage biologische en duurzame artikelen afgelopen jaar met zo’n 10% toe. De speciale EKO-supermarkten bij onze oosterburen weerspiegelen dat. Bij Albert Heijn liggen 350 duurzame producten van de lijn puur&eerlijk in het schap. Van de in totaal 15.000 artikelen is dit een relatief klein aantal, maar er zit wel degelijk groei in, schetst Tony Vendrig, directeur Board Business Development Ahold Europe.

Gele vla
Producenten als Dr. Oetker en Katja Fassin zetten vooral in op het duurzamer maken van hun processen, zoals het verminderen van energieverbruik. Alfred Oetker, directeur van Dr. Oetker Nederland, acht het van belang uit te leggen waarom een product het label biologisch draagt. “Bij biomelk heb je dit probleem niet, omdat consumenten direct de link leggen met koeien op een weiland. Wanneer de klant echter aan vanillepudding denkt, wil hij een mooie gele massa met een bekende smaak en geen witte biovla.”

Katja Fassin denkt er net zo over. Consumenten leggen niet de link tussen biologisch en snoep. Ze begrijpen het niet. “En als die producten dan ook nog eens de helft duurder zijn; dat willen ze niet”, maakt Fassin duidelijk. In Nederland zijn ongeveer net zoveel EKO-mijders als liefhebbers, legt Joop Holla van onderzoeksbureau GfK uit. Duurzaamheid zit duidelijk in de lift, maar de echte grote doorbraak moet van de consument komen.

Zaken doen
Duitsland en Nederland zijn trouwe handelspartners die meer zaken gemeen hebben dan dat er verschillen zijn. Dr. Oetker is al 90 jaar in ons land actief. “De Nederlandse handelsgeest is bijzonder en de open benadering bevordert de creativiteit. Duitsers zijn formeler en meer resultaatgericht”, zegt Oetker. Fassin vult aan: “Met een Italiaan zaken doen is moeilijk, met een Nederlander een beetje moeilijk.”

Met traditionele Nederlandse producten als oliebollen of appelflappen hoef je in Duitsland niet aan te komen. Of met dropgum met banaan. “Dat vinden Duitsers verschrikkelijk”, aldus Fassin. Het is allemaal zeer afhankelijk van de productgroep, meent Oetker. Met de Ristorante pizza is het bedrijf in ruim 25 landen actief. De Europese consumententrends zijn veelal gericht op gemaksconcepten, vertelt marktonderzoeker Holla.

Een belangrijk verschil tussen de Nederlandse en Duitse markt is dat die laatste meer prijsgedreven is. Volgens Fassin is het van groot belang je te onderscheiden met innovatieve concepten. Een voorbeeld van zo’n concept zijn de verse sappen van Albert Heijn die Fassins vrouw speciaal in Nederland koopt. “In Duitsland zijn de sappen twee maanden houdbaar”, aldus de directeur van Katja Fassin.

Reageer op dit artikel