artikel

Food-pensionado’s hoeven niet achter de geraniums te zitten

Algemeen

Sommige werknemers zien reikhalzend uit naar hun pensioen. Heerlijk de hele dag vissen, biljarten en fietsen. Maar veel mensen zijn helemaal niet toe aan een rustig leventje en willen zich nuttig blijven maken voor de maatschappij. Programma Uitzending Managers, kortweg PUM, biedt uitkomst. PUM stuurt seniorexperts de hele wereld over waar zij hun expertise ter beschikking stellen, bijvoorbeeld aan voedingsbedrijven die behoefte hebben aan specialistische kennis.

Maurice de Jong
Economie

PUM-vrijwilligers delen kennis met bedrijven in ontwikkelingslanden
Food-pensionado’s hoeven niet achter de geraniums te zitten

Sommige werknemers zien reikhalzend uit naar hun pensioen. Heerlijk de hele dag vissen, biljarten en fietsen. Maar veel mensen zijn helemaal niet toe aan een rustig leventje en willen zich nuttig blijven maken voor de maatschappij. Programma Uitzending Managers, kortweg PUM, biedt uitkomst. PUM stuurt seniorexperts de hele wereld over waar zij hun expertise ter beschikking stellen, bijvoorbeeld aan voedingsbedrijven die behoefte hebben aan specialistische kennis.

Jarenlang was Piet ten Kate directeur van het Belgische Mondi Foods dat halffabricaten maakt. Hij leidde een bedrijf met driehonderd werknemers, een omzet van €50 miljoen en vestigingen in Servië en Polen. Twee jaar geleden eindigde dit roerige bestaan toen Ten Kate met pensioen ging. Maar al snel begon hij aan een nieuw werkzaam leven bij PUM. Hij kwam in contact met het grootste ‘uitzendbureau’ voor professionele vrijwilligers via Joseph Muskens die vijf jaar geleden PUM-mer werd. In zijn tijd als inkoper bij Numico in Polen leerde Muskens Ten Kate kennen. Het was een hechte samenwerking, meent de ex-Numico man. Ten Kate knikt instemmend. “Maar jullie waren wel erg streng”, reageert hij op de hoge eisen die Numico stelde aan de halffabricaten van Mondi Foods. Beiden mannen lachen. Ze werken nu weer intensief samen. Ten Kate begon als ‘gewone expert’ en is nu sectorcoördinator Beverages en Muskens voert de regie over Food Processing. Regelmatig vliegen ze naar fabrieken in vooral Azië en Afrika om te assisteren in verschillende projecten.

Idealisme en realisme
Werkgeversorganisatie NCW (nu VNO-NCW) richtte met hulp van het ministerie van Buitenlandse Zaken dertig jaar geleden PUM op met als ideaal de bestrijding van de armoede in de wereld. PUM had en heeft als doelstelling de werkgelegenheid in het mkb te vergroten, de productie te verbeteren en de internale samenwerking in de private sector te verbeteren. In de beginperiode vierde amateurisme hoogtij. PUM-experts gingen voor maanden naar het buitenland zonder vastomlijnd plan en pakten ieder project aan waar maar expertise nodig was.
Tien jaar na de oprichting werd het idealisme in een realistischer en beter gestroomlijnd jasje gestoken. De komst van de fax en internet vergemakkelijkte de communicatie met het buitenland en de organisatie en voorbereiding van projecten in het buitenland verliep efficiënter. Ook verbeterde de organisatiestructuur van PUM in de loop der jaren. Het aantal uitzendingen steeg en de PUM groeide hard. De senior experts gaven bedrijven adviezen op maat, die zeer effectief bleken. Periodieke externe controles bevestigden dit.

Professionalisering
PUM werd steeds professioneler en verwierf een goede reputatie in het buitenland. Veel ondernemingen in Azië, Afrika, Oost-Europa en Latijns-Amerika zaten met smart te wachten op deze effectieve ontwikkelingshulp. Zowel het aantal projecten als het aantal landen waar PUM actief is steeg. Van 94 projecten in 24 landen in 1987 naar een recordaantal van 2200 uitzendingen in ruim 80 landen in 2006. De groeistuipen vereisen een vakkundige werkwijze. Tussen 2000 en 2005 maakte PUM een flinke professionaliseringsslag door. De organisatie werkt met vaste en vrijwillige landen- en sectorcoördinatoren. Er is een overlegstructuur en er zijn procedureafspraken, evaluaties en controles. Via een informatiesysteem kunnen alle PUM-experts vanuit huis bij alle toegankelijke informatie. Tegenwoordig gebruikt PUM strenge selectiecriteria voor de toewijzing van projecten. Zo moet er voldoende ‘goodwill’ aanwezig zijn bij het betreffende bedrijf. Verder krijgt elk project maximaal driemaal een bezoek van een expert. En niet alle landen komen in aanmerking voor de ontwikkelingshulp van PUM. “China heeft onze hulp niet nodig. Daar zit genoeg geld”, zegt Muskens. PUM is actief in negentien sectoren, van landbouw tot de bouw en van textiel tot uitgeverij, en telt 4000 vrijwillige experts. Van alle sectoren neemt de sector voeding en dranken een prominente plaats in. Samen met de landbouw vonden in deze sector afgelopen jaar de meeste missies plaats.

Personeelstekort
Een groot probleem is, net als in de reguliere voedingsmiddelenindustrie, dat er amper mensen te vinden zijn die voor PUM als voedingsmiddelenexpert aan de slag willen. Een aantal van 4000 vrijwilligers lijkt veel, maar de helft is eigenlijk ‘slapend lid’ en gaat nooit op een missie, maakt Ten Kate duidelijk. De voormalige Mondi-directeur laat er geen twijfel over bestaan hoe leuk hij zijn werk vindt. “Je kunt je kennis kwijt, je komt in een andere omgeving en het is een uitdaging”, glundert hij. “Ik heb altijd al interesse gehad in technologie en dat soort zaken. In dit werk ga je echt terug naar de basis.” Volgens Ten Kate sta je als PUM-mer vaak op de werkvloer tussen de mensen. Het is belangrijk praktisch te denken en te improviseren. Veel hoogopgeleiden zijn dit niet gewend en zien hiertegenop. Ze haken af omdat ze zich niet allround voelen, meent Muskens. “Als je een baan hebt gehad op niveau en gewend bent om te delegeren dan valt het erg tegen als je op missie bent”, vervolgt Ten Kate. “Je moet alles zelf doen.” Muskens vult aan: “Als je bijvoorbeeld een project hebt in Mongolië dan kan je niet terugvallen op een kwaliteitsafdeling.” Ten Kate: “En meestal ga je alleen.”
Als professionele PUM-vrijwilliger kan het soms hard werken zijn en dat zonder betaling. Wel krijgen degenen die naar het buitenland reizen alle kosten vergoed. De opdrachtgever zorgt voor onderdak.

Projecten adviseren
Als PUM-mers een project bezoeken, meestal twee tot drie weken, dan lezen ze zich grondig in. Bij vertrek geven ze advies. Het is altijd de bedoeling dat er een follow-up komt, zegt Muskens. Soms gebeurt het ook dat buitenlandse ondernemers naar Nederland komen. Volgens coördinator Food Processing Muskens is het creëren van een vertrouwensband van wezenlijk belang. Bij sommige projecten is hij wel een paar keer teruggeweest. Muskens heeft inmiddels heel wat projecten op zijn naam staan. “Mijn eerste project was in Moldavië, ik wist toen geeneens dat het land bestond.” Later ging hij naar Jekaterinaburg in Rusland om het productieproces van een frietfabriek te verbeteren. Maar dan moest eerst de kwaliteit van de aardappels omhoog constateerde hij al snel. “De basis moet goed zijn.” Toen een PUM-landbouwexpert dit in orde maakte, keerde Muskens alsnog terug om zijn werk af te maken. De fabriek draait intussen op volle toeren.
Maar het loopt niet altijd zoals je zou willen, ondervond Piet ten Kate bij zijn eerste project in 2006 op Jamaica. “Ik bezocht een sauzenfabriek met 250 man personeel, 60 kilometer van de hoofdstad Kingston. Het bedrijf was gloednieuw en het product op zich goed..Maar na een grondige analyse kwam ik erachter dat het met de efficiency treurig was gesteld.” Zijn harde oordeel luidde dan ook: honderd man eruit. Hij maande de plantmanager een presentatie te houden over meer efficiency. “Maar op Jamaica heerst een gemeenschapscultuur, zoveel mensen ontslaan past hier niet in.” Later vernam Ten Kate dat veel leden van het management waren vervangen. Het was de bedoeling dat hij het bedrijf nog een keer zou bezoeken; het is er nooit van gekomen. “Ik weet niet wat er met mijn advies gebeurd is. Zoiets is erg onbevredigend”, zegt Ten Kate.

Gebrek aan marktkennis
De mannen lopen niet alleen tegen problemen aan van technologische aard, maar stuiten ook op een gebrek aan marktkennis. In Armenië bijvoorbeeld, waar een bedrijf diepvriesproducten naar het Westen wilde exporteren. “Ze realiseren zich niet dat Europa enorm concurrerend is en dat een onderneming dus schaalgrootte nodig heeft”, vertelt Piet ten Kate. Muskens had een soortgelijke ervaring in Vietnam. Daar wilde een ondernemer een fabriek starten om lychees in te blikken. “Maar er staan al zoveel van dat soort fabrieken in China.”
De ervaringen en anekdotes vliegen over tafel. De heren stralen overduidelijk plezier uit. En de humor ontbreekt niet. Zo keerde Ten Kate onlangs terug van een bezoek aan een Indiase frisdrankenfabriek, waar hij, tijdens een bijeenkomst voor lokale industriëlen, een belangrijke toespraak moest houden. Vlak voor aanvang druppelde het water van een zojuist gekregen bosje bloemen precies op zijn kruis. “Ik besloot gewoon eerlijk uit te leggen wat er was gebeurd. In de zaal heerste grote hilariteit, maar ik had wel gelijk de aandacht”, lacht hij. De samenwerking met de eigenaar van de frisdrankenfabriek Param Anand verliep verbazend goed en Ten Kate raadde aan om onder meer het productieproces te stroomlijnen en productkwaliteit te verbeteren. Zijn eerste teleurstellende ervaring in Jamaica lijkt al lang en breed vergeten.

Joseph Muskens en Piet ten Kate zijn 61 en 65 jaar oud. En met een leeftijdslimiet van 70 hebben ze dus nog een paar jaar te gaan. PUM daagt de mannen uit hun kennis van het vakgebied en hun contacten bij te houden. Ze leerden ook dat er een enorm potentieel aan hoogopgeleide technologen in India en China rondloopt. Frisdrankondernemer Anand, die redt het wel, zegt Ten Kate dan ook. Het is de vraag of PUM, ‘het troetelkind van Den Haag’ het gaat redden. Het zal lastig worden voor de organisatie als de pensioengerechtigde leeftijd opgerekt wordt, terwijl de oudere PUM-generatie terugtreedt, verwachten Ten Kate en Muskens. Dan vist iedereen in dezelfde vijver. Toch nog vissen dus.

Reageer op dit artikel