artikel

Hollandse garnaal blijft steeds vaker thuis

Algemeen

Vandaag gevangen, morgen op tafel. Met de aanschaf van een serie nieuwe pelmachines staat de firma Heiploeg garant voor garnalen die zojuist uit zee komen, niet meer naar Marokkaanse pelateliers hoeven, daarom geen conserveringsmiddelen bevatten en dus beter smaken. Ze zijn wel heel wat duurder dan het bakje uit de supermarkt.

Technologie
[techniek/apparatuur]

Thema: efficiënt en duurzaam

Cathri van de Haar

Heiploeg maakt nieuwe pelmachines rendabel
Hollandse garnaal blijft steeds vaker thuis

Vandaag gevangen, morgen op tafel. Met de aanschaf van een serie nieuwe pelmachines staat de firma Heiploeg garant voor garnalen die zojuist uit zee komen, niet meer naar Marokkaanse pelateliers hoeven, daarom geen conserveringsmiddelen bevatten en dus beter smaken. Ze zijn wel heel wat duurder dan het bakje uit de supermarkt.

De garnaal is bepaald geen massaproduct en laat zich niet zomaar pellen. Alleen al het feit dat het schaaldiertje zacht van binnen en hard van buiten is maakt machinale behandeling een behoedzame affaire. Verder zijn de onderlinge verschillen dusdanig dat een bijna ‘persoonlijke’ behandeling noodzakelijk is. Ze hebben allemaal een andere omvang en variëren van recht tot krom en alles wat daartussenin zit. Pure individualisten dus, waardoor automatisering geen sinecure is.
Sinds in 1990 het thuispellen verboden werd, is de zoektocht naar alternatieven hiervoor in de versnelling geraakt. Al jarenlang heeft garnalenhandelaar Heiploeg machines laten ontwikkelen en in gebruik gehad, maar telkens bleek de rentabiliteit onvoldoende. Dus werd het pellen uitbesteed, en wel in buitenlandse – Oost-Europese, maar vooral Marokkaanse – pelateliers. Maar daar gaan heel wat transportkilometers mee heen, wat de toepassing van conserveermiddelen noodzakelijk maakt. Dat is nu, althans voor een klein deel van de Noordzeegarnalen, verleden tijd.

Rendabel
Heiploeg heeft nu veertien pelmachines in gebruik, ontwikkeld door de firma Kant Garnalenpelmachines, waar vader en zoon Appie en Klaas Kant zich al veertien jaar wijden het ontwerpen, produceren en verbeteren van garnalenpelmachines. Heiploeg brengt de Hollandse garnalen, ook wel Noordzeegarnalen, op de markt onder het label Heidema en Van der Ploeg, dat verwijst naar de oprichters en waaruit de naam Heiploeg is ontstaan. Over de exacte werking van de machines wil Heiploeg liever niet veel kwijt, maar daar zit ‘m ook niet de kneep, vindt kwaliteitsmanager Mark Nijhof. “We willen dit al twintig jaar: pelmachines die commercieel haalbaar zijn zodat we geen beroep meer hoeven te doen op lagelonenlanden”, zegt hij. “Machinegepelde garnalen zijn als zodanig geen noviteit; die bestonden tientallen jaren geleden al. Maar deze nieuwe machines lijken qua pelrendement en totale exploitatieklosten een commercieel haalbaar alternatief.” Daarmee is voor Heiploeg eindelijk het moment aangebroken voor een rendabele vermarkting van het nieuwe ‘thuispellen’. “Het is fantastisch dat het nu in eigen huis ook blijkt te kunnen en de garnalen direct na de vangst gepeld worden en morgen ingepakt en naar de klant.”

‘Niet vergevingsgezind’
Heiploeg is daarmee de enige in Europa die garnalen als versproduct op de markt mag brengen. Dat betekent wel een constante koeling, rond het vriespunt, ook tijdens het vervoer. Nijhof: “Deze garnalen zijn niet vergevingsgezind! Je kunt ze echt niet even een dagje ergens laten liggen. Ze zijn slechts een week houdbaar en vereisen ook in die week een secure behandeling. Maar dan is de smaak ook perfect.” De verse garnalen zijn behoorlijk prijzig, maar het pelproces is dan ook fors duurder dan voorheen. “De werkelijke kosten zijn in een pilot-stadium als dit natuurlijk niet representatief. Ons halve laboratorium is op dit moment bezig met dit proces”, vertelt Nijhof. “We zitten in het beginstadium, en het gaat om relatief zeer kleine aantallen, terwijl alles extra nauwkeurig in de gaten gehouden wordt, onderzocht, gecheckt en gedubbelcheckt.” Maar dat is niet alles. Ook zijn de machines stukken duurder dan de arbeiders in Marokko. De winst van het wegvallen van de transportkosten weegt daar lang niet tegenop.
Al met al zijn de garnalen dus een stuk duurder dan het gewone bakje of zakje uit de supermarkt. En daarmee ook vooral bestemd voor het hogere segment in de horeca of de supermarkt met een goede versafdeling. Dat laatste overigens vooral in België. “Daar weet de consument dit soort producten veel beter te waarderen.” Voor het gewone supermarktschap zijn ze in elk geval niet geschikt, vertelt Nijhof. “Alleen al niet omdat die ketens vanwege de reservering van schapruimte verwachten dat het product er altijd is. Dan kunnen wij niet ineens zeggen: het heeft te hard gewaaid, de kotter is niet uitgevaren, dus jullie hebben pech.”

Marokko blijft belangrijk
In kwantitatief opzicht is de garnalenrevolutie nog zeer bescheiden te noemen: weliswaar is nu gebleken dat het mogelijk is op deze manier, maar het gaat vooralsnog om slechts 1% van het totale aantal kilo’s. De rest wordt op de oude manier gepeld en afgezet. Hoewel sommige berichten in de media het deden voorkomen alsof deze veertien machines een plotselinge massawerkloosheid in Marokko zouden ontketenen, is Nijhof er zeker van dat het leeuwendeel nog lange tijd daar gepeld zal worden. “We willen geleidelijk aan wel op deze voet verder. Maar het duurt nog zo lang voordat we de pelateliers kunnen vervangen dat het nu nog een utopie lijkt. In de nabije toekomst denkt Heiploeg aan de aanschaf van nog tien nieuwe machines. Maar ook dan zullen de hoeveelheden die hier worden gepeld ‘peanuts’ zijn vergeleken met de ladingen uit Marokko.
Ooit zal het misschien zover komen dat machinaal pellen de overhand krijgt, maar tegen die tijd valt het volgens Nijhof ook niet meer mee om in landen als Polen of Marokko goedkope arbeidskrachten te vinden. “Het blijven geen lagelonenlanden. Die economieën ontwikkelen zich en op den duur staan ook daar de mensen echt niet meer te springen om een baantje achter de peltafel.”

Reageer op dit artikel