artikel

Consument vraagt om natuurlijk

Algemeen

Onderzoekers van de Universiteit van Southampton constateerden een verband tussen zes kunstmatige kleurstoffen en verhoogde activiteit bij kinderen. Op het VMT-congres Natuurlijk! vertelde de Wageningse professor toxicologie Ivonne Rietjens waarom de zes kleurstoffen uit de veelbesproken studie niet worden verboden in de EU.

Het congres stond vooral in het teken van wat wel en wat niet mag. Geert de Rooij, manager levensmiddelenwetgeving en voedselveiligheid bij de FNLI maakte de wet inzichtelijk aan de hand van sprekende voorbeelden.

Zoals hij ook al aangaf in het artikel ‘Natuurlijk rukt op’ (VMT 26, 2007), is er wat betreft natuurlijke ingrediënten weinig wettelijk vastgelegd. Het belangrijkste is dat de consument niet misleid mag worden. Wat wel wettelijk vaststaat is dat alle ingrediënten in een levensmiddel op de verpakking met hun specifieke naam vermeld moeten worden. Hij gaf het voorbeeld van paprika-extract. Dat is kleurstof E160c. De Rooij: “Al noem je het ‘paprika-extract’, op de verpakking mag niet staan E-nummervrij, want dat is onjuist.”

Geen chemie
“Een aroma mag ‘natuurlijk’ worden genoemd als het op een ‘huis-, tuin- en keukenmanier’ uit een natuurlijk product wordt verkregen. Koken, persen, filtreren mag, maar chemische stoffen toevoegen mag niet.” De Rooij vertelt hoe streng de FSA in Engeland is ten aanzien van natuurlijke aroma’s. De Britse voedsel- en warenautoriteit heeft voor een achttal termen richtlijnen opgesteld

De Rooij’s advies aan bedrijven is: “Het is beter om te benadrukken welke goede ingrediënten het product bevat zoals groente en fruit en vitamine C, dan op te sommen wat er niet in zit. Die lijst kan oneindig lang zijn en brengt de consument in verwarring.” Uit de vele vragen van de aanwezigen bleek dat dit onderwerp leeft onder de voedingsmiddelenbedrijven. Tijdens de lunch waren reacties te horen als: “Nu weet ik dat ik niet meer hoef te zoeken in de wetgeving naar iets wat er toch niet in staat.”

De E van Eng
Rutger Schilpzand, strategisch adviseur bij Schuttelaar & Partners, laat een overzicht zien van de standpunten van verschillende maatschappelijke groeperingen ten opzichte van E-nummers. Het grote publiek heeft weinig aandacht voor additieven, maar kent wel een onderstroom van argwaan tegenover deze stoffen. Uiteindelijk kiest de consument in de supermarkt vaak voor de bekende producten.

De trend is wel dat consumenten minder kunstmatige kleurstoffen gebruiken maar meer zoetstoffen en smaakversterkers. In Europa zijn het vooral de NGO’s en Europarlementariërs die de kunstmatige kleurstoffen uit voedingsmiddelen willen hebben. In Amerika benadrukken de NGO’s en diverse websites vooral de risico’s van andere synthetische stoffen zoals de zoetstof aspartaam. Nederlandse wetenschappers en overheden hebben over het algemeen vertrouwen in de regelgeving rond additieven.

De kleurduivel
Dat de discussie over synthetische kleur- en smaakstoffen niet van deze tijd is laat een slide van professor Rietjens zien: een artikel uit de Volkskrant van 2004, getiteld ‘De kleurduivel is terug’. In 2007 publiceerde een onderzoeksgroep van de Universiteit van Southampton, Engeland, in de Lancet een artikel waarin geconcludeerd werd dat twee mengsels van zes synthetische kleurstoffen aanwezig in snoep en benzoaat, verhoogde activiteit bij kinderen kunnen veroorzaken.

De FSA riep de Europese Commissie op om de zes kleurstoffen te verbieden. De EFSA heeft de studie op aanvraag van de Europese Commissie beoordeeld en geconcludeerd dat de resultaten uit de studie niet toereikend zijn om de ADI (Acceptable Daily Intake) van de beruchte kleurstoffen te wijzigen. Dit vertelde professor Ivonne Rietjens.

“De huidige stand van zaken is dat de stoffen niet van de markt hoeven, maar dat er mogelijk wel aanvullende labeling komt om aan te geven dat die betreffende stoffen mogelijk hyperactiviteit veroorzaken of een allergische reactie kunnen oproepen. De stoffen staan ook al op het label vermeld omdat het E-nummers zijn.” Ondanks het advies van de EFSA staan de kleurstoffen nog steeds onder vuur. “Dat is het verschil tussen risicobeoordeling en risicomanagement”, verklaart Rietjens. “Het zou ook kunnen dat bedrijven uit zichzelf de kleurstoffen zullen vermijden.”

Natuurlijke voordelen
De vraag naar natuurlijke kleur- en smaakstoffen legt sommigen geen windeieren. Leverancier van natuurlijke kleurstoffen Chr. Hansen zag na publicatie van de Southamptonstudie een toename van klantenvragen om over te schakelen van kunstmatig op natuurlijk. Ook researchinstituten spelen in op de vraag naar natuurlijk. Nizo Food Research presenteerde mogelijkheden om smaakafwijkingen te maskeren bij gebruik van andere ingrediënten.

TNO ontwikkelt natuurlijke vetvervangers op basis van zetmeel. De dag werd afgesloten door Innocent, die vanaf nul startte met een fruitsapje zonder toegevoegde kleur- en smaakstoffen en zonder conserveringsmiddelen. Dit betekent vooral koel bewaren en enig kleurverschil na twee weken, maar dat blijkt geen belemmering te zijn voor succes, zo bleek uit de vlotte presentatie.

Reageer op dit artikel