artikel

Milieu is hot, maar wie brandt zijn vingers eraan?

Algemeen

Het was weer dringen op Interpack, ’s wereld grootste verpakkingsbeurs die van 24 tot en met 30 april in Düsseldorf plaatshad. De stands toonden veel nieuwe gemaksverpakkingen: convenience is de trend. Ook duurzaamheid werd veel genoemd en geroemd. Helaas nog veelal ‘window dressing’, want de groene claims werden zelden met cijfers onderbouwd.

Machinebouwers die hun stand in groen uitdossen of in grote letters onderstrepen hoe ‘sustainable’ ze zijn. Het wordt wat ongeloofwaardig als dezelfde aluminiumbliklijn uit 2005 nu als duurzame productieoplossing wordt geëxposeerd. Hetzelfde geldt voor de diverse ‘groene’ verpakkingen en verpakkingsmaterialen die bedrijven etaleerden. Vaak oude bekende, overgoten met een milieusausje.

Zolang bedrijven niet onderbouwen waarom hun producten een milieuvoordeel opleveren, is een duurzaamheidsclaim dubieus. Natuurlijk, het milieu verkoopt. Diverse exposanten dachten origineel te zijn door een plantenwand als decor op te nemen, met veel levend groen en soms kabbelende watertjes. Helaas vielen ze juist minder op door gebrek aan onderscheidend vermogen met al even enthousiaste concurrenten. Het risico van Interpack is sowieso dat bezoekers door de bomen het bos niet meer zien. Niet eerder was het zo druk en was de beurs zo groot. Het bezoekersaantal reikte bijna aan de 180.000, terwijl op 170.000 was gerekend.

Bioplastics
Het milieu als rode draad in verpakkingsland. Ook de beursorganisatie deed een duit in het zakje met een complete hal voor bioplastics. Hoewel onaanzienlijk in verhouding tot de rest van de beurs, was het oppervlak van 2.000 vierkant meter een hele uitbreiding vergeleken met de tent die in 2005 voor dit doel was uitgetrokken. Opgefleurd met bloeiend koolzaad, een van de grondstoffen voor de productie van bioplastics. Kleinere leveranciers, Duitse onderzoeksinstituten en grote verpakkingsproducenten presenteerden hun oplossingen op biopolymeergebied.

Toch bleven grote doorbraken uit. De meeste stands hielden het op oude, vertrouwde toepassingen. Bioplastics op basis van polymelkzuur (PLA) domineerden, gevolgd door natuurlijke verpakkingen op basis van vezels, al dan niet in combinatie met bijvoorbeeld PLA. Dat was in 2005 niet anders, al is er wel progressie geboekt in de toepassingssfeer. Zo gaat hoogwaardig verpakken steeds beter met biopolymeren. Neem het Naturalbox-concept van Coopbox dat in 2005 nog een verpakkingsoscar won. Het gaat om geschuimde PLA-schaaltjes voor het koelvers verpakken van bijvoorbeeld vlees.

Het vocht in het product wordt opgenomen in deze op polystyreen lijkende verpakking. Bovendien kan er in de transparante versie ook gasverpakt worden. Daarbij is het verpakkingsmateriaal geschikt voor verwerking op standaardverpakkingslijnen, een voorwaarde voor veel producenten om er überhaupt mee te beginnen. Van Fkur Kunststoff GmbH is Bio-Flex 219F, ook een PLA-afgeleide. Het materiaal dat goedgekeurd is voor voedselcontact heeft een hoge gasdichtheid en is geschikt voor het verpakken van groente en fruit. Er kunnen (geschuimde) schaaltjes en transparante folies van gemaakt worden.

Food or fuel?
Steeds vaker wordt de vraag gesteld of biopolymeren wel bijdragen aan de oplossing van het mondiale klimaatprobleem. Er kan veel energie gaan zitten in het verbouwen van de hernieuwbare grondstoffen en de verwerking bulkgrondstof tot verpakkingspolymeer. Zijn ze bijvoorbeeld wel CO2-neutraal, zoals de folders beweren? Ook is de ‘food or fuel’-discussie losgebarsten rond biopolymeren. Deze werkelijkheid dwingt producenten kritischer naar het milieurendement van biopolymeren te kijken.

Het besef dat bioplastics ten koste kunnen gaan van de voedselproductie en een negatieve klimaatvoetafdruk kunnen hebben, heeft gevolgen voor de productontwikkeling. Naast bioafbreekbaarheid tijdens compostering en verbetering van functionele eigenschappen, wordt scherper gelet op het bereiken van een per saldo positief milieueffect. Welke grondstoffen worden gebruikt en hoe zijn ze geproduceerd? Duidelijk is dat bioplastics uit bijvoorbeeld reststromen sneller een gunstig milieueffect sorteren. Bovendien vormen ze geen bedreiging voor de wereldwijde voedselvoorziening.

De cradle-to-cradle-gedachte wint dus aan belang binnen de groene plastics. Opvallend is ook dat multinationals inzetten op hybride oplossingen op basis van biopolymeren én minerale olie. Wél volledig bioafbreekbaar, maar niet 100% afkomstig van landbouwgrondstoffen als (maïs)zetmeel of houtbestanddelen. Zo biedt chemiereus Basf Ecovio dat voor 45% bestaat uit hernieuwbare stoffen uit maïszetmeel. In combinatie met het biopolymeer Ecoflex is het geschikt voor de extrusie van flexibele folie.

Door toevoeging van PLA zijn er vormvaste verpakkingen mee te maken. BP heeft Solanyl dat grotendeels bestaat uit herwinbare grondstoffen. Restproducten uit de aardappelindustrie (zetmeel) staan aan de basis. De productie vereist volgens het concern 65% minder energie dan PE. Het materiaal is geschikt voor vormgieten, dus voor vaste plasticsoorten. Mitsubishi Chemical brengt een thermoplastische polyester gemaakt van fossiele grondstoffen (succinezuur + 1,4-butaandiol) en PLA op de markt. GS Pla is veelzijdig toepasbaar van injectie en extrusie tot thermovormen.

Trendy gemak
De sleuteltrend convenience liep dwars door de geledingen van Interpack heen. Machines zijn steeds beter toegerust op de verwerking van meer, kleinere en handigere (portie)verpakkingen en verpakkingsformaten. Verpakkingen zelf bieden nieuwe vormen van gebruiksgemak. Handige verpakkingsoplossingen, soms bijna gimmicks, waren bijvoorbeeld te zien bij Weidenhammer, Huhtamaki en RPC. Weidenhammer, bekend van de ronde en vierhoekige composietbussen (staal/kunststof/aluminium met karton), had hotfill-verpakking van polypropyleen in de vitrine staan.

De nog niet op de markt gebrachte verpakkingsconcepten combineren het gemak van blik met het lichte gewicht, uiterlijk en de easy opening van kunststof schaaltjes. PermaSafe kan in overleg met de klant in allerlei vormen worden geleverd, bijvoorbeeld ovaal, driehoekig of zeshoekig. Het is daarmee een flexibel alternatief voor blik met nieuwe marketingmogelijkheden. De toegepaste barrièrefolie houdt producten als olijven of pinda’s minstens achttien maanden goed in deze opvallende verpakkingen. Huhtamaki had de Cyclero Drinkbox als eyecatcher. De drankenbusjes van flexibele folie voor niet-koolzuurhoudende dranken hebben wel wat weg van de Cartocan, de kartonnen 25 cl drankenbusjes. Ze zijn gemaakt van een laminaat van PP/PET/Aluminium/PP.

Vergeleken met een gewone drankbus voelt dit kunststof equivalent wel wat slap aan, maar ziet er tevens onderscheidend en trendy uit. Er kan ook in geknepen worden. Niet handig bij het drinken van een sapje, maar wel als er saus of dressing in verpakt wordt. Een concept in ontwikkeling is de Cyclero van karton met een PLA-coating (Bioware). Dit zou de eerste composteerbare drankenbus kunnen worden. Of de Cyclero inderdaad een revolutie in verpakkingsland gaat ontketen, zoals de folder beweert, blijft afwachten.

Volgens de marketing manager Bernhard Lachner van Huhtamaki is er pas één verpakkingssysteem in Duitsland verkocht. Er is dus nog een lange weg te gaan. RPC toonde een vrij recente succesverpakking van Heinz in het Verenigd Koninkrijk voor baked beans. De immens populaire snack zit normaliter in blik, maar is vanuit gemaksoogpunt nu ook te koop in een vierpotsverpakking van PP. De ‘Snap Pot’ bestaat uit meerlaags barrièremateriaal en heeft een inhoud van 200 gram. De thermovorm-bakjes zijn gemakkelijk te splitsen. Dat levert in de magnetron binnen een minuut een warme hap op.

Snelle wissel
De opkomst van gemaksverpakkingen zou niet mogelijk zijn zonder flexibele machines die deze verpakkingen efficiënt kunnen produceren, verwerken en afvullen. Ook op dat gebied was er veel te zien tijdens Interpack. Het toenemende aantal producten en de brede range aan verpakkingsformaten vraagt om snellere productwisselingen en automatische instelbaarheid in breedte en hoogte. De nieuwe generatie verpakkingsmachines combineert een hoge productiesnelheid met een snelle formaatwissel. Wisselen van verpakkingsformaat is hiermee soms een kwestie van een druk op de knop, bijvoorbeeld een hoogteaanpassing bij een iets groter volume.

Wijkt de verpakking te veel af, dan zullen ook formaatdelen moeten worden uitgewisseld. In alle gevallen zijn bij verpakkingsveranderingen andere etiketten nodig. In de praktijk moet de machine dan worden stilgezet voor het aanbrengen van een nieuwe etikettenrol. Met de PowerPak-dieptrekmachine van CFS kan dat nu zonder productiestop. De Tirolabel-module is dubbel uitgevoerd met twee keer zo grote etikettenrollen. Zo kan er naadloos worden overgestapt van het ene naar het andere soort etiket. Dit zorgt volgens de machinebouwer voor veel minder stilstand. Normaliter kan de downtime volgens CFS door het wisselen van etikettenrollen wel oplopen tussen de 7 en 28%. Vooral bij snel wisselende batches is de tijdwinst met Tirolabel groot.

Intelligente ontstapelaar
Bosch heeft zich de laatste jaren toegelegd op de ontwikkeling van flexibeler machines. Naast de werkpaarden die bijvoorbeeld continu koekjes wikkelen of in trays verpakken biedt het bedrijf intelligente verpakkingstechnologie voor het verpakken van een breed scala aan producten in diverse verpakkingsvormen binnen één machine. Een voorbeeld is de bekende MonoPacker die producten voorzichtig ontstapelt en sneller van formaat wisselt door reductie van het aantal formaatdelen.

Deze ontwikkeling is mogelijk door toepassing van vision-technologie die de vorm en positie van verpakkingen herkent en producten op de juiste plek legt. De intelligende ontstapelaar van de LDM MonoPacker Delta robot kan rechthoekige en vierkante producten (snoep, biscuits, koelverse/diepvrieswaren) verwerken tussen de 5 en 30 cm met een lengte tussen de 7 en ruim 40 cm. Ronde producten met een diameter tot 30 cm zijn ook geen probleem. ‘Picking and placing’ gaat met een capaciteit tot 150 stuks per minuut. De hightech machine was een van de weinige noviteiten die niet gefotografeerd mocht worden op de beurs. De omkaste machine was binnenin voorzien van rode LED-lampjes die oplichten tijdens de productie. Een flitsende presentatie. Het oog wil ook wat tijdens Interpack.

Reageer op dit artikel