artikel

Food Event geslaagde mix

Algemeen

Met hun jas en tas stevig vast, voorovergebogen tegen de wind, stapten de bezoekers naar de ingang van het NBC in Nieuwegein voor de geheimen uit de voedingsnota, de contacten op de beurs en de lezingen van collega’s. Ondanks het weeralarm was het tweede Food Event een groot succes.

De industrie midden in de maatschappij. Dat was het thema van dit jaar. Hans de Goeij, directeur-generaal (DG) Volksgezondheid van het ministerie van VWS opende de plenaire sessie van het tweede Food Event.

Hij meldde dat het eten van voldoende (vette) vis, groente en fruit in de voedingsnota een zeer prominente plaats krijgt. Hij riep de industrie op om deze producten om te toveren tot de verantwoorde maar vooral ook lekkere tussendoortjes. Groenten in blik en glas kregen een flink compliment vanwege de combinatie van gemak en gezond, maar ze moeten van hem wel meer aan hun imago doen. Daar gaat de overheid hen bij helpen.

Philip den Ouden, directeur van de FNLI maakte van de gelegenheid gebruik om de overheid streng toe te spreken. “Goed dat groenteconserven een compliment krijgen, maar het afgelopen jaar moest zo’n conservenfabriek wel sluiten vanwege twintig jaar lange protesten van een buurman die zich tegen uitbreiding van de fabriek keerde.” Behalve over regelgeving maakte Den Ouden zich zorgen over het innovatiebeleid van de overheid. “Het mag niet gebonden zijn aan een kabinetsperiode.”

Aalt van Dijkhuizen, voorzitter van de raad van bestuur van Wageningen Universiteit, stipte het economisch belang van de sector aan: meer dan 600 duizend banen en € 40 miljard euro aan het bruto nationaal product. Ook roemde hij de innovatiekracht van de sector. De presentatie van innovatieprofessor Han Gerrits sloot daar goed op aan. Hij vertelde waarom innoveren zo moeilijk is. Of en wanneer een product succesvol wordt, valt namelijk niet te voorspellen.

Foodspot
Voor de aanwezige bedrijven was de beurs een mooie gelegenheid om hun producten en diensten aan een breed publiek te presenteren. Dat paste prima in de plannen van de organisatie om het Food Event uit te bouwen tot de jaarlijkse place to be.

De kennispartners Food Valley (Nl), Flanders Food (Be), Food Connection Point (Nl) en het Duitse Food Processing Initiative (Du) ondertekenden een samenwerkingsovereenkomst, Foodspot, om vooral MKB-bedrijven bij te staan bij innovatie. Roger van Hoesel, directeur van Food Valley: “Aan het eind van het jaar ligt er een gedetailleerd actieplan over de samenwerking tussen deze organisaties.” Bedrijven hebben ‘grensvrees’, vertellen de kennisorganisaties. Via Foodspot is de oversteek naar een dichtbij gelegen buurland wat kleiner.

Van duurzaam tot smaakvol
De woensdagmiddag en de gehele donderdag konden de bezoekers grabbelen uit de ton met lezingen op veel verschillende gebieden. Van duurzame vis tot aardappeleiwit en van vetten tot lieve thee, er was voor ieder wat wils. De bezoekers vonden de ‘grabbelton’ aan lezingen erg geslaagd, net als de vorige editie. ‘Boeiend om juist ook buiten je eigen werkveld lezingen te kunnen volgen’, luidde menig bezoekerscommentaar.

Jan Juffermans van de Kleine Aarde Besprak met verve de Mondiale Voetafdruk. Als iedereen op aarde zou leven als de gemiddelde Nederlander dan zouden we ruim twee wereldbollen nodig hebben, zo staat te lezen in de folder ‘Bereken je mondiale voetafdruk in 13 snelle stappen’. Ook startte hij de discussie over duurzame producten met de stelling: “Duurzame producten bestaan niet, duurzamere wel.” Maar volgens de zaal hebben consumenten nu een gevoel bij duurzaamheid en daar moeten we vooral niet aan sleutelen.

Best of class
Ook in de sessie transport en logistiek kwam duurzaamheid om de hoek kijken. Theo Goutier, manager international logistics van Sara Lee International sprak over de samenwerking met andere bedrijven om vrachtwagens zo min mogelijk leeg te laten rijden. Piet Klapwijk, QA-/SHE-manager bij Unilever Oss, vertelde hoe deze productielocatie zich onderscheidt door continue procesoptimalisatie. Hij benadrukte: “Betrek uw operator erbij!” De voorzitter trok de terechte conclusie dat data niet langer alleen maar data meer zijn, maar vooral informatie om processen te verbeteren.

Voedselveiligheid & kwaliteit
Voor voedselveiligheid en kwaliteit was er – net als vorig jaar – veel belangstelling. Woensdagmiddag viel de belangstelling enigszins tegen bij de sessie risicomanagement. Daarmee werd de achterliggende idee, dat directies onvoldoende belangstelling hebben in de risico’s die hun bedrijven via incident en/of recall lopen, onbedoeld bevestigd. Karst Otterman van JohnsonDiversey becijferde het aantal voedselincidenten op basis van de bekende gevallen op 2,4 miljoen per jaar. De risico’s die bedrijven, zeker internationale concerns, lopen, zijn aanzienlijk.

Zo leed Coca Cola als gevolg van – naar achteraf bleek – massahysterie op Belgische scholen een directe schade van $250 miljoen en verloor het bedrijf $50 miljard aan beurswaarde, die zich pas na enige tijd weer had hersteld. Tijdens de sessies op de donderdag microbiologische criteria en voedselveiligheidsstandaarden zat de zaal tjokvol. De bijna honderd deelnemers werden onder andere verrast met een nieuw VWA-protocol voor Listeria monocytogens en hoorden dat het motto ‘certified once, accepted everywhere’ een beetje dichterbij lijkt te komen.

Trends en emotie
Fooddesigner Mariëlle Bordewijk-Van der Krol liet in de sessie ‘Food trends als basis voor conceptontwikkeling’ zien dat conceptontwikkeling uitgaat van een centraal gedachtegoed dat terugkomt in smaak, verpakking en naamgeving van een product. Vijf trends die op dit moment inspireren zijn: honger naar eenvoud, inspiring green (daar sluit het ‘Cradle to Cradle’-principe bij aan), terug in de keten, goede smaak (de kleinste soepfabriek) en tijd voor een luchtige noot (Bolletje).

“Trends zijn net gletsjers. Aan de bovenkant groeien ze aan, aan de onderkant smelten ze.” Foodwatcher Anneke Ammerlaan putte uit een presentatie die zij in 1999 had gegeven en liet zien dat trends minimaal tien jaar duren en evolueren.

Merkbeleving
Corrinne Goenee van White Tree liet de aanwezigen tijdens de workshop ‘Merken in het brein’ ervaren hoe je het lastige abstracte onderwerp merkbeleving concreter kunt maken. Ze deed dat aan de hand van de zogenaamde nextexpertizer: een interviewtechniek die wordt gekoppeld aan een statistische analyse waarbij de resultaten driedimensionaal worden verwerkt. De bol aan resultaten geeft een beeld van de indrukken, meningen en gevoelens die consumenten bij een merk hebben.

Ze prikkelde de deelnemers door automerken tegenover elkaar te zetten en te laten typeren. Over het algemeen leverde dit uitgesproken meningen op. Als de Mini tegenover de Chrysler antwoorden uitlokte als klein en groot, dan vroeg ze door, zoals interviewers tijdens nextpertizer-onderzoek ook doen. “Wat bedoel je daar dan mee?” is de meest gestelde vraag tijdens het interview. Uiteindelijk leveren antwoorden als schattig, monster, familieauto, degelijk, patserig een completer beeld van merkbeleving op dan harde feiten als groot en klein.

Eetbaar museum
Het ‘Cradle to Cradle’-diner van fooddesigner Katja Gruijters, dat letterlijk en figuurlijk naadloos aansloot bij een lezing van Michael Braungart, bedenker van deze filosofie, was al erg snel volgeboekt. Zelfs de landelijke televisie kwam erop af. Storm of geen storm. Braungart sprak de aanwezigen uit de voedingsmiddelenindustrie streng toe: “Let op wat je in de verpakkingen doet, gebruik geen giftige stoffen.” Hij bleek ook geen fan te zijn van Al Gore. “Die geeft overbevolking de schuld van alles. But you don’t look at a newborn child and say: you’re abundant?” De ‘Cradle tot Cradle’-filosofie is positiever, want afval is voedsel. Dus overbevolking is geen issue.

Het diner zag eruit als een eetbaar museum. Nieuwsgierig liepen de gasten om de tafels heen. Die waren gedekt met kleden van snoep, inktvisinkt, brood en drop. De grondstoffen voor de maaltijden zijn allemaal ‘buiten-spec’: kromme wortels, niet-ronde aardappels en misvormde snoepjes die de winkelschappen niet halen.

Katja Gruijters verwerkte alle mogelijke onderdelen van de producten in de gerechten. Van de groente maakte ze groentesoep (van het vocht), groentepaté (van de vezels) en groentechips (van de schillen). En terwijl de wind zich aan het eind van de avond terugtrok en de eerste gasten vertrokken met een duckiebag met 0,05% restbrood, kauwden de laatste bezoekers nog op een stukje tafelkleed.

Reageer op dit artikel