artikel

Food moet fun worden

Algemeen

De voedingsmiddelenindustrie kampt met een imagoprobleem. Scholieren kunnen zich er niets bij voorstellen, laat staan er een aantrekkelijke loopbaan in zien. Tijd voor een trotse profilering van de sector die voorziet in een primaire levensbehoefte. Food Valley wijdde er een symposium aan.

Loopbaan

Hans Damman

Werken in voedingsmiddelenindustrie blinde vlek voor scholieren
Food moet fun worden

De voedingsmiddelenindustrie kampt met een imagoprobleem. Scholieren kunnen zich er niets bij voorstellen, laat staan er een aantrekkelijke loopbaan in zien. Tijd voor een trotse profilering van de sector die voorziet in een primaire levensbehoefte. Food Valley wijdde er een symposium aan.

Voedingsmiddelenindustrie. Alleen het woord al. Het zegt studenten weinig en hetzelfde geldt voor aanduidingen als ‘agrifood’. Belangrijke oorzaak is dat de industrie te veel in zichzelf gekeerd is en te weinig in de huid kruipt van zijn (potentiële) werknemer, zo bleek tijdens het symposium ‘Human Capital in de agrifood’ op 5 februari. Stichting Food Valley organiseerde de bijeenkomst in de eerste leerfabriek, de Sapfabriek in Ede.

Asset
De tijden zijn veranderd en de industrie moet mee veranderen. Het oude adagium ‘people are our greatest asset’ moeten bedrijven veranderen in ‘how can we be a great asset to our people’. Eric Heres, directeur corporate communicatie, vertelde hoe Campina deze veranderende zienswijze toepaste. Om niet ‘aan het werven te blijven’ kwam zijn afdeling in nauwe samenwerking met de afdeling HRM tot de conclusie dat de organisatie intern moest veranderen.
Vele onderzoeken werden uitgevoerd om een goed beeld te krijgen van de externe én interne arbeidsmarkt. Daarbij bleek onder andere dat toekomstige en bestaande werknemers een goede privé-werk-balans willen en verwachten. Na de nodige discussies met het topmanagement kunnen high potentials inmiddels vier dagen per week werken, met behoud van hun carrièreperspectief. “Het interne tevredenheidsonderzoek was daarbij zeer zinvol. Het maakte het topmanagement bewust van de noodzaak tot verandering”, vertelt Heres.

Imago
Wil de industrie voldoende personeel krijgen, zal het op een andere manier naar zichzelf moeten kijken en zich positiever moeten presenteren richting de maatschappij, inclusief scholieren. Andy Mosmans, directeur van de ARA Groep, gaf in zijn inleiding over ‘arbeidsmerketing’ aan hoe belangrijk het merk kan zijn voor het werven van werknemers. Hij adviseerde om jongeren al zo vroeg mogelijk affiniteit te laten krijgen met het A-merk. Internet is daarvoor het middel bij uitstek, zoals de luchtmacht bewijst met www.yngsquad.nl. Ook Henk Maas, initiatiefnemer van de Sapfabriek, benadrukte hoe hoog de nood was en voorspelde dat binnen tien jaar menig foodbedrijf scouts op de basisschool af zou sturen om leerlingen te spotten.

First, fun, future
Mosmans reikte diverse ideeën voor een betere uitstraling van de voedingsmiddelenindustrie. Bijvoorbeeld door eenvoudigweg te associëren met de eerste letter van het al beter klinkende synoniem ‘food’. De f van food kan staan voor first, fast, function, fun, fair, form, fitness, fashion, fans, future … First kan worden uitgebuit als ’s lands grootste werkgever (het best bewaarde geheim volgens FNLI-directeur Philip den Ouden), maar ook als eerste levensbehoefte: zonder food geen leven. Bij function bieden uiteraard de vele functionele voedingsmiddelen legio mogelijkheden om te tonen hoe belangrijk het werk bij een voedingsmiddelenbedrijf kan zijn. Ook de overige f’s zijn met een beetje creativiteit gemakkelijk in te vullen.

Private label
A-merk fabrikanten, zeker de grote, hebben het op de arbeidsmarkt relatief gemakkelijk. Maar wat als je private label producent bent, vroeg de zaal zich af. Ook daar zag Mosmans mogelijkheden. “Neem Intel. Vroeger leverden zij een anoniem onderdeel van computers. Op een gegeven moment zijn ze anders naar zichzelf gaan kijken, en hebben gezegd: zonder ons is een computer slechts een lege behuizing. Inmiddels is de aanduiding ‘Intel inside’ voor consumenten een belangrijk aankoopargument.”

Reageer op dit artikel